Duurzaamheid is energieverspilling!

measureHet is niet meer aan mensen zoals wij (duurzaamheidsadviseurs) om voor te schrijven hoe een gebouw duurzaam gerealiseerd moet worden. “Waarom niet? Er zijn toch specialisten nodig om te bepalen welke ambities reëel zijn en welke maatregelen het meest efficiënt en effectief zijn?” Jawel, maar dat levert in de praktijk te weinig garanties op voor een duurzaam gebruikt gebouw (of woning of omgeving).

In onze dagelijkse werk zijn wij steeds meer bezig om ambities in de praktijk te borgen, en neemt u van ons aan dat dit veel energie vergt bij de begeleiding van ontwerp, bouw, gebruik en onderhoud. “Prima toch?” Nee niet helemaal, want het voelt als verkeerd geïnvesteerde tijd. WIj kunnen namelijk niemand opleggen om zich precies zo te gedragen zoals wij idealiter zouden willen, zoals onze modellen dat voorspellen, of zoals onze labels dat hebben berekend. Duurzaamheid wordt veel te veel gepushed!

“Hoe zou het dan anders moeten?” De gebruiker zou zich bewuster moeten zijn van zijn situatie, zijn impact en zijn mogelijkheden, zodat deze zelf gaat vragen (pull) om specifieke aanpassingen en zijn gedrag daarop gaat afstemmen! “Makkelijk gezegd, daar is hele hoop missionariswerk voor nodig?” Niet persé! Tegenwoordig kan je namelijk heel laagdrempelig inzicht verkrijgen in je energieverbruik en je binnenklimaat, zodat je weet waar je staat. Meten = weten.

Het leveren van duurzaamheidsadvies aan bewuste gebruikers is leuker, efficiënter en garandeert een veel betere uitkomst! Het is niet meer een eenmalig kunstje, maar een doorlopend proces met doelen. Aan bewuste gebruikers of opdrachtgevers hoef je geen oplossingen te verkopen. Zij zullen zelf kiezen voor beschikbare mogelijkheden (uitdaging voor de bouw). Bovendien leveren meetgegevens van gebruik betrouwbare conclusies over rendementen in duurzame maatregelen. En wie wil dat nou niet? Als je investeert, wil je toch weten of het verschil maakt!?

Geïnteresseerd? Start dan nu met meten! WIj garanderen u resultaat. En wilt u nog meer resultaat? Dan komt ons beroep als duurzaamheidsadviseur weer van pas! Want dan  helpen wij u met maatwerk aan oplossingen die u wilt, die u begrijpt en gebruikt zoals bedoeld is. Tevredenheid heet dat, terwijl de aarde er beter van wordt. Zo zou het moeten.

Heel gemakkelijk is het natuurlijk ook weer niet. Want je moet momenteel nog wel je best doen om de verschillende (meet)data te interpreteren en te combineren. Het is van groot belang om je energieverbruik en je binnenklimaat in samenhang te beoordelen, zodat de een niet ten koste gaat van de ander! Hier helpen we mee en werken eraan om de interfaces te verbeteren.

“Maar hoe zit het dan met keuze en advies over duurzame materialen en materiaalgebruik?” Tja, daarvoor blijft een specialist uiterst waardevol! Het is dus niet allemaal energieverspilling, maar het moet wel anders zodanig dat de gebruikers en gebruiksfase centraal staan.

Wij zijn benieuwd naar uw mening!

Stadlander kiest om duurzaam wonen te kopen bij Reimarkt!

Schermafbeelding 2013-06-03 om 23.55.0631 mei 2013: Reimarkt is gisteren in het Slim & Snel traject unaniem gekozen om 600 woningen in Bergen op Zoom te renoveren en energiezuinig te maken. Reimarkt wordt de eerste renovatiewinkel waar je duurzaam wonen kunt kopen. Woningcorporatie Stadlander kiest daarmee voor een aanpak waar vooral ook de particuliere woningeigenaar als klant centraal staat. De versnelling van dit hoofdpijndossier komt daarmee in zicht.

Met Reimarkt biedt Stadlander een totaaloplossing voor haar wijken, waar zij de laatste decennia veel oud-huurwoningen heeft verkocht. Reimarkt is een initiatief van 24 marktpartijen. Huurders en particuliere woningbezitters kunnen hier als woonconsumenten terecht voor renovatie en verduurzaming van hun huis. Zij kunnen écht gaan winkelen! Of de woning nou volledig energieneutraal moet worden, of er alleen een aantal zonnepanelen nodig zijn; bij Reimarkt vindt de klant helderheid over het aanbod én wat het oplevert. Ook de financiering wordt geregeld.

Door slimme productontwikkeling te stimuleren en geautomatiseerde systemen te ontwikkelen, kan Reimarkt verduurzaming veel effectiever aanbieden dan in een traditioneel renovatieproject. Reimarkt is target gericht door het gebied eerst te scannen op kenmerken als woningtype, leefstijl en energieverbruik. Middels een geautomatiseerde quick-scan krijgen die mensen gratis een persoonlijk duurzaamheidsadvies. Is de wens om te verduurzamen eenmaal aangewakkerd, dan kan de klant online en offline terecht voor advies op maat en wordt persoonlijk begeleid bij zijn aankoopproces.

