Eenvoudig naar een biobased gebouwde omgeving


Plafond Richard Rogers Barajas Madrid
Houten funderingspalen in plaats van betonnen, vlas- of hennepisolatie in plaats van glas- of steenwol, bamboe kozijnen in plaats van aluminium of pvc en kabelgoten van zetmeel in plaats van pvc. Dat zijn vier eenvoudige stappen op weg naar een biobased gebouw.

Cobouw 28 maart 2013 door Maartje Henket

Biobased is een visie die uitgaat van een economie gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen. Deze zijn veelal van dierlijke of plantaardige herkomst. De gebruiksduur van een product moet voorts overeenstemmen met de tijd die het kost om het te verbouwen. Een eikenhouten tafel is bijvoorbeeld onverantwoord, omdat een eik er tenminste vijftig jaar over doet om volwassen te worden en niemand vijftig jaar met zijn tafel doet. Het gebruik van fossiele aardolie is op die gronden nooit te rechtvaardigen, want het ontstaan hiervan kost enige miljoenen jaren.

Directeur Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie geeft de ommezwaai weer die de bouw moeten maken om aan deze voorwaarden te voldoen. “De focus moet verschuiven van energie naar grondstoffen. We sturen nu op energieverbruik – en dan ook nog eens alleen op het gebouwgebonden energie. De energie die nodig is om het gebouw te maken, te gebruiken en weer te slopen blijft buiten beschouwing. Een goede gebouw LCA zou al beter zijn dan de EPC, op dit moment een heel slap sturingsinstrument.

Deze tunnelvisie op energiebesparing en kierdichting leidt volgens Harsta tot onprettige en ongezonde gebouwen. “We lezen inmiddels regelmatig over het slechte binnenmilieu in extreem nageïsoleerde huizen. Een goed ontworpen biobased huis is dampopen, net als de huid van de mens. De toegepaste materialen hebben geen schadelijke effecten.”

Er zijn vier manieren waarop groene grondstoffen kunnen worden toegepast. De eerste en eenvoudigste is rechtstreeks, zoals bij een groene gevel of een groen dak. Bij de tweede manier wordt het groen eerst geoogst en vervolgens met geen of minimale bewerking gebruikt, zoals bij een rieten dak of een wand van wilgentenen en leem. De derde manier behelst een iets ingewikkelder verwerkingsproces, waarbij echter geen chemie komt kijken. Een voorbeeld hiervan is linoleum. De vierde manier is de meest geavanceerde. Hier worden materialen omgezet naar wezenlijk andere producten door iets te veranderen in de moleculaire keten. Hierbij moet je denken aan bioraffinage zoals het product biofoam of bij bioharsen voor de productie van biocomposieten. Het eindproduct ziet er hetzelfde uit als de fossiele tegenhanger.

Harsta ziet de meeste kans voor producten uit niveau drie en vier. “Soms is het proces van applicatie sturend. Daarom moet je biobased alternatieven ontwikkelen die op eenzelfde manier kunnen worden verwerkt als hun traditionele tegenhanger. Biofoam kan PUR-schuim bijvoorbeeld één op één vervangen en is daardoor gemakkelijk te implementeren. Bovendien geven producten uit niveau drie en vier de grootste vormvrijheid – en zijn ze gemakkelijker op te schalen. Het kost meer moeite om een dergelijk product te ontwikkelen, maar als je het eenmaal hebt, kun je er wel gemakkelijk meer van maken.”

In de visie over biobased bouwen is nog een laatste aspect van belang. De gebruikte grondstoffen moeten van dichtbij komen. “We kunnen op zich al een volledig biobased huis bouwen van producten die we in Nederland verbouwen. Maar de kunstmest die we gebruiken, komt uit Marokko en uit China. En de metalen die we gebruiken in onze computers en telefoons, komen uit China. Dat maakt ons kwetsbaar. Als je het hele plaatje echt goed bekijkt, dan wil je naar een circulaire economie: een economie waarin we alles hergebruiken en niets van ver halen. Dat is moeilijk haalbaar, maar gelukkig hebben we al veel grondstoffen in omloop. Laten we die in elk geval koesteren en hergebruiken. En dan bedoel ik zowel de lithium uit je telefoon als het leer van je oude bank.”

