Klimaatneutrale bredeschool Houthaven in gebruik

Bredeschool HouthavenVrijdag 10 oktober j.l. werd bredeschool Houthaven officieel en feestelijk in gebruik genomen na opening door loco burgermeester Erik van der Burg. Over de bijzonder hoge duurzaamheidsambities (frisse school klasse A en klimaatneutraal), die wij hebben mogen invullen, heb ik al veel geschreven op deze site. Nu kan het resultaat ook in volle glorie worden beleefd en ervaren.

Inmiddels hebben de scholen Spaarndammerhout en De Wereldschool hun intrek genomen in het gebouw. Op de 3e verdieping huist het 4e Gymnasium tijdelijk, totdat hun nieuwbouw in de wijk opgeleverd wordt. De 4e verdieping is bestemd voor een kinderdagopvang. Daarnaast is er een buitenschoolse opvang en zijn er nog kantoor- en horecaruimtes voorzien. Met recht dus een brede school!

Het ontwerp van Marlies Rohmer is imposant. Van veraf oogt het als een robuust en massief blok, en van dichtbij vallen de speelse metseldetails en grote ramen op; een mooi contrast. Van binnen is het licht en ruim. De 2 scholen hebben een spiegelsymmetrische plattegrond om een centraal trappenhuis (met liften) en grote centrale aula heen die opgedeeld kan worden in afzonderlijke speellokalen met behulp van kunststof gordijnen. Hoewel gelegen midden onderin het gebouw is architecte geslaagd om ook hier daglicht binnen te krijgen. Boven de aula bevindt zich een prachtige gymzaal met doorkijkjes en daklichten. De vierde verdieping heeft een patio die als speelruimte voor de kinderdagopvang wordt gebruikt. Opvallend aan het gebouw is verder het enorme terras aan de westgevel dat als een soort theaterpodium voor de nieuwe wijk kan fungeren. In de klaslokalen valt de riante hoogte van de ruimtes op (4,5m op BG en 3,6m op verdiepingen). Ze zijn allemaal voorzien van flexibele wanden. Dit robuuste en flexibele gebouw is een lang leven beschoren.

Vanaf de hoofdweg langs de wijk (Tasmanstraat) zijn de 2 grote luchtbehandelingskasten zichtbaar mede door de grote teksten met Houthaven erop. Voor wie een kijkje op het dak durft te nemen is het uitzicht over een enorme PV installatie (hoog rendement) echt indrukwekkend. Het gebouwgebonden energieverbruik wordt hiermee duurzaam gecompenseerd.

Vanwege het hoge duurzaamheidsniveau en de ligging in excellent gebied gaat RVO (RIjksdienst voor Ondernemend Nederland; zie hier hun publicatie) deze bredeschool alsnog opnemen in hun UKP NESK programma waarin de meest duurzame scholen van het land vergeleken worden. Dit betekent o.a. dat de prestaties op gebied van binnenklimaat  en energieverbruik (plus duurzame productie) gemonitord zullen worden. Dat is belangrijk want het gebouw met haar complexe installaties moet zich nog bewijzen. Ik maak me hard voor continu monitoring volgens het standaard meetprotocol van Ruimte-OK, wat we (mede) ontwikkeld hebben om landelijke benchmark mogelijk te maken. You can’t improve, what you can’t measure!

Tijdens de openingsceremonie heb ik de gelegenheid om de gebruikers al vast eens naar hun eerste ervaringen te vragen. De meesten zijn erg enthousiast over de nieuwbouw, maar ook hoor ik de gebruikelijke moeilijkheden die een verhuizing, gewenning en installatie-afstelling met zich meebrengen.
Ondanks uitgebreide instructies kan men nog niet altijd goed overweg met de bediening van installaties. Hier ligt echt een belangrijke innovatie-uidaging voor de ICT en installatie-branche! Ook is reflectie van de grote hoeveelheid daglicht op de digiborden een probleem dat ik tegenwoordig veel tegenkom. De nog te installeren lichtwering zal dat grotendeels oplossen.

