Behalen van goede daglichtfactor in scholen blijkt grote uitdaging in praktijk!

244784Het Programma van Eisen Frisse Scholen is 7 jaar geleden door AgentschapNL (toen nog SenterNovem) in het leven geroepen als richtlijn voor het realiseren van een energiezuinige en gezonde school. Het programma is opgebouwd uit een vijftal onderwerpen welke uitgewerkt zijn in prestatiegerichte eisen onderverdeeld in een niveau C (iets ambitieuzer dan bouwbesluit), niveau B en niveau A als hoogst haalbare. Begin dit jaar is er een herziening geweest van het Programma van Eisen Frisse Scholen, waarbij de eisen vooral op haalbaarheid in de praktijk zijn getoetst. SLD/ Aldus is gevraagd om het onderwerp Visueel comfort te beoordelen en eventuele aanpassingen te adviseren.

Voor een controle van uw ontwerp en optimalisatie-advies mbt de eisen van Visueel Comfort, klik hier: Aanbod ontwerptoets Visueel Comfort!

Het aspect daglichttoetreding wordt voor een groepsruimte omschreven in de zogenaamde daglichtfactor. De daglichtfactor is de verhouding (in %) tussen de hoeveelheid daglicht buiten en op een bepaald punt binnen.

De oude versie van Frisse scholen klasse C ging uit van een daglichtfactor van 3%, klasse B van 5% en klasse A van 8% gemeten in het midden van de ruimte. In de praktijk bleek het behalen van klasse A niveau van 8% bijzonder lastig. Wij hebben onderzocht wat een realistische prestatie-eis is op basis van een aantal recent gerealiseerde scholen waarbij een Frisse scholen ambitie werd gehanteerd. De daglichtfactor voor die scholen is berekend op basis van het gerealiseerde ontwerp. Onze conclusie was dat frisse scholen A nergens wordt gehaald, zelfs bij scholen met een bijna volledige glazen gevel. De gestelde eisen voor niveau A waren in dit geval dus te ambitieus.

Op advies van SLD/ Aldus zijn de eisen aangepast door de daglichtfactor gemiddeld over de ruimte te meten, en is de klasse A eis van 8% naar 7% bijgesteld. Hierdoor blijft de eis voldoende ambitieus, maar wel haalbaar. Met deze nieuwe eis is er 1 school uit ons onderzoek waar de groepsruimten aan de niveau A eis voldoen. Het betreft de MFA ‘De Kreek’ uit Hoorn (ontwerp Rudy Uytenhaak). De groepsruimten op de eerste verdieping zijn naast de daglichtopeningen in de gevel voorzien van een bovenlicht op de noordzijde, waardoor er daglicht dieper in de ruimte valt. Hiermee wordt de gemiddelde waarde van 7% behaald. Bij de groepsruimten op de begane grond waarbij geen sprake is van bovenlicht wordt een waarde van ruim 5% behaald.

Door uit te gaan van een gemiddelde waarde valt op dat er bij de gevelopeningen een hoge daglichtfactor wordt behaald (10% of hoger) terwijl bij de verkeersruimte krap 2% wordt behaald. Om een gelijkmatig daglichtniveau te ontwerpen is dus altijd daglicht van minimaal 2 zijden nodig, en bij voorkeur als tweede zijde de wand evenwijdig aan de gevel, door transparantie in de gangwanden aan te brengen of te werken met daklichten. Dit zorgt voor een prettiger daglichtverdeling zonder al te grote contrasten en maakt het onnodig toepassen van kunstlicht overbodig.

In alle gevallen verdient het gebruik van digitale schoolborden (smartboards) extra aandacht voor de daglichtverdeling en mogelijkheden van een effectieve en goed regelbare zon- en lichtwering.

Download hier Frisse Scholen Programma van Eisen – april’12-3.

Geef hieronder uw commentaar en ervaringen bij de realisatie van de eisen uit het Programma van eisen Frisse Scholen.

Advertenties

Duurzame troonrede: duurzaamheid in de haarvaten van elk schoolvak!

Als groot medestander en medewerker van de nieuwe revolutie en transitie juichen wij de duurzame troonrede toe! “Ecologie is de basis voor economie en niet andersom!”. De troonrede, voorgelezen door Marjan Minnesma (Urgenda), beschrijft op heldere wijze het noodlot waarop wij afstevenen en doet positieve suggesties voor de noodzakelijke transitie als oplossing.

