Duurzaamheid is energieverspilling!

measureHet is niet meer aan mensen zoals wij (duurzaamheidsadviseurs) om voor te schrijven hoe een gebouw duurzaam gerealiseerd moet worden. “Waarom niet? Er zijn toch specialisten nodig om te bepalen welke ambities reëel zijn en welke maatregelen het meest efficiënt en effectief zijn?” Jawel, maar dat levert in de praktijk te weinig garanties op voor een duurzaam gebruikt gebouw (of woning of omgeving).

In onze dagelijkse werk zijn wij steeds meer bezig om ambities in de praktijk te borgen, en neemt u van ons aan dat dit veel energie vergt bij de begeleiding van ontwerp, bouw, gebruik en onderhoud. “Prima toch?” Nee niet helemaal, want het voelt als verkeerd geïnvesteerde tijd. WIj kunnen namelijk niemand opleggen om zich precies zo te gedragen zoals wij idealiter zouden willen, zoals onze modellen dat voorspellen, of zoals onze labels dat hebben berekend. Duurzaamheid wordt veel te veel gepushed!

“Hoe zou het dan anders moeten?” De gebruiker zou zich bewuster moeten zijn van zijn situatie, zijn impact en zijn mogelijkheden, zodat deze zelf gaat vragen (pull) om specifieke aanpassingen en zijn gedrag daarop gaat afstemmen! “Makkelijk gezegd, daar is hele hoop missionariswerk voor nodig?” Niet persé! Tegenwoordig kan je namelijk heel laagdrempelig inzicht verkrijgen in je energieverbruik en je binnenklimaat, zodat je weet waar je staat. Meten = weten.

Het leveren van duurzaamheidsadvies aan bewuste gebruikers is leuker, efficiënter en garandeert een veel betere uitkomst! Het is niet meer een eenmalig kunstje, maar een doorlopend proces met doelen. Aan bewuste gebruikers of opdrachtgevers hoef je geen oplossingen te verkopen. Zij zullen zelf kiezen voor beschikbare mogelijkheden (uitdaging voor de bouw). Bovendien leveren meetgegevens van gebruik betrouwbare conclusies over rendementen in duurzame maatregelen. En wie wil dat nou niet? Als je investeert, wil je toch weten of het verschil maakt!?

Geïnteresseerd? Start dan nu met meten! WIj garanderen u resultaat. En wilt u nog meer resultaat? Dan komt ons beroep als duurzaamheidsadviseur weer van pas! Want dan  helpen wij u met maatwerk aan oplossingen die u wilt, die u begrijpt en gebruikt zoals bedoeld is. Tevredenheid heet dat, terwijl de aarde er beter van wordt. Zo zou het moeten.

Heel gemakkelijk is het natuurlijk ook weer niet. Want je moet momenteel nog wel je best doen om de verschillende (meet)data te interpreteren en te combineren. Het is van groot belang om je energieverbruik en je binnenklimaat in samenhang te beoordelen, zodat de een niet ten koste gaat van de ander! Hier helpen we mee en werken eraan om de interfaces te verbeteren.

“Maar hoe zit het dan met keuze en advies over duurzame materialen en materiaalgebruik?” Tja, daarvoor blijft een specialist uiterst waardevol! Het is dus niet allemaal energieverspilling, maar het moet wel anders zodanig dat de gebruikers en gebruiksfase centraal staan.

Wij zijn benieuwd naar uw mening!

Advertenties

In ambitie kan je niet wonen!

wonen in een thermosfles(door Atto Harsta voor bouwkennisblog) De woonrelatie- therapie als oplossing voor energieneutraal leven. Een duurzaamheidsambitie voor een nieuw gebouw is een mooi begin. Uiteindelijk telt echter alleen het resultaat. Dat is niet het bouwwerk zelf, maar de interactie tussen gebruiker en gebouw. Als ze elkaar ‘natuurlijk’ aanvoelen is de kans op een mooie en lange (woon)relatie het grootst. Dat is echt duurzaam, heel anders dan de huidige focus op alleen het (gebouwgebonden)energieverbruik.

