Gebruik GPR (en BREEAM) niet als doel, maar als tool!

impressie Voorthuijse_GPR

Duurzaamheidsinstrumenten worden in de praktijk te veel gebruikt om punten te scoren, door het aanvinken van maatregelen waarmee op papier de hoogste score wordt gehaald. De grote verscheidenheid aan onderwerpen (modules) suggereert een integrale aanpak, echter deze is alleen gegarandeerd wanneer alternatieve mogelijkheden worden getoetst op de consequenties voor het samenhangende geheel. Voor een project in Leiden toetsten wij het ontwerp op de gestelde ambities.

Voor een controle van uw ontwerp en een optimalisatie-advies mbv GPR Gebouw, klik hier: Aanbod ontwerptoets GPR Gebouw!

Door de toenemende vraag naar duurzame gebouwen wordt er steeds vaker gezocht naar een methode om de gestelde ambitie te bepalen en toetsen, aangezien het bouwbesluit hier niet toereikend voor is. Veel Gemeenten gebruiken hiervoor het toetsingsinstrument GPR Gebouw, ontwikkeld door de Gemeente Tilburg en W/E adviseurs. GPR Gebouw geeft inzicht in de duurzaamheid van een gebouw, gebruikmakend van de meest recente methodes en ontwikkelingen. Na invoer van de gegevens worden prestaties zichtbaar op de modules Energie, Materialen, Afval, Water, Gezondheid, en Woonkwaliteit.

GPR Gebouw is een accurate methode: scores worden bepaald op basis van genormeerde rekenregels (energieprestatie), onafhankelijk onderzoek en beschikbare methodieken (LCA studies naar milieueffect van materialen, Politiekeurmerk Veilig Wonen) en inzicht van deskundigen (gezondheid, toekomstwaarde). Door van te voren een ambitie te bepalen en in te voeren kan eenvoudig de behaalde score vergeleken worden en zonodig kunnen verbeterpunten worden aangedragen.

Steeds meer gemeentes stellen een ambitie van een gemiddelde GPR score van 7. Dit is een score die niet zo maar gehaald kan worden, met name op het gebied van energie en milieu (materiaalgebruik) vraagt dit extra aandacht.

Voor PFC2 heeft Aldus de bouwaanvraag voor het woningbouwproject Voorthuijsen Driehoek Leiden (ontwerp rphs architecten) getoetst aan de door de Gemeente Leiden gestelde duurzaamheidsambitie. De Gemeente wil dat het project voldoet aan hun Regionale Duurzaam Bouwen+ (DUBO+) richtlijn. Uitgangspunt van deze richtlijn is het bouwen en beheren van gebouwen in hun omgeving, waarbij de schade aan het milieu in alle stadia, van ontwerp tot sloop, zoveel mogelijk beperkt blijft. Dit wordt bereikt door verantwoord om te gaan met energie, grondstoffen, materialen en gezondheid.

Concreet betekent dit voor woningbouwprojecten:

  • Projecten worden getoetst door middel van GPR-Gebouw, de minimale score een 7 is, met minimaal een 7,5 voor energie
  • 25% CO2 reductie bij > 200 woningen
  • Het gebruik van hout uit duurzaam beheerde bossen (FsC keurmerk)
  • Het voorkomen van uitlogen van bouwmaterialen koper, zink en lood naar hemel/oppervlaktewater
  • Betere geluidsisolatie woningscheidende constructie voor zowel lucht- als contactgeluid met +5dB tot +10dB

In de ontwerpfase zijn verschillende duurzame alternatieve maatregelen onderzocht, mede op stedenbouwkundig niveau, die hebben bijgedragen aan het integrale concept.
Op basis van de bouwaanvraag en het opgestelde GPR profiel heeft Aldus een aantal aanbevelingen gedaan om beter te voldoen aan de gestelde eisen.