“We moeten op weg naar een volhoudbare samenleving gebaseerd op duurzame energie, een circulaire economie, minder ‘blinde BNP-groei’ maar meer groei van welzijn en saamhorigheid”

Het aller belangrijkst is dat de mindset en het gedrag van de samenleving (snel) gaat veranderen om dit mogelijk te maken.

In de troonrede wordt specifiek de rol van onderwijs benadrukt: “duurzaamheid zou in de haarvaten van elk schoolvak moeten komen”. Wij zijn het hier hartgrondig mee eens en zouden eraan willen toevoegen: ….in de haarvaten van elk schoolvak, instelling en onderwijsgebouw (en zijn omgeving)!

De nieuwe generatie dient op te groeien met het ecologisch besef waaraan de troonrede refereert. DIt is bij uitstek een rol voor het onderwijs en ook voor de architectuur van schoolgebouwen;  een onderwijsgebouw kan namelijk als schoolvoorbeeld dienen voor duurzaamheid!

In onze adviezen proberen we duurzaamheidsmaatregelen zo zichtbaar mogelijk te maken, en er een zinvolle educatieve rol aan te geven. Hoe zou u dat in willen vullen? Graag vernemen wij goede voorbeelden en suggesties voor maatregelen tbv duurzame educatie!

Klik hier voor de volledige tekst van de duurzame troonrede.

Lessen van een klimaatneutrale én frisse school, deel 1

klimaatneutrale brede school Houthaven Architectenbureau Marlies Rohmer

Sinds december 2011 is het ontwerpteam onder aanvoering van Architectenbureau Marlies Rohmer intensief bezig met de uitwerking van het ontwerp voor de nieuwe brede school Houthaven in Amsterdam. Het definitief ontwerp is inmiddels afgerond en momenteel wordt het bestek opgesteld;  een mooi moment om eens terug te kijken op het ontwerpproces en de resultaten! Wat kunnen we ervan leren?

Bij de ambitiebepaling van deze nieuwe school was het al duidelijk dat de lat erg hoog werd gelegd, door zowel gezondheid als energieprestatie op het hoogste niveau in te schalen: Frisse School Klasse A en Klimaatneutraal (vlgs def. gem. A’dam). Een intensieve en complexe zoektocht naar optimalisatie van gebouw en installaties volgde.

Samengevat werd de grootste spanning veroorzaakt door de enorme hoeveelheden frisse lucht en licht gecombineerd met weinig energieverbruik (en compensatie) binnen de budgetten en architectonische mogelijkheden. Veel verse lucht (1200m3/uur per groepsruimte) betekent een grote hoeveelheid energie aan ventilatievermogen. Veel natuurlijk daglicht (8%) heeft een slecht effect op de isolerende werking, wat zowel in de winter als zomer tot meer energieverbruik leidt.

Waar liepen we tegenaan (onderstaand is een selectie in willekeurige volgorde)?

1. Daglichtfactor in relatie tot compact gebouw: Om tot een daglichtfactor van 8% te komen (klasse A) is realistisch gezien daglichttoetreding van 2 kanten noodzakelijk. Een compact gebouw is (o.a.) nodig om tot een uiterst energiezuinig ontwerp te komen. Tweezijdig licht is dan niet altijd mogelijk. Vanuit gezondheidsoverwegingen vinden wij een daglichtfactor van 5% acceptabel op deze plekken. Les: DLF 8% door 2-zijdige daglichttoetreding is niet altijd mogelijk en ook niet noodzakelijk. Waar mogelijk wel nastreven!

2. EPC in relatie tot klimaatneutrale prestatie: De rekenmethodiek van de EPC norm is niet geschikt voor gebouwen met een EPC waarde < 0,5. Les: Om tot een klimaatneutrale prestatie (benadering van EPC=0) te komen is het noodzakelijk om onderbouwde gelijksheidsverklaringen op te stellen.

3. Gelijktijdige bezetting van gebouw: door een realistische berekening te maken van de bezetting van het gebouw blijkt het mogelijk om de gestelde 800ppm (CO2 concentratie) te behalen bij een lagere ventilatievoud. Les: eis voor maximale C02 concentratie is leidend boven de ventilatievoud, die geoptimaliseerd kan worden door de maximale bezetting te bepalen tov de rekennorm.

