Lessen van een klimaatneutrale én frisse school, deel 2

In deel 1 van lessen van een klimaatneutrale én frisse school gaven we 6 uitdagingen waar we in het ontwerp van brede school Houthaven tegenaan zijn gelopen. In deel 2 geven we nog een zestal prijs.  Tenslotte vergelijken we het ontwerp met de duurzame scholen uit het UKP NESK programma om  het bereikte resultaat te kunnen vergelijken. Hiernaast wordt de GPR score van het Definitieve Ontwerp weergegeven. (de milieuscore is relatief laag vanwege de negatieve impact van veel PhotoVoltaische panelen)

7. Warmteterugwinning in relatie tot luchtvochtigheid:  Frisse scholen klasse A stelt een WTW rendement van 90%. DIt blijkt in de praktijk tot hele dure en grote luchtbehandelingskasten te leiden die uitgevoerd zijn met een plaatwisselaar. Het nadeel hiervan is dat de luchtvochtigheid in het gebouw (te) laag wordt en er een extra bevochtiger in de installatie opgenomen moet worden. Deze kost weer energie en dus PV compensatie. Om redenen van energie, kosten, ruimtegebrek en comfort is daarom gekozen voor een warmtewiel met een rendement van 85%. Les: energetisch en prijstechnisch bekeken is een (goed) warmtewiel voor een klimaatneutrale en frisse school een verstandige en acceptabele keuze.

8. Uitvoering PV panelen; de beperkte dakruimte op de school voor opwekking van het totale gebouwgebonden energieverbruik verplichtte het ontwerpteam om tot een PV installatie met hoogst mogelijke opbrengst te komen. Les: Uit ons onderzoek blijkt dat een symmetrische Oost-West opstelling onder 10 graden, hier meer geïnstalleerd vermogen oplevert dan Zuid georiënteerde panelen op 35 graden. Daarnaast is het van belang om de panelen zo laat mogelijk in te kopen, zodat het project optimaal kan profiteren van de steeds beter presterende PV panelen.

9. Invloed gebruiker: Frisse scholen schrijft een zekere invloed van de gebruiker voor op haar binnenklimaat. Vanuit comfort en beleving vinden wij maximale invloed van groot belang. Vanuit energetisch oogpunt blijkt deze individuele invloed niet heel bevorderlijk. Les: een installatie dient te reageren op iedere individuele aanpassing en volledig afgestemd te zijn op elkaar.

10. Compensatie van primaire energie; Om aan de definitie van klimaatneutraal (A’dam) te voldoen, moet het gebouwgebonden energieverbuik worden gecompenseerd op de locatie. Dit betekent dat het energieverbruik moet worden omgezet in primaire energie, waarbij je rekening dient te houden met het opwekkingsrendement van de aangeleverde energie (stadswarmte). De consequentie hiervan is dat het gebouw de CO2 dient te compenseren van de aangeleverde energie, terwijl het geen invloed heeft op het opwekkingsrendement. Desalniettemin bleek stadswarmte de meest gunstige keuze, wat door bovenstaande moeilijk te beargumenteren was aan de stakeholders van het project. Het lijkt namelijk logischer om alleen het verbruik te compenseren waar het gebouw daadwerkelijk invloed op heeft, maar dat is niet conform de definitie “klimaatneutraal” van de gemeente Amsterdam. Les: heldere communicatie van definities en consequenties, bij voorkeur aan de hand van illustraties is noodzakelijk vanaf start project.

11. Alle aandacht voor de twee hoofdambities leidt af van andere belangrijke waarden zoals groenvoorzieningen en educatieve mogelijkheden van duurzaamheid. Hoewel we deze aspecten goed geborgd hebben in het programma van eisen dreigen ze continu onder te sneeuwen. Les: blijf duurzame waarden die van belang zijn voor de gebruikers continu onder de aandacht brengen.