Het traject van Stadlander was de laatste van een serie van vijf Slim & Snel experimenten, waarmee consortia van marktpartijen uitgedaagd werden om nieuwe concepten te ontwikkelen om woningen goedkoper en sneller energiezuinig te maken. De gedachte is, dat consortia door de grote schaal van de opgaven de ontwikkelkosten van een nieuw concept kunnen financieren.

De 24 marktpartijen van het Superconsortium:
Knaapen Groep, Stichting De Bakkerij, De Loods Architecten, Dura Vermeer, KAW architecten, Aldus Bouwinnovatie, PFC2, VDM, Van Ieperen Groep, Brink Climate Systems, Heembouw, Biq Stadsontwerp, Urbannerdam, Local, Admix, Era Contour, DWA, Inbo, Bam Woningbouw, Kuub, SVn, Essent, Active Warmth, Cauberg Huygen.Bouwgroep Dijkstra Draisma (bouwbedrijf), KAW (architect en bewonerscommunicatie), Kuub (collectief opdrachtgeverschap), Ekwadraat (energie), Acore Coaching (coaching op de biologische boerderij)

Slim & Snel
Slim & Snel is één van de initiatieven binnen Energiesprong. Het richt zich op renovatie van woningen uit de jaren ’60 en ’70 in bewoonde staat met als doel deze een kwaliteits- en energiesprong te laten maken. Zie http://www.energiesprong.nl voor meer info.

Eenvoudig naar een biobased gebouwde omgeving


Plafond Richard Rogers Barajas Madrid
Houten funderingspalen in plaats van betonnen, vlas- of hennepisolatie in plaats van glas- of steenwol, bamboe kozijnen in plaats van aluminium of pvc en kabelgoten van zetmeel in plaats van pvc. Dat zijn vier eenvoudige stappen op weg naar een biobased gebouw.

Cobouw 28 maart 2013 door Maartje Henket

Biobased is een visie die uitgaat van een economie gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen. Deze zijn veelal van dierlijke of plantaardige herkomst. De gebruiksduur van een product moet voorts overeenstemmen met de tijd die het kost om het te verbouwen. Een eikenhouten tafel is bijvoorbeeld onverantwoord, omdat een eik er tenminste vijftig jaar over doet om volwassen te worden en niemand vijftig jaar met zijn tafel doet. Het gebruik van fossiele aardolie is op die gronden nooit te rechtvaardigen, want het ontstaan hiervan kost enige miljoenen jaren.

Directeur Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie geeft de ommezwaai weer die de bouw moeten maken om aan deze voorwaarden te voldoen. “De focus moet verschuiven van energie naar grondstoffen. We sturen nu op energieverbruik – en dan ook nog eens alleen op het gebouwgebonden energie. De energie die nodig is om het gebouw te maken, te gebruiken en weer te slopen blijft buiten beschouwing. Een goede gebouw LCA zou al beter zijn dan de EPC, op dit moment een heel slap sturingsinstrument.

Deze tunnelvisie op energiebesparing en kierdichting leidt volgens Harsta tot onprettige en ongezonde gebouwen. “We lezen inmiddels regelmatig over het slechte binnenmilieu in extreem nageïsoleerde huizen. Een goed ontworpen biobased huis is dampopen, net als de huid van de mens. De toegepaste materialen hebben geen schadelijke effecten.”

Er zijn vier manieren waarop groene grondstoffen kunnen worden toegepast. De eerste en eenvoudigste is rechtstreeks, zoals bij een groene gevel of een groen dak. Bij de tweede manier wordt het groen eerst geoogst en vervolgens met geen of minimale bewerking gebruikt, zoals bij een rieten dak of een wand van wilgentenen en leem. De derde manier behelst een iets ingewikkelder verwerkingsproces, waarbij echter geen chemie komt kijken. Een voorbeeld hiervan is linoleum. De vierde manier is de meest geavanceerde. Hier worden materialen omgezet naar wezenlijk andere producten door iets te veranderen in de moleculaire keten. Hierbij moet je denken aan bioraffinage zoals het product biofoam of bij bioharsen voor de productie van biocomposieten. Het eindproduct ziet er hetzelfde uit als de fossiele tegenhanger.

Harsta ziet de meeste kans voor producten uit niveau drie en vier. “Soms is het proces van applicatie sturend. Daarom moet je biobased alternatieven ontwikkelen die op eenzelfde manier kunnen worden verwerkt als hun traditionele tegenhanger. Biofoam kan PUR-schuim bijvoorbeeld één op één vervangen en is daardoor gemakkelijk te implementeren. Bovendien geven producten uit niveau drie en vier de grootste vormvrijheid – en zijn ze gemakkelijker op te schalen. Het kost meer moeite om een dergelijk product te ontwikkelen, maar als je het eenmaal hebt, kun je er wel gemakkelijk meer van maken.”