4. Complexiteit van EPC optimalisatie; het zoeken en doorrekenen van energetische optimalisaties blijkt uitermate complex vanwege de sterke onderlinge verbanden tussen installatietechnische maatregelen en consequenties op alle fronten. Voorbeeld: op enig moment bleek een maatregel tot gevolg te hebben dat een lokaal aan de noordzijde bij >30 graden buitentemperatuur verwarmd zou moeten worden op moment dat aan de zuidzijde de koeling aanstond. Les: Veel tijd, focus, kennis en samenwerking tussen disciplines is vereist (= integraal en iteratief ontwerpen).

5. Besparing op kunstlicht; door de grote interne hoogte van lokalen (3,5m) kost het veel energie om de vereiste 500lux kunstverlichting op werkbladniveau te leveren. Les: Door de armaturen te verlagen en automatisch dimbaar te maken per zone is een aanzienlijke besparing te behalen. Daarvoor moet wel een stofvrij armatuurontwerp ontwikkeld worden.

6. Isolatie in relatie tot ventilatievoud; de enorme hoeveelheden lucht die door het gebouw moeten conform klasse A zorgen ervoor dat verdere isolatie boven Rc 5 geen toegevoegde waarde heeft. Ook de toepassing van tripple glas bleek voor dit ontwerp daardoor niet rendabel. Les: investeren in hele hoge isolatiewaarden bij een frisse school klasse A verdient zich niet terug.

In blogartikel deel 2 over dit onderwerp zullen we ingaan op nog 6 waardevolle lessen uit dit project. Ook zullen we aantonen hoe het ontwerp van deze brede school zich verhoudt tot andere duurzame scholen.

Graag horen we in de tussentijd uw ervaringen en lessen bij het ontwerp en realisatie van duurzame scholen (nieuwbouw of renovatie). Uw reactie hieronder wordt gewaardeerd! Door ervaringen te delen willen we niet alleen deze school verder optimaliseren, maar ook andere projecten helpen.

Projectpartners:
school: brede school Houthaven  (BVO 6569m2)
opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Stadsdeel West
schoolbesturen: AWBR en Amos
architect: Architectenbureau Marlies Rohmer Amsterdam
constructeur: Strackee Amsterdam
installatie-adviseur: Schreuder Alkmaar
bouwfysisch adviseur: Nelissen Eindhoven
duurzaamheidsadviseur: Aldus bouwinnovatie Amsterdam

 

Een frisse visie op duurzame scholenbouw:

Alles draait om visie!
Daar begint het inderdaad, maar hoe verder? De losse stellingen van de Expertmeeting uit Schooldomein nr.5 geven weinig gevoel voor prioriteit, concrete aanpak en realisatie. Wel kunnen wij ons inhoudelijk prima vinden in de stellingen en conclusies.

In het mei-nummer van Schooldomein wordt verslag gedaan van een discussie tussen 22 professionals over het thema duurzaamheid in onderwijshuisvesting. Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie en Stichting Living Daylights maakte deel uit van dit expert panel, die algemeen concludeerden dat: “alles om visie draait”.

Wij hebben echter te vaak gemerkt dat gerealiseerde schoolgebouwen ondanks aardige visies en ambities niet presteren zoals beoogd of zelfs volledig ondermaats. Hiervan zijn alle stakeholders de dupe. 8 van de 10 Nederlandse schoolgebouwen heeft een slecht binnenklimaat. Het wordt nog somberder als je bedenkt dat veel van deze scholen ook moderne nieuwe gebouwen betreft….

Uiteraard worden de eisen steeds hoger, waardoor de invloed en afhankelijkheid van techniek toeneemt. Juist bij die techniek gaat het vaak mis, maar vooral de integrale samenhang van maatregelen en componenten ontbreekt te vaak in de praktijk, in onze optiek.

Prioriteiten stellen
Hoe kunnen we dit beter ondervangen? Hoe borgen we dat goed bedoelde (duurzame) plannen ook werkelijkheid worden?
In onderwijshuisvesting zijn de bouwbudgetten nou eenmaal sterk gelimiteerd, op enkele ambitieuze etalage-projecten na. Het gaat volgens ons dus om prioriteiten stellen! Wat zouden we minimaal moeten bereiken en wat is daarna nog wenselijk? Ambities zijn goed, maar te hoge ambities zijn meestal funest voor een goede integrale oplossing!