In ruim 70% van de gerealiseerde energiezuinige projecten is er veel ontevredenheid over het woongenot. Opvallend genoeg worden ook de energiebesparingclaims vaak niet gehaald. Blijkbaar zijn de verwachtingen heel anders dan de praktijk. De boodschap van dit blog is dan ook: meer aandacht voor de gebruiksfase. Dat kan door te leren van het verleden en projecten vaker, voor langere tijd, te evalueren. De AgentschapNL evaluatie uit april 2010 ‘Schatgraven in de bestaande bouw’ van 32 energiezuinige projecten [1], is in dat kader ontluisterend. Iedereen met energie- & bouwambities adviseer ik dit rapport te lezen.

Kloof tussen bouwen en gebruiken

In een eerder TNO rapport las ik: ‘De energiedoelstellingen zijn niet gehaald doordat de bewoners zich niet gedroegen zoals verwacht’. En even verderop: ‘Helaas moesten er ook nog bewoners in de woning’. Dit geeft een beeld van de enorme kloof tussen wat we bouwen en hoe we iets gebruiken. Het toont ook de arrogantie en minachting van bouwpartijen voor eindgebruikers, alle aandacht voor consumentgericht bouwen ten spijt. Kern van het probleem is de focus op het bouwproces. Negen maanden bouwen is ondergeschikt aan 75 jaar gebruik, maar eist nu wel alle aandacht op.

Als industrieel ontwerper weet ik dat een gebruikersonderzoek essentieel is voor productontwikkeling. Je ziet hoe gebruikers (intuïtief) met producten omgaan. Want al zouden we een gebruiksaanwijzing bij een woning leveren, dan nog ligt die vaak ongebruikt in de meterkast. Gebruiksonderzoek is de meest leerzame fase van een productontwikkelingstraject. Bijzonder dat dit in de bouw nauwelijks wordt toegepast.

Onderzoek doen

Als je het dan niet vooraf onderzoekt is het misschien een goed alternatief om nadat je iets hebt gebouwd te onderzoeken hoe het bevalt, hoe het wordt gebruikt en of de ambities in praktijk worden gehaald. VELUX heeft samen met enkele vaste partners, in Europa, 6 Active Houses gerealiseerd. Eindelijk een ambitieus (duurzame woningbouwproject) met aandacht voor de gebruiksfase. De opgedane ervaringen is open source, de sector hoeft er enkel kennis van te nemen en te vertalen naar de eigen bouwpraktijk. Alle active houses worden een aantal jaren bewoond en gemonitord door wisselende gebruikers (elk jaar een bewonerswissel). Hoe gedraagt de gebruiker zich en wat is het resultaat op het gebruik van energie, warmte, water, e.d. De eerste resultaten van de gemonitorde Active House woningen ondersteunen mijn visie. We hebben veel meer kennis nodig over menselijk gedrag om onze klimaatdoelstellingen te realiseren.

WoonTomTom©

Als bewoners hun woning blijkbaar niet goed en niet energiezuinig kunnen gebruiken is de woonTomTom© misschien de oplossing. Alle bewoners worden standaard uitgerust met een slimme woninggebruiksplanner. Een vriendelijke damesstem geeft de bewoner aan het raam dicht te doen, de gordijnen te sluiten, de thermostaat 3 graden lager in te stellen en nu toch eindelijk maar eens naar bed te gaan. Aan het eind van het jaar geen energiekosten en volop ‘gestuurd’ woongenot. Technologisch gezien geen enkel probleem en waarschijnlijk helpt het TomTom van haar dalende beurskoers af. De vraag is of dit de oplossing is om energieneutrale woningen te realiseren. Zitten gebruikers hier op te wachten? De maakbaarheid van onze maatschappij is volgens mij sowieso aan (en voor velen reeds over) de grens van acceptatie. Oftewel; een oplossing in de lijn van ik zal die domme bewoner wel even helpen i.p.v. aan te sturen op een goed woonhuwelijk.

