Een frisse visie op duurzame scholenbouw:

Alles draait om visie!
Daar begint het inderdaad, maar hoe verder? De losse stellingen van de Expertmeeting uit Schooldomein nr.5 geven weinig gevoel voor prioriteit, concrete aanpak en realisatie. Wel kunnen wij ons inhoudelijk prima vinden in de stellingen en conclusies.

In het mei-nummer van Schooldomein wordt verslag gedaan van een discussie tussen 22 professionals over het thema duurzaamheid in onderwijshuisvesting. Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie en Stichting Living Daylights maakte deel uit van dit expert panel, die algemeen concludeerden dat: “alles om visie draait”.

Wij hebben echter te vaak gemerkt dat gerealiseerde schoolgebouwen ondanks aardige visies en ambities niet presteren zoals beoogd of zelfs volledig ondermaats. Hiervan zijn alle stakeholders de dupe. 8 van de 10 Nederlandse schoolgebouwen heeft een slecht binnenklimaat. Het wordt nog somberder als je bedenkt dat veel van deze scholen ook moderne nieuwe gebouwen betreft….

Uiteraard worden de eisen steeds hoger, waardoor de invloed en afhankelijkheid van techniek toeneemt. Juist bij die techniek gaat het vaak mis, maar vooral de integrale samenhang van maatregelen en componenten ontbreekt te vaak in de praktijk, in onze optiek.

Prioriteiten stellen
Hoe kunnen we dit beter ondervangen? Hoe borgen we dat goed bedoelde (duurzame) plannen ook werkelijkheid worden?
In onderwijshuisvesting zijn de bouwbudgetten nou eenmaal sterk gelimiteerd, op enkele ambitieuze etalage-projecten na. Het gaat volgens ons dus om prioriteiten stellen! Wat zouden we minimaal moeten bereiken en wat is daarna nog wenselijk? Ambities zijn goed, maar te hoge ambities zijn meestal funest voor een goede integrale oplossing!

De eerste prioriteit voor duurzaamheid ligt wat ons betreft bij de gebruikers en het creëren van een optimaal stimulerende leeromgeving. Concreet betekent dit dat gezondheidsaspecten in gebruiksfase (licht, lucht, ruimte, akoestiek en groen) voorrang boven alles moeten krijgen (prioriteit 1). Deze aspecten zijn namelijk direct in het belang van de leerlingen en leraren op scholen en dragen bij aan betere prestaties en minder ziekteverzuim.

Materiaalgebruik en flexibiliteit is prioriteit nummer 2. Wie duurzaamheid nastreeft zal zuinig en bewust moeten omgaan met grondstoffen en toekomstbestendige gebouwen moeten realiseren. Die flexibiliteit wordt ook vanuit de ontwikkeling van onderwijsvormen en brede scholen steeds meer gevraagd.

Prioriteit 3 is energieverbruik. Het nieuwe bouwbesluit stelt al vrij hoge eisen waaraan voldaan moet worden. Alleen nadat prioriteit 1 en 2 goed ingevuld zijn, zou je wat ons betreft moeten investeren in verdere verlaging van energieverbuik. Begin altijd bij de realisatie van een duurzaam casco, want de rest is veel makkelijker aan te passen op latere momenten. Voor dit thema is het de moeite waard om terugverdientijden te bepalen en aanvullende investeringsbudgetten te bespreken/ overwegen. Gedurende de exploitatie kan hiermee een aanzienlijke besparing worden behaald. Dat geldt eveneens voor duurzame energie-opwekking, maar realiseer je dat deze niet primair in belang is van de gebruikers en daarom nooit de gezondheidskwaliteit mag ondermijnen. Energiemaatregelen staan soms lijnrecht tegenover gezondheidsmaatregelen, zoals bijv. veel frisse lucht en natuurlijk licht versus goede isolatie.

Tenslotte vinden wij het cruciaal dat al deze maatregelen binnen een schoolproject zoveel mogelijk zichtbaar gemaakt worden voor de leerlingen. ZIj zijn de nieuwe generatie die op moeten groeien met het besef van, en waardering voor, onze leefomgeving. Een uitbundig groene speelplaats is hiervan onderdeel.

Ons advies
De vraag blijft nu: hoe hoog moet je inzetten op iedere prioriteit? Dit hangt van het budget af. Voor normale normvergoedingen valt er niet bijzonder veel te bereiken op gebied van duurzaamheid.  Met goede architectuur kan echter al een acceptabele basiskwaliteit behaald worden, en zeker meer dan het deprimerende “sober en doelmatig”  doet vermoeden. Het architectonische beeld dient dan wel ondergeschikt te zijn aan ruimtebeleving en overmaat.  Als goede standaard voor gezondheid adviseren wij om Frisse Scholen klasse B te hanteren op gebied van luchtkwaliteit, thermisch, visueel en akoestisch comfort. Heeft u dan nog budget beschikbaar? Richt u dan op verdere verbetering van energiebesparing. De grote hoeveelheden verse lucht plus de warmtecapaciteit van leerlingen rechtvaardige daarentegen geen extreem hoge isolatiewaarden boven Rc =5.