Om de energiescore te halen bleken aanvullende maatregelen nodig, zoals toepassing van een hotfill en zonneboilers. Op materiaalniveau diende de milieuscore verder verlaagd te worden door bijvoorbeeld toepassing van duurzaam hout en EPDM (ipv bitumen). Vanuit het integrale concept zijn de extra maatregelen een goede, nuttige en afgewogen aanvulling.

Wat zijn uw ervaringen met het werken met duurzaamheidsinstrumenten?

Advertenties

Maakt u al deel uit van de Re-Generatie?

Onze duurzame toekomst zal gevormd worden door een samenleving (de Re-Generatie) met een “nieuwe” mentaliteit: leven in harmonie met moeder aarde en elkaar!
Om dit te bereiken moeten Economie en Ecologie nauw gaan samenwerken, gericht op regeneratie van de aarde en haar bewoners.

Graag presenteren wij u ons beeld van een duurzame toekomst, die een antwoord en uitweg biedt voor de grote problemen waarin het industriële tijdperk ons geplaatst heeft. Het is een realistisch en positief scenario dat gebaseerd is op hele oude én hele moderne kennis, welke grotendeels voorhanden zijn. We baseren ons hiervoor op concrete ervaringen en resultaten uit lopende projecten. De uitdaging ligt in de grootschalige gedragsverandering die hieraan ten grondslag ligt. Welkom in de wereld van Re-Generatie:

Onze duurzame toekomst (jaartal irrelevant) zal volgens ons om verschillende redenen uit 3 onlosmakelijke hoofdcomponenten bestaan:

  1. We leven in een circulaire economie, waarin we onze materialen regenereren.
  2. We zijn in hoge mate zelfvoorzienend, doordat we energie en voeding lokaal regenereren.
  3. We hebben een hoog niveau van welzijn, door regeneratie van van ons zelf-herstellend vermogen.

Circulaire economie
Eindige grondstoffen hebben ons gedwongen om véél zuiniger om te gaan met onze materialen, door deze constant met behulp van recycling terug te brengen in onze productieprocessen. We zijn op grote schaal afhankelijk van biobased materialen, die volledig hernieuwbaar zijn. Afval is voedsel conform het Cradle 2 Cradle principe. Zowel op technologisch niveau als ecologisch niveau hebben we onze kringlopen gesloten. Bedrijven waarvan restproducten grondstoffen zijn voor andere bedrijven hebben elkaar geografisch opgezocht, waardoor een soort industriële ecologie is ontstaan.

Zelfvoorziening
Gemeenschappen zijn vrijwel volledig onafhankelijk geworden van invloeden van buitenaf voor wat betreft hun energie-, voedsel en materiaalvoorziening. Dit betekent dat ze zelf in hun basisbehoeften kunnen voorzien en alleen extra’s en luxe nog importeren. De locatie bepaalt welke soort zelfvoorziening het meest geschikt is. Energie wordt lokaal duurzaam opgewekt met behulp van wind-, zonne-energie, geothermie en biomassa. Voedsel wordt weer dichter bij huis verbouwd. We eten aanzienlijk minder vlees, en verbouwen geen mono-culturen op industriële wijze meer. Onze bouwmethodieken- en materialisatie hangen eveneens grotendeels af van wat de natuurlijke omgeving te bieden heeft.

Welzijn
Niet welvaart, maar welzijn is het streven van de maatschappij. Fysieke en psychische gezondheid worden bereikt door meer in balans en contact met de (plaatselijke) natuur te leven. Niet productiviteit en efficiëntie zijn meer maatgevend, maar geluk en zorgzaamheid voor elkaar en je omgeving zijn tegenwoordig de maatstaf.

Het resultaat is een sterke verwevenheid en betrokkenheid tussen natuur, industrie, landbouw en wonen, wat zich veel meer door en naast elkaar afspeelt. Transport van personen en goederen is hierdoor drastisch afgenomen. De gelijkwaardige samenwerking tussen Economie en Ecologie is de enige mogelijkheid voor een langdurig bestaan op een hoog welzijnsniveau met 8 miljard mensen op één aarde.