Woonrelatietherapeut

In dat kader wil ik ook nog even aandacht vragen voor een ander onderbelicht aspect van energieneutraal bouwen. Alle gebruikersgerelateerde energie die nu nog niet in de EPC  berekeningen wordt meegenomen. In mijn en ook volgens AgentschapNL definitie van energieneutraal [2] moet alle energie voor de bouw en sloop, de bouwmaterialen en voor het gebruik van de woning op locatie worden opgewekt. Oftewel heel veel energieverbruik die nu NIET in de EPC wordt berekend. Door alle aandacht op het verlagen van het gebouwgebonden energieverbruik (verwarmen, ventileren, koelen, e.d.) middels die EPC wordt de component gebruikersgebonden energie procentueel steeds groter. Om die te verlagen is een innige relatie met en begrip van de gebruiker cruciaal. Ik meld me bij deze aan als ‘woonrelatietherapeut’ om het huwelijk tussen woning en gebruiker te redden.

Alle opdrachtgevers die nu plannen maken voor duurzame en/of energieneutrale gebouwen raad ik het volgende aan; neem een gebruikerstevredenheideis (comfort en gezondheidsprestaties) op in uw ambitie. Op die manier krijgt de duurzame woonrelatie een eerlijke kans. Bedenk daarbij ‘een thermosfles is een prachtig product’ ik wil er alleen niet in wonen.

[1] Schatgraven in de bestaande bouw, April 2010

BouwhulpGroep architecten en adviseurs. In opdracht van NL Energie en Klimaat, divisie van AgentschapNL

[2] Stevige ambities, Klare taal. PeGo 2009

Een project is energieneutraal als er op jaarbasis geen netto import van fossiele of nucleaire brandstof van buiten de systeemgrens nodig is om het gebouw op te richten, te gebruiken en af te breken. Dit betekent dat het energiegebruik binnen de projectgrens gelijk is aan de hoeveelheid duurzame energie die binnen de projectgrens wordt opgewekt of die op basis van externe maatregelen aan het project mag worden toegerekend. Het energieverbruik dat voortkomt uit de oprichting en sloop van het gebouw zullen naar een jaarlijkse bijdrage worden verrekend op basis van de verwachte levensduur van het gebouw.

Lessen van een klimaatneutrale én frisse school, deel 1

klimaatneutrale brede school Houthaven Architectenbureau Marlies Rohmer

Sinds december 2011 is het ontwerpteam onder aanvoering van Architectenbureau Marlies Rohmer intensief bezig met de uitwerking van het ontwerp voor de nieuwe brede school Houthaven in Amsterdam. Het definitief ontwerp is inmiddels afgerond en momenteel wordt het bestek opgesteld;  een mooi moment om eens terug te kijken op het ontwerpproces en de resultaten! Wat kunnen we ervan leren?

Bij de ambitiebepaling van deze nieuwe school was het al duidelijk dat de lat erg hoog werd gelegd, door zowel gezondheid als energieprestatie op het hoogste niveau in te schalen: Frisse School Klasse A en Klimaatneutraal (vlgs def. gem. A’dam). Een intensieve en complexe zoektocht naar optimalisatie van gebouw en installaties volgde.

Samengevat werd de grootste spanning veroorzaakt door de enorme hoeveelheden frisse lucht en licht gecombineerd met weinig energieverbruik (en compensatie) binnen de budgetten en architectonische mogelijkheden. Veel verse lucht (1200m3/uur per groepsruimte) betekent een grote hoeveelheid energie aan ventilatievermogen. Veel natuurlijk daglicht (8%) heeft een slecht effect op de isolerende werking, wat zowel in de winter als zomer tot meer energieverbruik leidt.