Wij hebben het voorrecht om aan verschillende schoolprojecten te mogen bijdragen, van verschillende ambitieniveaus. Ieder project en ambitieniveau kent grote uitdagingen. De belangrijkste is: om waar te maken! Hiervoor dienen in onze optiek de zorgvuldig samenhangende maatregelen nauwkeurig uitgewerkt te worden, en hun boogde prestatie helder omschreven te zijn. In de bouw en realisatie dient men gecontroleerd te worden op, en verantwoordelijk gehouden voor, deze prestaties.

Makkelijk gezegd? Ja natuurlijk!  Het is in de praktijk hard (samen)werken om dit voor elkaar te krijgen, met veel genoegen!

ir. Olivier Lauteslager; duurzaamheidsadviseur onderwijshuisvesting

Lees de relevante visies van andere professionals tijdens de expertmeeting van Schooldomein hier!

Advertenties

Extra groen leidt tot minder ziekteverzuim!

In een recent onderzoek van KPMG wordt becijferd dat het aanleggen van 10% meer groen in woonomgevingen een besparing van 400miljoen euro op zorg en ziekteverzuim kan opleveren.

Wij kunnen de onderzoeksmethode en -cijfers van KPMG niet controleren, maar onderstrepen de positieve correlatie tussen groen en welzijn. Interessant aan deze berekening op de gezondheidstoestand van mensen is dat je ermee kunt aantonen dat er een businessmodel achter groeninvesteringen zit.

Vanuit het natuurlijke effect van groen, en daglicht (want dat gaat samen!), blijken mensen gevoelsmatig best te overtuigen van de waarde. Toch wegen in de praktijk investeringen en kosten voor onderhoud van groen meestal niet op tegen deze veronderstelde positieve effecten.  Onbekendheid draagt daaraan bij. Harde bewijzen en terugverdientijden zijn dus nodig om  groentoepassingen als serieuze duurzame maatregel voor het voetlicht te krijgen.

Groen wordt tegenwoordig wel meer voorgesteld en ook meer toegepast, maar nog te vaak als marketinginstrument voor duurzame bouw. Je kunt tegenwoordig geen presentatie van een willekeurig architectenbureau meer vinden, waarin het ontwerp niet uitbundig  van groen is voorzien (= goede ontwikkeling). In de uitwerking en realisatie vind je daar meestal maar een schijntje van terug, zoals een prominent boompje, een groendak of een stukje groene gevel. Alle beetjes helpen uiteraard, maar gevaar van deze tendens is wel dat de echte betekenis van groen ermee kan worden uitgehold.

In de zorgsector heeft de “healing environment” stroming vrij uitvoerig onderzoek verricht naar omgevings- en gebouwaspecten die een positief effecten hebben op de mens. Daglicht en groen blijken daarin hele belangrijke componenten die onze mentale en fysieke toestand positief beïnvloeden en daarmee de revalidatie van patiënten bespoedigt. Daarnaast heeft het een positieve uitwerking op de concentratie, stemming en ziekteverzuim van het personeel. Een directe invloed op het primaire proces van zorginstellingen dus!

Als je dit principe projecteert op kantoren en schoolgebouwen, dan besef je je de bredere potentie ervan. Mensen floreren en presteren beter in een gezonde en groene omgeving, daar kan je dus geld mee verdienen (of besparen)! Een gemiddelde basisschool geeft per jaar ca. 7% van zijn jaarbudget uit aan vervangend personeel door ziekteverzuim. Ter vergelijking: energiekosten maken slechts 2% van het jaarbudget uit. Als we alle moeite die we in de bouw in energiebesparing stoppen, in vermindering van ziekteverzuim zouden investeren levert dat dus potentieel meer op! (uiteraard moeten we beiden doen) Groen is natuurlijk niet de enige factor van invloed, want ook licht-, lucht-, akoestische en ruimtelijke kwaliteit dragen hieraan bij.

KPMG refereert in hun onderzoek aan het vergroenen van de woonomgeving en het effect ervan op onze zorgkosten.  Wij zouden dit willen uitbreiden tot de volledige gebouwde omgeving en ook nadrukkelijk de aandacht willen vestigen op het gebruik van groen IN onze gebouwen! Vraag je eens af waarom planten op bepaalde plekken binnen niet goed groeien en wat die plek ons dan te bieden heeft!?

Wij roepen het al jaren: investeren in groen loont!
Prima dus dat er meer partijen naar de onderbouwing zoeken. Misschien dat we daarmee de vergroening kunnen versnellen.

Lees hier het volledige artikel van KPMG.