Ik kijk terug op een gedegen (traditioneel) proces en zie een mooi resultaat, waarop men continu zal moeten blijven toezien. De gedachte over wat het effect voor dit project was geweest van een alternatieve aanbesteding op prestaties in bouwteamvorm laat mij echter niet los, want dan was er misschien nóg wel meer bereikt……!??

DSC07878 kopieAuteur: Olivier Lauteslager

 

Advertenties

Stadlander kiest om duurzaam wonen te kopen bij Reimarkt!

Schermafbeelding 2013-06-03 om 23.55.0631 mei 2013: Reimarkt is gisteren in het Slim & Snel traject unaniem gekozen om 600 woningen in Bergen op Zoom te renoveren en energiezuinig te maken. Reimarkt wordt de eerste renovatiewinkel waar je duurzaam wonen kunt kopen. Woningcorporatie Stadlander kiest daarmee voor een aanpak waar vooral ook de particuliere woningeigenaar als klant centraal staat. De versnelling van dit hoofdpijndossier komt daarmee in zicht.

Met Reimarkt biedt Stadlander een totaaloplossing voor haar wijken, waar zij de laatste decennia veel oud-huurwoningen heeft verkocht. Reimarkt is een initiatief van 24 marktpartijen. Huurders en particuliere woningbezitters kunnen hier als woonconsumenten terecht voor renovatie en verduurzaming van hun huis. Zij kunnen écht gaan winkelen! Of de woning nou volledig energieneutraal moet worden, of er alleen een aantal zonnepanelen nodig zijn; bij Reimarkt vindt de klant helderheid over het aanbod én wat het oplevert. Ook de financiering wordt geregeld.

Door slimme productontwikkeling te stimuleren en geautomatiseerde systemen te ontwikkelen, kan Reimarkt verduurzaming veel effectiever aanbieden dan in een traditioneel renovatieproject. Reimarkt is target gericht door het gebied eerst te scannen op kenmerken als woningtype, leefstijl en energieverbruik. Middels een geautomatiseerde quick-scan krijgen die mensen gratis een persoonlijk duurzaamheidsadvies. Is de wens om te verduurzamen eenmaal aangewakkerd, dan kan de klant online en offline terecht voor advies op maat en wordt persoonlijk begeleid bij zijn aankoopproces.

Het traject van Stadlander was de laatste van een serie van vijf Slim & Snel experimenten, waarmee consortia van marktpartijen uitgedaagd werden om nieuwe concepten te ontwikkelen om woningen goedkoper en sneller energiezuinig te maken. De gedachte is, dat consortia door de grote schaal van de opgaven de ontwikkelkosten van een nieuw concept kunnen financieren.

De 24 marktpartijen van het Superconsortium:
Knaapen Groep, Stichting De Bakkerij, De Loods Architecten, Dura Vermeer, KAW architecten, Aldus Bouwinnovatie, PFC2, VDM, Van Ieperen Groep, Brink Climate Systems, Heembouw, Biq Stadsontwerp, Urbannerdam, Local, Admix, Era Contour, DWA, Inbo, Bam Woningbouw, Kuub, SVn, Essent, Active Warmth, Cauberg Huygen.Bouwgroep Dijkstra Draisma (bouwbedrijf), KAW (architect en bewonerscommunicatie), Kuub (collectief opdrachtgeverschap), Ekwadraat (energie), Acore Coaching (coaching op de biologische boerderij)

Slim & Snel
Slim & Snel is één van de initiatieven binnen Energiesprong. Het richt zich op renovatie van woningen uit de jaren ’60 en ’70 in bewoonde staat met als doel deze een kwaliteits- en energiesprong te laten maken. Zie http://www.energiesprong.nl voor meer info.