Voor veel mensen klinkt dit beeld als een stap terug naar de 19e eeuw (pre-industriële tijdperk).  Voor een gedeelte is dat zo, maar dan hoofdzakelijk ten aanzien van de goede aspecten uit die tijd waarin gemeenschappen veel veerkrachtiger waren. In de toekomst blijven we profiteren van moderne en innovatieve technologieën ten behoeve van bijvoorbeeld onze communicatie, energievoorziening en gezondheidszorg. In deze combinatie maken we een belangrijke stap voorwaarts waarin we ons voortbestaan veilig stellen door in harmonie met de natuur te leven en technologie te ontwikkelen die dit ondersteunt.

Wanneer is deze duurzame toekomst een feit? Dat is nog moeilijk te zeggen, maar hoe eerder hoe beter staat vast. Klimaatverandering (temperatuurstijging) en eindige grondstoffen (zoals fossiele brandstoffen) zullen op korte termijn dergelijke grote consequenties hebben voor de samenleving dat verandering onvermijdelijk is. We zullen hiervoor vooral ons gedrag en gewoontes moeten aanpassen, hetzij vrijwillig op korte termijn, hetzij gedwongen op x termijn. Hoe eerder we aanpassen hoe hoger ons niveau van welzijn kan worden!

Alle adviestrajecten die wij uitvoeren ten behoeve van duurzame gebouwen (+ omgevingen) en ten behoeve van innovatieve producten zijn concrete acties richting dit drievoudige toekomstperspectief. We realiseren daarmee stapsgewijs de verwezenlijking van deze visie. Dat betekent niet dat ieder project nu al op deze 3 niveaus maximaal scoort, maar wel dat de mogelijkheden hieraan getoetst zijn en dat er op basis van prioriteitsstelling en haalbaarheid integrale keuzes gemaakt worden. Des te meer mensen meedoen, des te beter!

We vernemen graag uw aanvullingen, commentaar of visie hieronder!   

 

Een frisse visie op duurzame scholenbouw:

Alles draait om visie!
Daar begint het inderdaad, maar hoe verder? De losse stellingen van de Expertmeeting uit Schooldomein nr.5 geven weinig gevoel voor prioriteit, concrete aanpak en realisatie. Wel kunnen wij ons inhoudelijk prima vinden in de stellingen en conclusies.

In het mei-nummer van Schooldomein wordt verslag gedaan van een discussie tussen 22 professionals over het thema duurzaamheid in onderwijshuisvesting. Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie en Stichting Living Daylights maakte deel uit van dit expert panel, die algemeen concludeerden dat: “alles om visie draait”.

Wij hebben echter te vaak gemerkt dat gerealiseerde schoolgebouwen ondanks aardige visies en ambities niet presteren zoals beoogd of zelfs volledig ondermaats. Hiervan zijn alle stakeholders de dupe. 8 van de 10 Nederlandse schoolgebouwen heeft een slecht binnenklimaat. Het wordt nog somberder als je bedenkt dat veel van deze scholen ook moderne nieuwe gebouwen betreft….

Uiteraard worden de eisen steeds hoger, waardoor de invloed en afhankelijkheid van techniek toeneemt. Juist bij die techniek gaat het vaak mis, maar vooral de integrale samenhang van maatregelen en componenten ontbreekt te vaak in de praktijk, in onze optiek.

Prioriteiten stellen
Hoe kunnen we dit beter ondervangen? Hoe borgen we dat goed bedoelde (duurzame) plannen ook werkelijkheid worden?
In onderwijshuisvesting zijn de bouwbudgetten nou eenmaal sterk gelimiteerd, op enkele ambitieuze etalage-projecten na. Het gaat volgens ons dus om prioriteiten stellen! Wat zouden we minimaal moeten bereiken en wat is daarna nog wenselijk? Ambities zijn goed, maar te hoge ambities zijn meestal funest voor een goede integrale oplossing!