Verschillen traditioneel en biobased
product                  traditioneel materiaal      biobased variant
isolatiemateriaal      steenwol, glaswol                 vlas, hennep, schapenwol
kozijnen                   aluminium, pvc                     hout, biocomposiet, bamboe
metselmortel            cement                                 schelpenkalk
buitengevelisolatie   eps, cementmortels             dampopen biobased constructies
–                                                                            zoals houtvezelisolatie en stuc
–                                                                            kunststof van aardappelschillen
Een uitgebreide lijst is te vinden op http://www.cobouw.nl

Advertenties

Gebruik GPR (en BREEAM) niet als doel, maar als tool!

impressie Voorthuijse_GPR

Duurzaamheidsinstrumenten worden in de praktijk te veel gebruikt om punten te scoren, door het aanvinken van maatregelen waarmee op papier de hoogste score wordt gehaald. De grote verscheidenheid aan onderwerpen (modules) suggereert een integrale aanpak, echter deze is alleen gegarandeerd wanneer alternatieve mogelijkheden worden getoetst op de consequenties voor het samenhangende geheel. Voor een project in Leiden toetsten wij het ontwerp op de gestelde ambities.

Voor een controle van uw ontwerp en een optimalisatie-advies mbv GPR Gebouw, klik hier: Aanbod ontwerptoets GPR Gebouw!

Door de toenemende vraag naar duurzame gebouwen wordt er steeds vaker gezocht naar een methode om de gestelde ambitie te bepalen en toetsen, aangezien het bouwbesluit hier niet toereikend voor is. Veel Gemeenten gebruiken hiervoor het toetsingsinstrument GPR Gebouw, ontwikkeld door de Gemeente Tilburg en W/E adviseurs. GPR Gebouw geeft inzicht in de duurzaamheid van een gebouw, gebruikmakend van de meest recente methodes en ontwikkelingen. Na invoer van de gegevens worden prestaties zichtbaar op de modules Energie, Materialen, Afval, Water, Gezondheid, en Woonkwaliteit.

GPR Gebouw is een accurate methode: scores worden bepaald op basis van genormeerde rekenregels (energieprestatie), onafhankelijk onderzoek en beschikbare methodieken (LCA studies naar milieueffect van materialen, Politiekeurmerk Veilig Wonen) en inzicht van deskundigen (gezondheid, toekomstwaarde). Door van te voren een ambitie te bepalen en in te voeren kan eenvoudig de behaalde score vergeleken worden en zonodig kunnen verbeterpunten worden aangedragen.

Steeds meer gemeentes stellen een ambitie van een gemiddelde GPR score van 7. Dit is een score die niet zo maar gehaald kan worden, met name op het gebied van energie en milieu (materiaalgebruik) vraagt dit extra aandacht.

Voor PFC2 heeft Aldus de bouwaanvraag voor het woningbouwproject Voorthuijsen Driehoek Leiden (ontwerp rphs architecten) getoetst aan de door de Gemeente Leiden gestelde duurzaamheidsambitie. De Gemeente wil dat het project voldoet aan hun Regionale Duurzaam Bouwen+ (DUBO+) richtlijn. Uitgangspunt van deze richtlijn is het bouwen en beheren van gebouwen in hun omgeving, waarbij de schade aan het milieu in alle stadia, van ontwerp tot sloop, zoveel mogelijk beperkt blijft. Dit wordt bereikt door verantwoord om te gaan met energie, grondstoffen, materialen en gezondheid.

Concreet betekent dit voor woningbouwprojecten:

  • Projecten worden getoetst door middel van GPR-Gebouw, de minimale score een 7 is, met minimaal een 7,5 voor energie
  • 25% CO2 reductie bij > 200 woningen
  • Het gebruik van hout uit duurzaam beheerde bossen (FsC keurmerk)
  • Het voorkomen van uitlogen van bouwmaterialen koper, zink en lood naar hemel/oppervlaktewater
  • Betere geluidsisolatie woningscheidende constructie voor zowel lucht- als contactgeluid met +5dB tot +10dB

In de ontwerpfase zijn verschillende duurzame alternatieve maatregelen onderzocht, mede op stedenbouwkundig niveau, die hebben bijgedragen aan het integrale concept.
Op basis van de bouwaanvraag en het opgestelde GPR profiel heeft Aldus een aantal aanbevelingen gedaan om beter te voldoen aan de gestelde eisen.

Om de energiescore te halen bleken aanvullende maatregelen nodig, zoals toepassing van een hotfill en zonneboilers. Op materiaalniveau diende de milieuscore verder verlaagd te worden door bijvoorbeeld toepassing van duurzaam hout en EPDM (ipv bitumen). Vanuit het integrale concept zijn de extra maatregelen een goede, nuttige en afgewogen aanvulling.