In ambitie kan je niet wonen!

wonen in een thermosfles(door Atto Harsta voor bouwkennisblog) De woonrelatie- therapie als oplossing voor energieneutraal leven. Een duurzaamheidsambitie voor een nieuw gebouw is een mooi begin. Uiteindelijk telt echter alleen het resultaat. Dat is niet het bouwwerk zelf, maar de interactie tussen gebruiker en gebouw. Als ze elkaar ‘natuurlijk’ aanvoelen is de kans op een mooie en lange (woon)relatie het grootst. Dat is echt duurzaam, heel anders dan de huidige focus op alleen het (gebouwgebonden)energieverbruik.

In ruim 70% van de gerealiseerde energiezuinige projecten is er veel ontevredenheid over het woongenot. Opvallend genoeg worden ook de energiebesparingclaims vaak niet gehaald. Blijkbaar zijn de verwachtingen heel anders dan de praktijk. De boodschap van dit blog is dan ook: meer aandacht voor de gebruiksfase. Dat kan door te leren van het verleden en projecten vaker, voor langere tijd, te evalueren. De AgentschapNL evaluatie uit april 2010 ‘Schatgraven in de bestaande bouw’ van 32 energiezuinige projecten [1], is in dat kader ontluisterend. Iedereen met energie- & bouwambities adviseer ik dit rapport te lezen.

Kloof tussen bouwen en gebruiken

In een eerder TNO rapport las ik: ‘De energiedoelstellingen zijn niet gehaald doordat de bewoners zich niet gedroegen zoals verwacht’. En even verderop: ‘Helaas moesten er ook nog bewoners in de woning’. Dit geeft een beeld van de enorme kloof tussen wat we bouwen en hoe we iets gebruiken. Het toont ook de arrogantie en minachting van bouwpartijen voor eindgebruikers, alle aandacht voor consumentgericht bouwen ten spijt. Kern van het probleem is de focus op het bouwproces. Negen maanden bouwen is ondergeschikt aan 75 jaar gebruik, maar eist nu wel alle aandacht op.

Als industrieel ontwerper weet ik dat een gebruikersonderzoek essentieel is voor productontwikkeling. Je ziet hoe gebruikers (intuïtief) met producten omgaan. Want al zouden we een gebruiksaanwijzing bij een woning leveren, dan nog ligt die vaak ongebruikt in de meterkast. Gebruiksonderzoek is de meest leerzame fase van een productontwikkelingstraject. Bijzonder dat dit in de bouw nauwelijks wordt toegepast.

Onderzoek doen

Als je het dan niet vooraf onderzoekt is het misschien een goed alternatief om nadat je iets hebt gebouwd te onderzoeken hoe het bevalt, hoe het wordt gebruikt en of de ambities in praktijk worden gehaald. VELUX heeft samen met enkele vaste partners, in Europa, 6 Active Houses gerealiseerd. Eindelijk een ambitieus (duurzame woningbouwproject) met aandacht voor de gebruiksfase. De opgedane ervaringen is open source, de sector hoeft er enkel kennis van te nemen en te vertalen naar de eigen bouwpraktijk. Alle active houses worden een aantal jaren bewoond en gemonitord door wisselende gebruikers (elk jaar een bewonerswissel). Hoe gedraagt de gebruiker zich en wat is het resultaat op het gebruik van energie, warmte, water, e.d. De eerste resultaten van de gemonitorde Active House woningen ondersteunen mijn visie. We hebben veel meer kennis nodig over menselijk gedrag om onze klimaatdoelstellingen te realiseren.

WoonTomTom©

Als bewoners hun woning blijkbaar niet goed en niet energiezuinig kunnen gebruiken is de woonTomTom© misschien de oplossing. Alle bewoners worden standaard uitgerust met een slimme woninggebruiksplanner. Een vriendelijke damesstem geeft de bewoner aan het raam dicht te doen, de gordijnen te sluiten, de thermostaat 3 graden lager in te stellen en nu toch eindelijk maar eens naar bed te gaan. Aan het eind van het jaar geen energiekosten en volop ‘gestuurd’ woongenot. Technologisch gezien geen enkel probleem en waarschijnlijk helpt het TomTom van haar dalende beurskoers af. De vraag is of dit de oplossing is om energieneutrale woningen te realiseren. Zitten gebruikers hier op te wachten? De maakbaarheid van onze maatschappij is volgens mij sowieso aan (en voor velen reeds over) de grens van acceptatie. Oftewel; een oplossing in de lijn van ik zal die domme bewoner wel even helpen i.p.v. aan te sturen op een goed woonhuwelijk.

