Gezocht: natuurlijke schoolgebouwen

The Green School BaliTerwijl wij druk bezig zijn met de circulaire economie, en in bijzonder met biobased bouwen, blijven we sterk vertegenwoordigd in duurzame onderwijshuisvesting. Dat is toch prima te combineren? In de praktijk valt dat tegen, maar in mijn droom komen deze 2 onderwerpen samen!

Circulaire economie:
De circulaire economie is regeneratief (hernieuwbaar), bestaande uit een biologische en technische kringloop. In de biologische kringloop komen grondstoffen terug in de biosfeer. In de technische kringloop worden materialen zo lang en hoogwaardig mogelijk in omloop gehouden. De circulaire economie draait op duurzame energie. Bij circulair bouwen worden deze principes gebuikt om gebieden en gebouwen te creëren die onderdeel zijn van een ecosysteem die zelfvoorzienend en niet belastend is voor de aarde.

Duurzame onderwijshuisvesting:
Een duurzaam schoolgebouw faciliteert (wat mij betreft) primair het leerproces, door een gezond en stimulerend binnenklimaat bij lage exploitatielasten (energieverbruik en onderhoudskosten).

Bij schoolgebouwen overheerst over het algemeen nog steeds de “sober en doelmatig” ambitie, mede ingegeven natuurlijk vanuit overwegend krappe budgetten in de sector. Het programma Frisse Scholen heeft het belang van integrale duurzaamheid (gezond binnenklimaat en laag energieverbruik) gelukkig vergroot, maar implementatie in de praktijk gaat niet snel en soepel (genoeg). Vanwege de hoge bezetting en het intensieve gebruik is het belang van zware prestatie-eisen groot. Meer dan 75% van de schoolgebouwen voldoen echter nog niet eens aan de laagste klasse. Daaronder lijdt de kwetsbare doelgroep dagelijks. Bij scholen die wel gezond en duurzaam ontworpen zijn valt op dat er een grote afhankelijkheid van (vaak complexe)  installaties gecreëerd is, met allerlei problemen in gebruik en onderhoud tot gevolg.

Termen als circulair of biobased komen nog niet of nauwelijks voor in het vocabulaire van duurzame onderwijshuisvesting, waarschijnlijk vanuit de overtuiging of angst dat het de zaken alleen maar complexer maakt. Dat is (deels) onterecht naar mijn idee. Ik ben namelijk hiervan overtuigd: een biobased schoolgebouw kan met minder installaties tot een beter binnenklimaat leiden, bij een lager energieverbruik!

Natuurlijke materialen scheiden geen schadelijke stoffen af en hebben vaak goede akoestische eigenschappen. En dampopen constructies hebben een natuurlijke vochtregulerende werking. Temperatuur, vochtgehalte en luchtkwaliteit zijn van nature beter in biobased gebouwen. In theorie kan de mate van luchtverversing daarbij lager zijn. Aangevuld met natuurlijke ventilatie kom je op deze manier op en simpel en robuust systeem uit. Uiteraard vergt ook deze strategie zorgvuldige detaillering en uitvoering.

Als vader en ondernemer wil ik niets liever dan kinderen een natuurlijke leeromgeving bieden, vanuit de overtuiging dat dit de gezondheid en leerprestaties bevordert! De materialen kunnen we lokaal laten groeien, waarbij CO2 wordt opgeslagen. Bij afdanking houden we altijd waardevolle reststoffen over, dus ook nog goed voor milieu en toekomstige generaties!

Wie deelt deze droom en mogen wij helpen om zo’n natuurlijk schoolgebouw te realiseren? Let me know!
Met gezonde groet, Olivier Lauteslager

PS: de foto is van de Green School in Bali, de ultieme vorm van een natuurlijke school en duurzame educatie. Niet op deze manier geschikt in ons klimaat uiteraard, maar probeer eens aan te voelen wat zo’n concept met je doet…

Advertenties

Een frisse visie op duurzame scholenbouw:

Alles draait om visie!
Daar begint het inderdaad, maar hoe verder? De losse stellingen van de Expertmeeting uit Schooldomein nr.5 geven weinig gevoel voor prioriteit, concrete aanpak en realisatie. Wel kunnen wij ons inhoudelijk prima vinden in de stellingen en conclusies.

In het mei-nummer van Schooldomein wordt verslag gedaan van een discussie tussen 22 professionals over het thema duurzaamheid in onderwijshuisvesting. Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie en Stichting Living Daylights maakte deel uit van dit expert panel, die algemeen concludeerden dat: “alles om visie draait”.

Wij hebben echter te vaak gemerkt dat gerealiseerde schoolgebouwen ondanks aardige visies en ambities niet presteren zoals beoogd of zelfs volledig ondermaats. Hiervan zijn alle stakeholders de dupe. 8 van de 10 Nederlandse schoolgebouwen heeft een slecht binnenklimaat. Het wordt nog somberder als je bedenkt dat veel van deze scholen ook moderne nieuwe gebouwen betreft….