In de visie over biobased bouwen is nog een laatste aspect van belang. De gebruikte grondstoffen moeten van dichtbij komen. “We kunnen op zich al een volledig biobased huis bouwen van producten die we in Nederland verbouwen. Maar de kunstmest die we gebruiken, komt uit Marokko en uit China. En de metalen die we gebruiken in onze computers en telefoons, komen uit China. Dat maakt ons kwetsbaar. Als je het hele plaatje echt goed bekijkt, dan wil je naar een circulaire economie: een economie waarin we alles hergebruiken en niets van ver halen. Dat is moeilijk haalbaar, maar gelukkig hebben we al veel grondstoffen in omloop. Laten we die in elk geval koesteren en hergebruiken. En dan bedoel ik zowel de lithium uit je telefoon als het leer van je oude bank.”

Verschillen traditioneel en biobased
product                  traditioneel materiaal      biobased variant
isolatiemateriaal      steenwol, glaswol                 vlas, hennep, schapenwol
kozijnen                   aluminium, pvc                     hout, biocomposiet, bamboe
metselmortel            cement                                 schelpenkalk
buitengevelisolatie   eps, cementmortels             dampopen biobased constructies
–                                                                            zoals houtvezelisolatie en stuc
–                                                                            kunststof van aardappelschillen
Een uitgebreide lijst is te vinden op http://www.cobouw.nl

Workshop stadslandbouw en de kas van de toekomst

020 dag van stadslandbouwTijdens “de 020-dag van de stadslandbouw” op 4 april zal Aldus bouwinnovatie met Priva een workshop organiseren over de manier waarop innovatieve kleinschalige kassen kunnen bijdragen aan de businesscase voor stadslandbouw. Doelstelling daarbij is om een zo multifunctioneel mogelijke rol voor de kas op een specifieke plek te creëren. Goede ideeën en praktische voorbeelden zullen aangedragen worden ter inspiratie.

Wereldwijd zijn er steeds meer stadslandbouwinitiatieven. In Nederland komt stadslandbouw nog maar moeizaam van de grond en gaat het nog vaak om kleinschalige projecten die door vrijwilligers worden georganiseerd. Dit terwijl de maatschappelijke toegevoegde waarde van stadslandbouw steeds belangrijker wordt. Hierbij denken wij onder andere aan het stimuleren van het bewustzijn en gedragsverandering als het gaat om gezond en duurzaam voedsel, maar ook duurzame ontwikkeling van de braakliggende terreinen in en rondom de stad. Om stadslandbouw op grotere schaal en langdurig levensvatbaar te maken is het belangrijk dat wij antwoord krijgen op de vraag of voor stadslandbouw een haalbare en sluitende business case bestaat en waar de kansen liggen.

Creative City Lab organiseert op 4 april de 020-dag van de stadslandbouw waarin verschillende stadslandbouw best practises hun business case presenteren. Het doel van deze sessies is om de feiten boven tafel te krijgen en samen met u te bepalen waar de kritische succesfactoren en de kansen liggen als het gaat om stadslandbouw.

The proof of the pudding; werk mee aan de real live casus om op 4 hectare grond in Amsterdam-Noord onze eigen stadsboerderij op te zetten! 

Tijdens het innovatielab 020-stadslandbouw werken 16 topstudenten – in maart en april 2013 – aan het ontwikkelen van de business case voor een nieuw stadslandbouwinitiatief; de 020-stadsboerderij in Amsterdam-Noord. Het is de bedoeling dat het een voorbeeldproject wordt voor de stad. Stadsdeel Amsterdam-Noord en Ymere hebben hiervoor twee uitdagende locaties ter beschikking gesteld. Op de 020-dag van de stadslandbouw delen we de tussentijdse resultaten van het lab met u. Daarnaast is het een goed moment om bewoners, ondernemers en professionals directer te betrekken bij de ontwikkeling van de stadsboerderij.

Klik voor het programma: dagstadslandbouw_flyer

Locatie: Undercurrent TT Vasumweg 93 1033 SG Amsterdam-Noord
Tijden: 09:00-18:00h

Wilt u zich inschrijven? Klik dan hier!

In ambitie kan je niet wonen!

wonen in een thermosfles(door Atto Harsta voor bouwkennisblog) De woonrelatie- therapie als oplossing voor energieneutraal leven. Een duurzaamheidsambitie voor een nieuw gebouw is een mooi begin. Uiteindelijk telt echter alleen het resultaat. Dat is niet het bouwwerk zelf, maar de interactie tussen gebruiker en gebouw. Als ze elkaar ‘natuurlijk’ aanvoelen is de kans op een mooie en lange (woon)relatie het grootst. Dat is echt duurzaam, heel anders dan de huidige focus op alleen het (gebouwgebonden)energieverbruik.