De eerste prioriteit voor duurzaamheid ligt wat ons betreft bij de gebruikers en het creëren van een optimaal stimulerende leeromgeving. Concreet betekent dit dat gezondheidsaspecten in gebruiksfase (licht, lucht, ruimte, akoestiek en groen) voorrang boven alles moeten krijgen (prioriteit 1). Deze aspecten zijn namelijk direct in het belang van de leerlingen en leraren op scholen en dragen bij aan betere prestaties en minder ziekteverzuim.

Materiaalgebruik en flexibiliteit is prioriteit nummer 2. Wie duurzaamheid nastreeft zal zuinig en bewust moeten omgaan met grondstoffen en toekomstbestendige gebouwen moeten realiseren. Die flexibiliteit wordt ook vanuit de ontwikkeling van onderwijsvormen en brede scholen steeds meer gevraagd.

Prioriteit 3 is energieverbruik. Het nieuwe bouwbesluit stelt al vrij hoge eisen waaraan voldaan moet worden. Alleen nadat prioriteit 1 en 2 goed ingevuld zijn, zou je wat ons betreft moeten investeren in verdere verlaging van energieverbuik. Begin altijd bij de realisatie van een duurzaam casco, want de rest is veel makkelijker aan te passen op latere momenten. Voor dit thema is het de moeite waard om terugverdientijden te bepalen en aanvullende investeringsbudgetten te bespreken/ overwegen. Gedurende de exploitatie kan hiermee een aanzienlijke besparing worden behaald. Dat geldt eveneens voor duurzame energie-opwekking, maar realiseer je dat deze niet primair in belang is van de gebruikers en daarom nooit de gezondheidskwaliteit mag ondermijnen. Energiemaatregelen staan soms lijnrecht tegenover gezondheidsmaatregelen, zoals bijv. veel frisse lucht en natuurlijk licht versus goede isolatie.

Tenslotte vinden wij het cruciaal dat al deze maatregelen binnen een schoolproject zoveel mogelijk zichtbaar gemaakt worden voor de leerlingen. ZIj zijn de nieuwe generatie die op moeten groeien met het besef van, en waardering voor, onze leefomgeving. Een uitbundig groene speelplaats is hiervan onderdeel.

Ons advies
De vraag blijft nu: hoe hoog moet je inzetten op iedere prioriteit? Dit hangt van het budget af. Voor normale normvergoedingen valt er niet bijzonder veel te bereiken op gebied van duurzaamheid.  Met goede architectuur kan echter al een acceptabele basiskwaliteit behaald worden, en zeker meer dan het deprimerende “sober en doelmatig”  doet vermoeden. Het architectonische beeld dient dan wel ondergeschikt te zijn aan ruimtebeleving en overmaat.  Als goede standaard voor gezondheid adviseren wij om Frisse Scholen klasse B te hanteren op gebied van luchtkwaliteit, thermisch, visueel en akoestisch comfort. Heeft u dan nog budget beschikbaar? Richt u dan op verdere verbetering van energiebesparing. De grote hoeveelheden verse lucht plus de warmtecapaciteit van leerlingen rechtvaardige daarentegen geen extreem hoge isolatiewaarden boven Rc =5.

Wij hebben het voorrecht om aan verschillende schoolprojecten te mogen bijdragen, van verschillende ambitieniveaus. Ieder project en ambitieniveau kent grote uitdagingen. De belangrijkste is: om waar te maken! Hiervoor dienen in onze optiek de zorgvuldig samenhangende maatregelen nauwkeurig uitgewerkt te worden, en hun boogde prestatie helder omschreven te zijn. In de bouw en realisatie dient men gecontroleerd te worden op, en verantwoordelijk gehouden voor, deze prestaties.

Makkelijk gezegd? Ja natuurlijk!  Het is in de praktijk hard (samen)werken om dit voor elkaar te krijgen, met veel genoegen!

ir. Olivier Lauteslager; duurzaamheidsadviseur onderwijshuisvesting

Lees de relevante visies van andere professionals tijdens de expertmeeting van Schooldomein hier!