Wat zijn uw ervaringen met het werken met duurzaamheidsinstrumenten?

Groen, licht en energie voor ouderen in Zutphen

In Zutphen is sinds enkele jaren een groep zestig plussers actief om daar ten noorden van het station een duurzaam bouwproject te realiseren voor circa 110 gestapelde woningen. Dit project ook wel bekend als ‘De Derde Fase’ wordt volgens particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd. Aldus heeft de initiatiefgroep bestaande uit verschillende subgroepen begeleid om thema’s als energie en ventilatie, licht en groenvoorzieningen concreet uit te werken.

Volgens Herman Feberwee – trekker van (de thema’s) Energie en Water van de Derde Fase – bleek het erg lastig te zijn om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden en de kosten om tot een integraal duurzaam ontwerp te komen. Aldus bouwinnovatie is gevraagd om een workshop te organiseren om dit te verhelderen. Hieruit zijn wensen en prioriteiten van de gebruikers geconcludeerd tbv de uitwerkingsfase. De uitkomsten dienen als input voor de projectontwikkelaar Proper Stok, de Woningbouwvereniging ‘Ons Huis’ en de architecten van Drost + van Veen, 9° architectuur en Faro.

Goed luisteren naar de wensen van de gebruikers is cruciaal. Zo willen de meeste bewoners veel licht in hun toekomstige woning. Ook heeft men in het algemeen behoefte aan veel groenvoorzieningen. Veel licht betekent vaak ook veel warmte, met name in de zomer. Hoe ga je daarmee om? Verder wil men het liefst natuurlijke ventilatie. Hoe kunnen de vaak tegengestelde eisen tot een aanvaardbare en integrale oplossing leiden? Aldus heeft de initiatiefgroep begeleid om deze vragen te beantwoorden door alle wensen in kaart te brengen en suggesties voor oplossingen te doen.

Op 5 april jl. presenteerde Aldus de resultaten van de workshop aan een delegatie van de Werkgroep Bouwen en Wonen. Dit heeft de ouderen een duidelijk inzicht en overzicht gegeven in de aspecten die belangrijk worden gevonden, incl. het bijbehorende kostenplaatje. Hieruit moet de initiatiefgroep vervolgens weer items selecteren die waardevol worden geacht om door te geven aan de architecten en de projectontwikkelaar. Dat zal in de komende periode plaatsvinden, maar het is nu al duidelijk dat veel licht en groen aspecten zeker in het ontwerp terug dienen te komen. Herman Feberwee voegde hier aan toe: “Iets wat me trof in de presentatie van Aldus is het spel met daglicht en hoe belangrijk dat is voor, met name, de oudere mens. Zo lang mogelijk kunnen genieten van het daglicht in het voor- en najaar is dan ook iets wat zeker in het ontwerp moet terugkomen. Dat zou bijv. kunnen in de vorm van een gemeenschappelijke kas van enkelglas in de binnentuin.”

De initiatiefgroep hoopt met advies en begeleiding van Aldus iets te kunnen realiseren waar de toekomstige bewoners met veel plezier zullen wonen. Herman Feberwee concludeerde: “Ik hoop dat wij op deze wijze een trend kunnen zetten voor betere woonvoorzieningen voor ouderen, een groep die tenslotte flink gaat toenemen. Als we er in slagen om woonruimten te creëren die door het groen en licht de ouderen veel meer levenslust kunnen brengen dan met de gebruikelijke bouwwijze, vind ik dat we een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de kwaliteit van leven.”

Voor meer informatie over dit duurzame huisvestingsproject voor ouderen klik hier

Wie maakt zich hard voor zachte waarden?

In naam van duurzaamheid worden gebouwen gerealiseerd waarin mensen niet meer dan meewerkende, soms zelfs lijdende voorwerpen zijn. Het woord ‘gebruiker’ vooronderstelt daarentegen een actieve rol. Met de ontwikkeling van de Active House-visie krijgt de architect een middel in handen om mensgericht én duurzaam te bouwen.

Momenteel wordt er een consortium Active House NL gevormd binnen het kader van het TKI ‘Energie Besparing Gebouwde Omgeving (TKI=Topconsortium Kennis en Innovatie) om concrete Active House projecten in Nederland te realiseren.

Lees hier het gehele artikel