In ruim 70% van de gerealiseerde energiezuinige projecten is er veel ontevredenheid over het woongenot. Opvallend genoeg worden ook de energiebesparingclaims vaak niet gehaald. Blijkbaar zijn de verwachtingen heel anders dan de praktijk. De boodschap van dit blog is dan ook: meer aandacht voor de gebruiksfase. Dat kan door te leren van het verleden en projecten vaker, voor langere tijd, te evalueren. De AgentschapNL evaluatie uit april 2010 ‘Schatgraven in de bestaande bouw’ van 32 energiezuinige projecten [1], is in dat kader ontluisterend. Iedereen met energie- & bouwambities adviseer ik dit rapport te lezen.

Kloof tussen bouwen en gebruiken

In een eerder TNO rapport las ik: ‘De energiedoelstellingen zijn niet gehaald doordat de bewoners zich niet gedroegen zoals verwacht’. En even verderop: ‘Helaas moesten er ook nog bewoners in de woning’. Dit geeft een beeld van de enorme kloof tussen wat we bouwen en hoe we iets gebruiken. Het toont ook de arrogantie en minachting van bouwpartijen voor eindgebruikers, alle aandacht voor consumentgericht bouwen ten spijt. Kern van het probleem is de focus op het bouwproces. Negen maanden bouwen is ondergeschikt aan 75 jaar gebruik, maar eist nu wel alle aandacht op.

Als industrieel ontwerper weet ik dat een gebruikersonderzoek essentieel is voor productontwikkeling. Je ziet hoe gebruikers (intuïtief) met producten omgaan. Want al zouden we een gebruiksaanwijzing bij een woning leveren, dan nog ligt die vaak ongebruikt in de meterkast. Gebruiksonderzoek is de meest leerzame fase van een productontwikkelingstraject. Bijzonder dat dit in de bouw nauwelijks wordt toegepast.

Onderzoek doen

Als je het dan niet vooraf onderzoekt is het misschien een goed alternatief om nadat je iets hebt gebouwd te onderzoeken hoe het bevalt, hoe het wordt gebruikt en of de ambities in praktijk worden gehaald. VELUX heeft samen met enkele vaste partners, in Europa, 6 Active Houses gerealiseerd. Eindelijk een ambitieus (duurzame woningbouwproject) met aandacht voor de gebruiksfase. De opgedane ervaringen is open source, de sector hoeft er enkel kennis van te nemen en te vertalen naar de eigen bouwpraktijk. Alle active houses worden een aantal jaren bewoond en gemonitord door wisselende gebruikers (elk jaar een bewonerswissel). Hoe gedraagt de gebruiker zich en wat is het resultaat op het gebruik van energie, warmte, water, e.d. De eerste resultaten van de gemonitorde Active House woningen ondersteunen mijn visie. We hebben veel meer kennis nodig over menselijk gedrag om onze klimaatdoelstellingen te realiseren.

WoonTomTom©

Als bewoners hun woning blijkbaar niet goed en niet energiezuinig kunnen gebruiken is de woonTomTom© misschien de oplossing. Alle bewoners worden standaard uitgerust met een slimme woninggebruiksplanner. Een vriendelijke damesstem geeft de bewoner aan het raam dicht te doen, de gordijnen te sluiten, de thermostaat 3 graden lager in te stellen en nu toch eindelijk maar eens naar bed te gaan. Aan het eind van het jaar geen energiekosten en volop ‘gestuurd’ woongenot. Technologisch gezien geen enkel probleem en waarschijnlijk helpt het TomTom van haar dalende beurskoers af. De vraag is of dit de oplossing is om energieneutrale woningen te realiseren. Zitten gebruikers hier op te wachten? De maakbaarheid van onze maatschappij is volgens mij sowieso aan (en voor velen reeds over) de grens van acceptatie. Oftewel; een oplossing in de lijn van ik zal die domme bewoner wel even helpen i.p.v. aan te sturen op een goed woonhuwelijk.

Woonrelatietherapeut

In dat kader wil ik ook nog even aandacht vragen voor een ander onderbelicht aspect van energieneutraal bouwen. Alle gebruikersgerelateerde energie die nu nog niet in de EPC  berekeningen wordt meegenomen. In mijn en ook volgens AgentschapNL definitie van energieneutraal [2] moet alle energie voor de bouw en sloop, de bouwmaterialen en voor het gebruik van de woning op locatie worden opgewekt. Oftewel heel veel energieverbruik die nu NIET in de EPC wordt berekend. Door alle aandacht op het verlagen van het gebouwgebonden energieverbruik (verwarmen, ventileren, koelen, e.d.) middels die EPC wordt de component gebruikersgebonden energie procentueel steeds groter. Om die te verlagen is een innige relatie met en begrip van de gebruiker cruciaal. Ik meld me bij deze aan als ‘woonrelatietherapeut’ om het huwelijk tussen woning en gebruiker te redden.

Alle opdrachtgevers die nu plannen maken voor duurzame en/of energieneutrale gebouwen raad ik het volgende aan; neem een gebruikerstevredenheideis (comfort en gezondheidsprestaties) op in uw ambitie. Op die manier krijgt de duurzame woonrelatie een eerlijke kans. Bedenk daarbij ‘een thermosfles is een prachtig product’ ik wil er alleen niet in wonen.