De eerste prioriteit voor duurzaamheid ligt wat ons betreft bij de gebruikers en het creëren van een optimaal stimulerende leeromgeving. Concreet betekent dit dat gezondheidsaspecten in gebruiksfase (licht, lucht, ruimte, akoestiek en groen) voorrang boven alles moeten krijgen (prioriteit 1). Deze aspecten zijn namelijk direct in het belang van de leerlingen en leraren op scholen en dragen bij aan betere prestaties en minder ziekteverzuim.

Materiaalgebruik en flexibiliteit is prioriteit nummer 2. Wie duurzaamheid nastreeft zal zuinig en bewust moeten omgaan met grondstoffen en toekomstbestendige gebouwen moeten realiseren. Die flexibiliteit wordt ook vanuit de ontwikkeling van onderwijsvormen en brede scholen steeds meer gevraagd.

Prioriteit 3 is energieverbruik. Het nieuwe bouwbesluit stelt al vrij hoge eisen waaraan voldaan moet worden. Alleen nadat prioriteit 1 en 2 goed ingevuld zijn, zou je wat ons betreft moeten investeren in verdere verlaging van energieverbuik. Begin altijd bij de realisatie van een duurzaam casco, want de rest is veel makkelijker aan te passen op latere momenten. Voor dit thema is het de moeite waard om terugverdientijden te bepalen en aanvullende investeringsbudgetten te bespreken/ overwegen. Gedurende de exploitatie kan hiermee een aanzienlijke besparing worden behaald. Dat geldt eveneens voor duurzame energie-opwekking, maar realiseer je dat deze niet primair in belang is van de gebruikers en daarom nooit de gezondheidskwaliteit mag ondermijnen. Energiemaatregelen staan soms lijnrecht tegenover gezondheidsmaatregelen, zoals bijv. veel frisse lucht en natuurlijk licht versus goede isolatie.

Tenslotte vinden wij het cruciaal dat al deze maatregelen binnen een schoolproject zoveel mogelijk zichtbaar gemaakt worden voor de leerlingen. ZIj zijn de nieuwe generatie die op moeten groeien met het besef van, en waardering voor, onze leefomgeving. Een uitbundig groene speelplaats is hiervan onderdeel.

Ons advies
De vraag blijft nu: hoe hoog moet je inzetten op iedere prioriteit? Dit hangt van het budget af. Voor normale normvergoedingen valt er niet bijzonder veel te bereiken op gebied van duurzaamheid.  Met goede architectuur kan echter al een acceptabele basiskwaliteit behaald worden, en zeker meer dan het deprimerende “sober en doelmatig”  doet vermoeden. Het architectonische beeld dient dan wel ondergeschikt te zijn aan ruimtebeleving en overmaat.  Als goede standaard voor gezondheid adviseren wij om Frisse Scholen klasse B te hanteren op gebied van luchtkwaliteit, thermisch, visueel en akoestisch comfort. Heeft u dan nog budget beschikbaar? Richt u dan op verdere verbetering van energiebesparing. De grote hoeveelheden verse lucht plus de warmtecapaciteit van leerlingen rechtvaardige daarentegen geen extreem hoge isolatiewaarden boven Rc =5.

Wij hebben het voorrecht om aan verschillende schoolprojecten te mogen bijdragen, van verschillende ambitieniveaus. Ieder project en ambitieniveau kent grote uitdagingen. De belangrijkste is: om waar te maken! Hiervoor dienen in onze optiek de zorgvuldig samenhangende maatregelen nauwkeurig uitgewerkt te worden, en hun boogde prestatie helder omschreven te zijn. In de bouw en realisatie dient men gecontroleerd te worden op, en verantwoordelijk gehouden voor, deze prestaties.

Makkelijk gezegd? Ja natuurlijk!  Het is in de praktijk hard (samen)werken om dit voor elkaar te krijgen, met veel genoegen!

ir. Olivier Lauteslager; duurzaamheidsadviseur onderwijshuisvesting

Lees de relevante visies van andere professionals tijdens de expertmeeting van Schooldomein hier!