12. Toetsing van prestaties: het ontwerp is op het scherpst van de snede gemaakt om de moeilijke balans tussen gezondheid en energiezuinigheid te kunnen realiseren. Of het gebouw (en installaties) ook aan de vereiste prestaties zal voldoen, hangt volledig af van de uitvoering en het gebruik. Les: het uitvoeringsteam zal zich continu op de prestaties moeten richten en deze in de praktijk moeten toetsen aan de voorschriften. In het ontwerp moet daarom rekening gehouden worden met het meetbaar maken van prestaties. Manieren voor het vastleggen van prestatie-afspraken worden momenteel serieus overwogen.

De genoemde uitdagingen hebben tot een interessant proces geleid, met een prachtig en afgewogen resultaat. Het blijkt nodig om op sommige aspecten concessies te doen, die wat ons betreft nooit aan de basale gezondheidsvoorwaarden mogen tornen. Dat is in dit bijzondere ontwerp gelukt, dankzij de volharding van ontwerpteam en uitgesproken motivatie van de gemeente. Brede school Houthaven behoort daarmee bij oplevering tot de duurzaamste scholen van het land. In het tabel in deze link wordt een vergelijking gemaakt tussen 8 duurzame scholen uit het UKP NESK programma van AgentschapNL, waaraan we brede school Houthaven hebben toegevoegd. Hieruit wordt duidelijk dat de school (zonder subsidie) deze lijst aanvoert, en een stap zet naar verdere verduurzaming van onderwijshuisvesting.

(voor een verwijzing naar het volledige artikel over de UKP NESK scholen in de initiatieffase van AgentschapNL klik hier)

Maar we zijn er nog niet! De school moet nog aanbesteed en gebouwd worden. Pas in het gebruik zal zij zich kunnen bewijzen…
Graag vernemen we weer uw ervaringen en lessen bij het ontwerp en realisatie van duurzame scholen (nieuwbouw of renovatie) waarbij u betrokken bent (geweest).

Projectpartners:
brede school Houthaven  (BVO 6569m2)
opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Stadsdeel West
schoolbesturen: AWBR en Amos
architect: Architectenbureau Marlies Rohmer Amsterdam
constructeur: Strackee Amsterdam
installatie-adviseur: Schreuder Alkmaar
bouwfysisch adviseur: Nelissen Eindhoven
duurzaamheidsadviseur: Aldus bouwinnovatie Amsterdam

Advertenties

Lessen van een klimaatneutrale én frisse school, deel 1

klimaatneutrale brede school Houthaven Architectenbureau Marlies Rohmer

Sinds december 2011 is het ontwerpteam onder aanvoering van Architectenbureau Marlies Rohmer intensief bezig met de uitwerking van het ontwerp voor de nieuwe brede school Houthaven in Amsterdam. Het definitief ontwerp is inmiddels afgerond en momenteel wordt het bestek opgesteld;  een mooi moment om eens terug te kijken op het ontwerpproces en de resultaten! Wat kunnen we ervan leren?

Bij de ambitiebepaling van deze nieuwe school was het al duidelijk dat de lat erg hoog werd gelegd, door zowel gezondheid als energieprestatie op het hoogste niveau in te schalen: Frisse School Klasse A en Klimaatneutraal (vlgs def. gem. A’dam). Een intensieve en complexe zoektocht naar optimalisatie van gebouw en installaties volgde.

Samengevat werd de grootste spanning veroorzaakt door de enorme hoeveelheden frisse lucht en licht gecombineerd met weinig energieverbruik (en compensatie) binnen de budgetten en architectonische mogelijkheden. Veel verse lucht (1200m3/uur per groepsruimte) betekent een grote hoeveelheid energie aan ventilatievermogen. Veel natuurlijk daglicht (8%) heeft een slecht effect op de isolerende werking, wat zowel in de winter als zomer tot meer energieverbruik leidt.