[1] Schatgraven in de bestaande bouw, April 2010

BouwhulpGroep architecten en adviseurs. In opdracht van NL Energie en Klimaat, divisie van AgentschapNL

[2] Stevige ambities, Klare taal. PeGo 2009

Een project is energieneutraal als er op jaarbasis geen netto import van fossiele of nucleaire brandstof van buiten de systeemgrens nodig is om het gebouw op te richten, te gebruiken en af te breken. Dit betekent dat het energiegebruik binnen de projectgrens gelijk is aan de hoeveelheid duurzame energie die binnen de projectgrens wordt opgewekt of die op basis van externe maatregelen aan het project mag worden toegerekend. Het energieverbruik dat voortkomt uit de oprichting en sloop van het gebouw zullen naar een jaarlijkse bijdrage worden verrekend op basis van de verwachte levensduur van het gebouw.

Stadlander kiest voor Superconsortium met Reimarkt!

Reimarkt BuurtSuper 2

THOLEN 6 maart 2013 – Stadlander heeft in het traject Slim & Snel het Superconsortium geselecteerd als een van de winnaars. Het Superconsortium lanceert de eerste winkel waar je duurzaam wonen kunt kopen: Reimarkt.

Reimarkt is een initiatief van 24 marktpartijen waar de consument écht kan gaan winkelen. Een winkel met producten die de consument inzicht en gemak geeft in wat er op de markt te koop is op het gebied van duurzaam wonen. Denk bijvoorbeeld aan producten als zonnepanelen, boilers en verschillende isolatiemogelijkheden. Met heldere prijzen en een ruim assortiment. Voor de consument geldt ‘what you see is what you get’. Als klant kan je met elke behoefte gaan shoppen in de winkel voor energiebesparing, wooncomfort en levensbestendigheid.

Met Reimarkt komt er  een versnelling in de energiebesparing en het wooncomfort van zowel huur als particuliere woningen. De winkel functioneert volgens de retailformule waarbij wordt samengewerkt op het gebied van bewustwording en financiering. De focus en concurrentie ligt op productinnovatie.

Het Superconsortium gelooft dat de consument zelf graag invulling geeft aan duurzaam wonen als men de producten zelf kan kopen in een winkel. Het Superconsortium was verheugd dat Reimarkt in de smaak viel bij bewoners van Stadlander. Met de omarming van Stadlander is Reimarkt een stap dichterbij haar opening en daar is heel Nederland bij gebaat.

Klik hier voor een illustratieve animatie en toelichting van het concept.

De 24 marktpartijen van het Superconsortium:
Knaapen Groep, Stichting De Bakkerij, De Loods Architecten, Dura Vermeer, KAW architecten, Aldus bouwinnovatie, PFC2, VDM, Van Ieperen Groep, Brink Climate Systems, Heembouw, Biq Stadsontwerp,  Urbannerdam, Local, Admix, Era Contour, DWA, Inbo, Bam Woningbouw, Kuub, SVn, Essent, Active Warmth, Cauberg Huygen.

Slim & Snel:
Slim & Snel is één van de initiatieven binnen Energiesprong. Het richt zich op renovatie van woningen uit de jaren ’60 en ’70 in bewoonde staat met als doel deze een kwaliteits- en energiesprong te laten maken. Zie www.energiesprong.nl voor meer info.

1 biobased pilot maakt nog geen zomer!

agrodome2010-5In Wageningen zijn in 2011 vier bijzonder woningen gerealiseerd als proefproject voor het bouwen met hernieuwbare grondstoffen. Het project Agrodome was bedoeld om als voorbeeldproject voor hernieuwbaar materiaalgebruik in de bouw te dienen en zo de toepassing ervan in de bouw te stimuleren. Aldus bouwinnovatie geeft o.a vorm en invulling aan de Green Deal Biobased Bouwen en heeft recentelijk het project Agrodome geëvalueerd. We hebben daarbij specifiek gekeken of de gestelde doelen zijn behaald.

Door het enthousiasme van de betrokken partijen (Gemeente Wageningen, architect Renz Pijnenborgh, WUR, bouwbedrijf van Swaaij) is het project en succes geworden waar de bewoners nog steeds naar volle tevredenheid en gezondheid wonen. Het project heeft echter nog weinig navolging gekregen in en rond Wageningen. Hoe komt dat?

Op donderdag 14 februari presenteren wij onze uitkomsten en aanbevelingen op de bijeenkomst ‘Biobased bouwmaterialen in relatie tot het Nieuwe Bouwbesluit ‘13’ bij de WUR in Wageningen.

Erbij zijn? Zie de aankondiging via onderstaande link:
VCTRCTuitnodiging

Hoe groen is oranje? Opdracht aan onze nieuwe koning:

Willem AlexanderAlom wordt hare majesteit geprezen voor haar invulling van het koningschap, vanuit uitzonderlijke gedrevenheid en inlevingsvermogen. Ze is het boegbeeld en een icoon van onze Nederlandse samenleving geweest. Ze heeft de monarchie in roerige tijden fier overeind weten te houden, als bindend element van ons land; een prestatie van formaat!