Woonrelatietherapeut

In dat kader wil ik ook nog even aandacht vragen voor een ander onderbelicht aspect van energieneutraal bouwen. Alle gebruikersgerelateerde energie die nu nog niet in de EPC  berekeningen wordt meegenomen. In mijn en ook volgens AgentschapNL definitie van energieneutraal [2] moet alle energie voor de bouw en sloop, de bouwmaterialen en voor het gebruik van de woning op locatie worden opgewekt. Oftewel heel veel energieverbruik die nu NIET in de EPC wordt berekend. Door alle aandacht op het verlagen van het gebouwgebonden energieverbruik (verwarmen, ventileren, koelen, e.d.) middels die EPC wordt de component gebruikersgebonden energie procentueel steeds groter. Om die te verlagen is een innige relatie met en begrip van de gebruiker cruciaal. Ik meld me bij deze aan als ‘woonrelatietherapeut’ om het huwelijk tussen woning en gebruiker te redden.

Alle opdrachtgevers die nu plannen maken voor duurzame en/of energieneutrale gebouwen raad ik het volgende aan; neem een gebruikerstevredenheideis (comfort en gezondheidsprestaties) op in uw ambitie. Op die manier krijgt de duurzame woonrelatie een eerlijke kans. Bedenk daarbij ‘een thermosfles is een prachtig product’ ik wil er alleen niet in wonen.

[1] Schatgraven in de bestaande bouw, April 2010

BouwhulpGroep architecten en adviseurs. In opdracht van NL Energie en Klimaat, divisie van AgentschapNL

[2] Stevige ambities, Klare taal. PeGo 2009

Een project is energieneutraal als er op jaarbasis geen netto import van fossiele of nucleaire brandstof van buiten de systeemgrens nodig is om het gebouw op te richten, te gebruiken en af te breken. Dit betekent dat het energiegebruik binnen de projectgrens gelijk is aan de hoeveelheid duurzame energie die binnen de projectgrens wordt opgewekt of die op basis van externe maatregelen aan het project mag worden toegerekend. Het energieverbruik dat voortkomt uit de oprichting en sloop van het gebouw zullen naar een jaarlijkse bijdrage worden verrekend op basis van de verwachte levensduur van het gebouw.

Lessen van een klimaatneutrale én frisse school, deel 1

klimaatneutrale brede school Houthaven Architectenbureau Marlies Rohmer

Sinds december 2011 is het ontwerpteam onder aanvoering van Architectenbureau Marlies Rohmer intensief bezig met de uitwerking van het ontwerp voor de nieuwe brede school Houthaven in Amsterdam. Het definitief ontwerp is inmiddels afgerond en momenteel wordt het bestek opgesteld;  een mooi moment om eens terug te kijken op het ontwerpproces en de resultaten! Wat kunnen we ervan leren?

Bij de ambitiebepaling van deze nieuwe school was het al duidelijk dat de lat erg hoog werd gelegd, door zowel gezondheid als energieprestatie op het hoogste niveau in te schalen: Frisse School Klasse A en Klimaatneutraal (vlgs def. gem. A’dam). Een intensieve en complexe zoektocht naar optimalisatie van gebouw en installaties volgde.

Samengevat werd de grootste spanning veroorzaakt door de enorme hoeveelheden frisse lucht en licht gecombineerd met weinig energieverbruik (en compensatie) binnen de budgetten en architectonische mogelijkheden. Veel verse lucht (1200m3/uur per groepsruimte) betekent een grote hoeveelheid energie aan ventilatievermogen. Veel natuurlijk daglicht (8%) heeft een slecht effect op de isolerende werking, wat zowel in de winter als zomer tot meer energieverbruik leidt.