Waar liepen we tegenaan (onderstaand is een selectie in willekeurige volgorde)?

1. Daglichtfactor in relatie tot compact gebouw: Om tot een daglichtfactor van 8% te komen (klasse A) is realistisch gezien daglichttoetreding van 2 kanten noodzakelijk. Een compact gebouw is (o.a.) nodig om tot een uiterst energiezuinig ontwerp te komen. Tweezijdig licht is dan niet altijd mogelijk. Vanuit gezondheidsoverwegingen vinden wij een daglichtfactor van 5% acceptabel op deze plekken. Les: DLF 8% door 2-zijdige daglichttoetreding is niet altijd mogelijk en ook niet noodzakelijk. Waar mogelijk wel nastreven!

2. EPC in relatie tot klimaatneutrale prestatie: De rekenmethodiek van de EPC norm is niet geschikt voor gebouwen met een EPC waarde < 0,5. Les: Om tot een klimaatneutrale prestatie (benadering van EPC=0) te komen is het noodzakelijk om onderbouwde gelijksheidsverklaringen op te stellen.

3. Gelijktijdige bezetting van gebouw: door een realistische berekening te maken van de bezetting van het gebouw blijkt het mogelijk om de gestelde 800ppm (CO2 concentratie) te behalen bij een lagere ventilatievoud. Les: eis voor maximale C02 concentratie is leidend boven de ventilatievoud, die geoptimaliseerd kan worden door de maximale bezetting te bepalen tov de rekennorm.

4. Complexiteit van EPC optimalisatie; het zoeken en doorrekenen van energetische optimalisaties blijkt uitermate complex vanwege de sterke onderlinge verbanden tussen installatietechnische maatregelen en consequenties op alle fronten. Voorbeeld: op enig moment bleek een maatregel tot gevolg te hebben dat een lokaal aan de noordzijde bij >30 graden buitentemperatuur verwarmd zou moeten worden op moment dat aan de zuidzijde de koeling aanstond. Les: Veel tijd, focus, kennis en samenwerking tussen disciplines is vereist (= integraal en iteratief ontwerpen).

5. Besparing op kunstlicht; door de grote interne hoogte van lokalen (3,5m) kost het veel energie om de vereiste 500lux kunstverlichting op werkbladniveau te leveren. Les: Door de armaturen te verlagen en automatisch dimbaar te maken per zone is een aanzienlijke besparing te behalen. Daarvoor moet wel een stofvrij armatuurontwerp ontwikkeld worden.

6. Isolatie in relatie tot ventilatievoud; de enorme hoeveelheden lucht die door het gebouw moeten conform klasse A zorgen ervoor dat verdere isolatie boven Rc 5 geen toegevoegde waarde heeft. Ook de toepassing van tripple glas bleek voor dit ontwerp daardoor niet rendabel. Les: investeren in hele hoge isolatiewaarden bij een frisse school klasse A verdient zich niet terug.

In blogartikel deel 2 over dit onderwerp zullen we ingaan op nog 6 waardevolle lessen uit dit project. Ook zullen we aantonen hoe het ontwerp van deze brede school zich verhoudt tot andere duurzame scholen.

Graag horen we in de tussentijd uw ervaringen en lessen bij het ontwerp en realisatie van duurzame scholen (nieuwbouw of renovatie). Uw reactie hieronder wordt gewaardeerd! Door ervaringen te delen willen we niet alleen deze school verder optimaliseren, maar ook andere projecten helpen.

Projectpartners:
school: brede school Houthaven  (BVO 6569m2)
opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Stadsdeel West
schoolbesturen: AWBR en Amos
architect: Architectenbureau Marlies Rohmer Amsterdam
constructeur: Strackee Amsterdam
installatie-adviseur: Schreuder Alkmaar
bouwfysisch adviseur: Nelissen Eindhoven
duurzaamheidsadviseur: Aldus bouwinnovatie Amsterdam