Maar deze nieuwe tijd, waarin gevestigde structuren zwaar onder druk staan, burgers onafhankelijk willen worden en de relatie tot autoriteiten veranderen, vraagt om een andere invulling van het koningschap. Koningin Beatrix erkent dat het tijd is voor een nieuwe generatie. Om de monarchie in de harten van de Nederlandse burgers gesloten te houden, zal koning Willem Alexander een nog grotere uitdaging wachten; de ceremoniële rol past niet meer in onze informele tijdsgeest en een politieke rol is volledig taboe. De verbindende rol van nationale trots en eensgezindheid blijft cruciaal, maar hoe geef je daar nu invulling aan?

Wij, Aldus, zijn er sterk van overtuigd dat de toekomst gevormd zal worden van onderaf en niet meer van bovenaf opgelegd gaat worden. (Zie ook Tegenlicht uitzending 28-01: http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2012-2013/gat-in-de-markt.html) Leiders, in de oude zin, zijn dus overbodig. Wel is er veel behoefte aan visie, zingeving en goede voorbeelden van “empowerment” en onafhankelijkheid. Hoewel het tegenstrijdig klinkt kunnen deze ontwikkelingen juist het community gevoel van samenhorigheid en trots doen opbloeien; daar ligt een kans voor onze nieuwe koning!

Als onafhankelijk staatshoofd zonder macht zou koning Willem Alexander zich moeten opwerpen als missionaris voor de duurzaamheidstransitie van Nederland. Objectief kan hij oordelen over de status en de ontwikkelingen, met als doel de toekomstbestendigheid van ons land, waarin de economie in balans is met de ecologie. Niet de welvaart van het land, maar het welzijn van burgers en natuur staan bovenaan zijn agenda. Hij zal niet moeten regeren, maar RE-Genereren, wat in het belang is van iedereen. Niemand kan dit belang beter uitdragen en dienen dan de koning, vanwege zijn bereik en statuur. Natuurlijk positioneert hij zich daarmee soms in moeilijke situaties en belangen, maar dat zal worden toegestaan vanuit het algemene profijt. Door het goede voorbeeld te geven, en de maatschappij te wijzen op de voordelen van de transitie (tegengaan van klimaatverandering en onafhankelijkheid van olie en eindige grondstoffen) kan hij uitgroeien tot onze nieuwe burgervader; een natuurlijke rol.

Het echte transitiewerk moeten we zelf doen. Onder aanvoering van Willem Alexander kan het een oranje transitie worden, en wordt onze nationale kleur het nieuwe groen!

Oranje boven!

Gebruik GPR (en BREEAM) niet als doel, maar als tool!

impressie Voorthuijse_GPR

Duurzaamheidsinstrumenten worden in de praktijk te veel gebruikt om punten te scoren, door het aanvinken van maatregelen waarmee op papier de hoogste score wordt gehaald. De grote verscheidenheid aan onderwerpen (modules) suggereert een integrale aanpak, echter deze is alleen gegarandeerd wanneer alternatieve mogelijkheden worden getoetst op de consequenties voor het samenhangende geheel. Voor een project in Leiden toetsten wij het ontwerp op de gestelde ambities.

Voor een controle van uw ontwerp en een optimalisatie-advies mbv GPR Gebouw, klik hier: Aanbod ontwerptoets GPR Gebouw!

Door de toenemende vraag naar duurzame gebouwen wordt er steeds vaker gezocht naar een methode om de gestelde ambitie te bepalen en toetsen, aangezien het bouwbesluit hier niet toereikend voor is. Veel Gemeenten gebruiken hiervoor het toetsingsinstrument GPR Gebouw, ontwikkeld door de Gemeente Tilburg en W/E adviseurs. GPR Gebouw geeft inzicht in de duurzaamheid van een gebouw, gebruikmakend van de meest recente methodes en ontwikkelingen. Na invoer van de gegevens worden prestaties zichtbaar op de modules Energie, Materialen, Afval, Water, Gezondheid, en Woonkwaliteit.

GPR Gebouw is een accurate methode: scores worden bepaald op basis van genormeerde rekenregels (energieprestatie), onafhankelijk onderzoek en beschikbare methodieken (LCA studies naar milieueffect van materialen, Politiekeurmerk Veilig Wonen) en inzicht van deskundigen (gezondheid, toekomstwaarde). Door van te voren een ambitie te bepalen en in te voeren kan eenvoudig de behaalde score vergeleken worden en zonodig kunnen verbeterpunten worden aangedragen.

Steeds meer gemeentes stellen een ambitie van een gemiddelde GPR score van 7. Dit is een score die niet zo maar gehaald kan worden, met name op het gebied van energie en milieu (materiaalgebruik) vraagt dit extra aandacht.