Waar liepen we tegenaan (onderstaand is een selectie in willekeurige volgorde)?

1. Daglichtfactor in relatie tot compact gebouw: Om tot een daglichtfactor van 8% te komen (klasse A) is realistisch gezien daglichttoetreding van 2 kanten noodzakelijk. Een compact gebouw is (o.a.) nodig om tot een uiterst energiezuinig ontwerp te komen. Tweezijdig licht is dan niet altijd mogelijk. Vanuit gezondheidsoverwegingen vinden wij een daglichtfactor van 5% acceptabel op deze plekken. Les: DLF 8% door 2-zijdige daglichttoetreding is niet altijd mogelijk en ook niet noodzakelijk. Waar mogelijk wel nastreven!

2. EPC in relatie tot klimaatneutrale prestatie: De rekenmethodiek van de EPC norm is niet geschikt voor gebouwen met een EPC waarde < 0,5. Les: Om tot een klimaatneutrale prestatie (benadering van EPC=0) te komen is het noodzakelijk om onderbouwde gelijksheidsverklaringen op te stellen.

3. Gelijktijdige bezetting van gebouw: door een realistische berekening te maken van de bezetting van het gebouw blijkt het mogelijk om de gestelde 800ppm (CO2 concentratie) te behalen bij een lagere ventilatievoud. Les: eis voor maximale C02 concentratie is leidend boven de ventilatievoud, die geoptimaliseerd kan worden door de maximale bezetting te bepalen tov de rekennorm.

4. Complexiteit van EPC optimalisatie; het zoeken en doorrekenen van energetische optimalisaties blijkt uitermate complex vanwege de sterke onderlinge verbanden tussen installatietechnische maatregelen en consequenties op alle fronten. Voorbeeld: op enig moment bleek een maatregel tot gevolg te hebben dat een lokaal aan de noordzijde bij >30 graden buitentemperatuur verwarmd zou moeten worden op moment dat aan de zuidzijde de koeling aanstond. Les: Veel tijd, focus, kennis en samenwerking tussen disciplines is vereist (= integraal en iteratief ontwerpen).

5. Besparing op kunstlicht; door de grote interne hoogte van lokalen (3,5m) kost het veel energie om de vereiste 500lux kunstverlichting op werkbladniveau te leveren. Les: Door de armaturen te verlagen en automatisch dimbaar te maken per zone is een aanzienlijke besparing te behalen. Daarvoor moet wel een stofvrij armatuurontwerp ontwikkeld worden.

6. Isolatie in relatie tot ventilatievoud; de enorme hoeveelheden lucht die door het gebouw moeten conform klasse A zorgen ervoor dat verdere isolatie boven Rc 5 geen toegevoegde waarde heeft. Ook de toepassing van tripple glas bleek voor dit ontwerp daardoor niet rendabel. Les: investeren in hele hoge isolatiewaarden bij een frisse school klasse A verdient zich niet terug.

In blogartikel deel 2 over dit onderwerp zullen we ingaan op nog 6 waardevolle lessen uit dit project. Ook zullen we aantonen hoe het ontwerp van deze brede school zich verhoudt tot andere duurzame scholen.

Graag horen we in de tussentijd uw ervaringen en lessen bij het ontwerp en realisatie van duurzame scholen (nieuwbouw of renovatie). Uw reactie hieronder wordt gewaardeerd! Door ervaringen te delen willen we niet alleen deze school verder optimaliseren, maar ook andere projecten helpen.

Projectpartners:
school: brede school Houthaven  (BVO 6569m2)
opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Stadsdeel West
schoolbesturen: AWBR en Amos
architect: Architectenbureau Marlies Rohmer Amsterdam
constructeur: Strackee Amsterdam
installatie-adviseur: Schreuder Alkmaar
bouwfysisch adviseur: Nelissen Eindhoven
duurzaamheidsadviseur: Aldus bouwinnovatie Amsterdam