Waar liepen we tegenaan (onderstaand is een selectie in willekeurige volgorde)?

1. Daglichtfactor in relatie tot compact gebouw: Om tot een daglichtfactor van 8% te komen (klasse A) is realistisch gezien daglichttoetreding van 2 kanten noodzakelijk. Een compact gebouw is (o.a.) nodig om tot een uiterst energiezuinig ontwerp te komen. Tweezijdig licht is dan niet altijd mogelijk. Vanuit gezondheidsoverwegingen vinden wij een daglichtfactor van 5% acceptabel op deze plekken. Les: DLF 8% door 2-zijdige daglichttoetreding is niet altijd mogelijk en ook niet noodzakelijk. Waar mogelijk wel nastreven!

2. EPC in relatie tot klimaatneutrale prestatie: De rekenmethodiek van de EPC norm is niet geschikt voor gebouwen met een EPC waarde < 0,5. Les: Om tot een klimaatneutrale prestatie (benadering van EPC=0) te komen is het noodzakelijk om onderbouwde gelijksheidsverklaringen op te stellen.

3. Gelijktijdige bezetting van gebouw: door een realistische berekening te maken van de bezetting van het gebouw blijkt het mogelijk om de gestelde 800ppm (CO2 concentratie) te behalen bij een lagere ventilatievoud. Les: eis voor maximale C02 concentratie is leidend boven de ventilatievoud, die geoptimaliseerd kan worden door de maximale bezetting te bepalen tov de rekennorm.

4. Complexiteit van EPC optimalisatie; het zoeken en doorrekenen van energetische optimalisaties blijkt uitermate complex vanwege de sterke onderlinge verbanden tussen installatietechnische maatregelen en consequenties op alle fronten. Voorbeeld: op enig moment bleek een maatregel tot gevolg te hebben dat een lokaal aan de noordzijde bij >30 graden buitentemperatuur verwarmd zou moeten worden op moment dat aan de zuidzijde de koeling aanstond. Les: Veel tijd, focus, kennis en samenwerking tussen disciplines is vereist (= integraal en iteratief ontwerpen).

5. Besparing op kunstlicht; door de grote interne hoogte van lokalen (3,5m) kost het veel energie om de vereiste 500lux kunstverlichting op werkbladniveau te leveren. Les: Door de armaturen te verlagen en automatisch dimbaar te maken per zone is een aanzienlijke besparing te behalen. Daarvoor moet wel een stofvrij armatuurontwerp ontwikkeld worden.

6. Isolatie in relatie tot ventilatievoud; de enorme hoeveelheden lucht die door het gebouw moeten conform klasse A zorgen ervoor dat verdere isolatie boven Rc 5 geen toegevoegde waarde heeft. Ook de toepassing van tripple glas bleek voor dit ontwerp daardoor niet rendabel. Les: investeren in hele hoge isolatiewaarden bij een frisse school klasse A verdient zich niet terug.

In blogartikel deel 2 over dit onderwerp zullen we ingaan op nog 6 waardevolle lessen uit dit project. Ook zullen we aantonen hoe het ontwerp van deze brede school zich verhoudt tot andere duurzame scholen.

Graag horen we in de tussentijd uw ervaringen en lessen bij het ontwerp en realisatie van duurzame scholen (nieuwbouw of renovatie). Uw reactie hieronder wordt gewaardeerd! Door ervaringen te delen willen we niet alleen deze school verder optimaliseren, maar ook andere projecten helpen.

Projectpartners:
school: brede school Houthaven  (BVO 6569m2)
opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Stadsdeel West
schoolbesturen: AWBR en Amos
architect: Architectenbureau Marlies Rohmer Amsterdam
constructeur: Strackee Amsterdam
installatie-adviseur: Schreuder Alkmaar
bouwfysisch adviseur: Nelissen Eindhoven
duurzaamheidsadviseur: Aldus bouwinnovatie Amsterdam