Voor PFC2 heeft Aldus de bouwaanvraag voor het woningbouwproject Voorthuijsen Driehoek Leiden (ontwerp rphs architecten) getoetst aan de door de Gemeente Leiden gestelde duurzaamheidsambitie. De Gemeente wil dat het project voldoet aan hun Regionale Duurzaam Bouwen+ (DUBO+) richtlijn. Uitgangspunt van deze richtlijn is het bouwen en beheren van gebouwen in hun omgeving, waarbij de schade aan het milieu in alle stadia, van ontwerp tot sloop, zoveel mogelijk beperkt blijft. Dit wordt bereikt door verantwoord om te gaan met energie, grondstoffen, materialen en gezondheid.

Concreet betekent dit voor woningbouwprojecten:

  • Projecten worden getoetst door middel van GPR-Gebouw, de minimale score een 7 is, met minimaal een 7,5 voor energie
  • 25% CO2 reductie bij > 200 woningen
  • Het gebruik van hout uit duurzaam beheerde bossen (FsC keurmerk)
  • Het voorkomen van uitlogen van bouwmaterialen koper, zink en lood naar hemel/oppervlaktewater
  • Betere geluidsisolatie woningscheidende constructie voor zowel lucht- als contactgeluid met +5dB tot +10dB

In de ontwerpfase zijn verschillende duurzame alternatieve maatregelen onderzocht, mede op stedenbouwkundig niveau, die hebben bijgedragen aan het integrale concept.
Op basis van de bouwaanvraag en het opgestelde GPR profiel heeft Aldus een aantal aanbevelingen gedaan om beter te voldoen aan de gestelde eisen.

Om de energiescore te halen bleken aanvullende maatregelen nodig, zoals toepassing van een hotfill en zonneboilers. Op materiaalniveau diende de milieuscore verder verlaagd te worden door bijvoorbeeld toepassing van duurzaam hout en EPDM (ipv bitumen). Vanuit het integrale concept zijn de extra maatregelen een goede, nuttige en afgewogen aanvulling.

Wat zijn uw ervaringen met het werken met duurzaamheidsinstrumenten?

Behalen van goede daglichtfactor in scholen blijkt grote uitdaging in praktijk!

244784Het Programma van Eisen Frisse Scholen is 7 jaar geleden door AgentschapNL (toen nog SenterNovem) in het leven geroepen als richtlijn voor het realiseren van een energiezuinige en gezonde school. Het programma is opgebouwd uit een vijftal onderwerpen welke uitgewerkt zijn in prestatiegerichte eisen onderverdeeld in een niveau C (iets ambitieuzer dan bouwbesluit), niveau B en niveau A als hoogst haalbare. Begin dit jaar is er een herziening geweest van het Programma van Eisen Frisse Scholen, waarbij de eisen vooral op haalbaarheid in de praktijk zijn getoetst. SLD/ Aldus is gevraagd om het onderwerp Visueel comfort te beoordelen en eventuele aanpassingen te adviseren.

Voor een controle van uw ontwerp en optimalisatie-advies mbt de eisen van Visueel Comfort, klik hier: Aanbod ontwerptoets Visueel Comfort!

Het aspect daglichttoetreding wordt voor een groepsruimte omschreven in de zogenaamde daglichtfactor. De daglichtfactor is de verhouding (in %) tussen de hoeveelheid daglicht buiten en op een bepaald punt binnen.

De oude versie van Frisse scholen klasse C ging uit van een daglichtfactor van 3%, klasse B van 5% en klasse A van 8% gemeten in het midden van de ruimte. In de praktijk bleek het behalen van klasse A niveau van 8% bijzonder lastig. Wij hebben onderzocht wat een realistische prestatie-eis is op basis van een aantal recent gerealiseerde scholen waarbij een Frisse scholen ambitie werd gehanteerd. De daglichtfactor voor die scholen is berekend op basis van het gerealiseerde ontwerp. Onze conclusie was dat frisse scholen A nergens wordt gehaald, zelfs bij scholen met een bijna volledige glazen gevel. De gestelde eisen voor niveau A waren in dit geval dus te ambitieus.

Op advies van SLD/ Aldus zijn de eisen aangepast door de daglichtfactor gemiddeld over de ruimte te meten, en is de klasse A eis van 8% naar 7% bijgesteld. Hierdoor blijft de eis voldoende ambitieus, maar wel haalbaar. Met deze nieuwe eis is er 1 school uit ons onderzoek waar de groepsruimten aan de niveau A eis voldoen. Het betreft de MFA ‘De Kreek’ uit Hoorn (ontwerp Rudy Uytenhaak). De groepsruimten op de eerste verdieping zijn naast de daglichtopeningen in de gevel voorzien van een bovenlicht op de noordzijde, waardoor er daglicht dieper in de ruimte valt. Hiermee wordt de gemiddelde waarde van 7% behaald. Bij de groepsruimten op de begane grond waarbij geen sprake is van bovenlicht wordt een waarde van ruim 5% behaald.

Door uit te gaan van een gemiddelde waarde valt op dat er bij de gevelopeningen een hoge daglichtfactor wordt behaald (10% of hoger) terwijl bij de verkeersruimte krap 2% wordt behaald. Om een gelijkmatig daglichtniveau te ontwerpen is dus altijd daglicht van minimaal 2 zijden nodig, en bij voorkeur als tweede zijde de wand evenwijdig aan de gevel, door transparantie in de gangwanden aan te brengen of te werken met daklichten. Dit zorgt voor een prettiger daglichtverdeling zonder al te grote contrasten en maakt het onnodig toepassen van kunstlicht overbodig.