Uiteraard worden de eisen steeds hoger, waardoor de invloed en afhankelijkheid van techniek toeneemt. Juist bij die techniek gaat het vaak mis, maar vooral de integrale samenhang van maatregelen en componenten ontbreekt te vaak in de praktijk, in onze optiek.

Prioriteiten stellen
Hoe kunnen we dit beter ondervangen? Hoe borgen we dat goed bedoelde (duurzame) plannen ook werkelijkheid worden?
In onderwijshuisvesting zijn de bouwbudgetten nou eenmaal sterk gelimiteerd, op enkele ambitieuze etalage-projecten na. Het gaat volgens ons dus om prioriteiten stellen! Wat zouden we minimaal moeten bereiken en wat is daarna nog wenselijk? Ambities zijn goed, maar te hoge ambities zijn meestal funest voor een goede integrale oplossing!

De eerste prioriteit voor duurzaamheid ligt wat ons betreft bij de gebruikers en het creëren van een optimaal stimulerende leeromgeving. Concreet betekent dit dat gezondheidsaspecten in gebruiksfase (licht, lucht, ruimte, akoestiek en groen) voorrang boven alles moeten krijgen (prioriteit 1). Deze aspecten zijn namelijk direct in het belang van de leerlingen en leraren op scholen en dragen bij aan betere prestaties en minder ziekteverzuim.

Materiaalgebruik en flexibiliteit is prioriteit nummer 2. Wie duurzaamheid nastreeft zal zuinig en bewust moeten omgaan met grondstoffen en toekomstbestendige gebouwen moeten realiseren. Die flexibiliteit wordt ook vanuit de ontwikkeling van onderwijsvormen en brede scholen steeds meer gevraagd.

Prioriteit 3 is energieverbruik. Het nieuwe bouwbesluit stelt al vrij hoge eisen waaraan voldaan moet worden. Alleen nadat prioriteit 1 en 2 goed ingevuld zijn, zou je wat ons betreft moeten investeren in verdere verlaging van energieverbuik. Begin altijd bij de realisatie van een duurzaam casco, want de rest is veel makkelijker aan te passen op latere momenten. Voor dit thema is het de moeite waard om terugverdientijden te bepalen en aanvullende investeringsbudgetten te bespreken/ overwegen. Gedurende de exploitatie kan hiermee een aanzienlijke besparing worden behaald. Dat geldt eveneens voor duurzame energie-opwekking, maar realiseer je dat deze niet primair in belang is van de gebruikers en daarom nooit de gezondheidskwaliteit mag ondermijnen. Energiemaatregelen staan soms lijnrecht tegenover gezondheidsmaatregelen, zoals bijv. veel frisse lucht en natuurlijk licht versus goede isolatie.

Tenslotte vinden wij het cruciaal dat al deze maatregelen binnen een schoolproject zoveel mogelijk zichtbaar gemaakt worden voor de leerlingen. ZIj zijn de nieuwe generatie die op moeten groeien met het besef van, en waardering voor, onze leefomgeving. Een uitbundig groene speelplaats is hiervan onderdeel.

Ons advies
De vraag blijft nu: hoe hoog moet je inzetten op iedere prioriteit? Dit hangt van het budget af. Voor normale normvergoedingen valt er niet bijzonder veel te bereiken op gebied van duurzaamheid.  Met goede architectuur kan echter al een acceptabele basiskwaliteit behaald worden, en zeker meer dan het deprimerende “sober en doelmatig”  doet vermoeden. Het architectonische beeld dient dan wel ondergeschikt te zijn aan ruimtebeleving en overmaat.  Als goede standaard voor gezondheid adviseren wij om Frisse Scholen klasse B te hanteren op gebied van luchtkwaliteit, thermisch, visueel en akoestisch comfort. Heeft u dan nog budget beschikbaar? Richt u dan op verdere verbetering van energiebesparing. De grote hoeveelheden verse lucht plus de warmtecapaciteit van leerlingen rechtvaardige daarentegen geen extreem hoge isolatiewaarden boven Rc =5.

Wij hebben het voorrecht om aan verschillende schoolprojecten te mogen bijdragen, van verschillende ambitieniveaus. Ieder project en ambitieniveau kent grote uitdagingen. De belangrijkste is: om waar te maken! Hiervoor dienen in onze optiek de zorgvuldig samenhangende maatregelen nauwkeurig uitgewerkt te worden, en hun boogde prestatie helder omschreven te zijn. In de bouw en realisatie dient men gecontroleerd te worden op, en verantwoordelijk gehouden voor, deze prestaties.

Makkelijk gezegd? Ja natuurlijk!  Het is in de praktijk hard (samen)werken om dit voor elkaar te krijgen, met veel genoegen!

ir. Olivier Lauteslager; duurzaamheidsadviseur onderwijshuisvesting

Lees de relevante visies van andere professionals tijdens de expertmeeting van Schooldomein hier!