In alle gevallen verdient het gebruik van digitale schoolborden (smartboards) extra aandacht voor de daglichtverdeling en mogelijkheden van een effectieve en goed regelbare zon- en lichtwering.

Download hier Frisse Scholen Programma van Eisen – april’12-3.

Geef hieronder uw commentaar en ervaringen bij de realisatie van de eisen uit het Programma van eisen Frisse Scholen.

Maakt u al deel uit van de Re-Generatie?

Onze duurzame toekomst zal gevormd worden door een samenleving (de Re-Generatie) met een “nieuwe” mentaliteit: leven in harmonie met moeder aarde en elkaar!
Om dit te bereiken moeten Economie en Ecologie nauw gaan samenwerken, gericht op regeneratie van de aarde en haar bewoners.

Graag presenteren wij u ons beeld van een duurzame toekomst, die een antwoord en uitweg biedt voor de grote problemen waarin het industriële tijdperk ons geplaatst heeft. Het is een realistisch en positief scenario dat gebaseerd is op hele oude én hele moderne kennis, welke grotendeels voorhanden zijn. We baseren ons hiervoor op concrete ervaringen en resultaten uit lopende projecten. De uitdaging ligt in de grootschalige gedragsverandering die hieraan ten grondslag ligt. Welkom in de wereld van Re-Generatie:

Onze duurzame toekomst (jaartal irrelevant) zal volgens ons om verschillende redenen uit 3 onlosmakelijke hoofdcomponenten bestaan:

  1. We leven in een circulaire economie, waarin we onze materialen regenereren.
  2. We zijn in hoge mate zelfvoorzienend, doordat we energie en voeding lokaal regenereren.
  3. We hebben een hoog niveau van welzijn, door regeneratie van van ons zelf-herstellend vermogen.

Circulaire economie
Eindige grondstoffen hebben ons gedwongen om véél zuiniger om te gaan met onze materialen, door deze constant met behulp van recycling terug te brengen in onze productieprocessen. We zijn op grote schaal afhankelijk van biobased materialen, die volledig hernieuwbaar zijn. Afval is voedsel conform het Cradle 2 Cradle principe. Zowel op technologisch niveau als ecologisch niveau hebben we onze kringlopen gesloten. Bedrijven waarvan restproducten grondstoffen zijn voor andere bedrijven hebben elkaar geografisch opgezocht, waardoor een soort industriële ecologie is ontstaan.

Zelfvoorziening
Gemeenschappen zijn vrijwel volledig onafhankelijk geworden van invloeden van buitenaf voor wat betreft hun energie-, voedsel en materiaalvoorziening. Dit betekent dat ze zelf in hun basisbehoeften kunnen voorzien en alleen extra’s en luxe nog importeren. De locatie bepaalt welke soort zelfvoorziening het meest geschikt is. Energie wordt lokaal duurzaam opgewekt met behulp van wind-, zonne-energie, geothermie en biomassa. Voedsel wordt weer dichter bij huis verbouwd. We eten aanzienlijk minder vlees, en verbouwen geen mono-culturen op industriële wijze meer. Onze bouwmethodieken- en materialisatie hangen eveneens grotendeels af van wat de natuurlijke omgeving te bieden heeft.

Welzijn
Niet welvaart, maar welzijn is het streven van de maatschappij. Fysieke en psychische gezondheid worden bereikt door meer in balans en contact met de (plaatselijke) natuur te leven. Niet productiviteit en efficiëntie zijn meer maatgevend, maar geluk en zorgzaamheid voor elkaar en je omgeving zijn tegenwoordig de maatstaf.

Het resultaat is een sterke verwevenheid en betrokkenheid tussen natuur, industrie, landbouw en wonen, wat zich veel meer door en naast elkaar afspeelt. Transport van personen en goederen is hierdoor drastisch afgenomen. De gelijkwaardige samenwerking tussen Economie en Ecologie is de enige mogelijkheid voor een langdurig bestaan op een hoog welzijnsniveau met 8 miljard mensen op één aarde.

Voor veel mensen klinkt dit beeld als een stap terug naar de 19e eeuw (pre-industriële tijdperk).  Voor een gedeelte is dat zo, maar dan hoofdzakelijk ten aanzien van de goede aspecten uit die tijd waarin gemeenschappen veel veerkrachtiger waren. In de toekomst blijven we profiteren van moderne en innovatieve technologieën ten behoeve van bijvoorbeeld onze communicatie, energievoorziening en gezondheidszorg. In deze combinatie maken we een belangrijke stap voorwaarts waarin we ons voortbestaan veilig stellen door in harmonie met de natuur te leven en technologie te ontwikkelen die dit ondersteunt.

Wanneer is deze duurzame toekomst een feit? Dat is nog moeilijk te zeggen, maar hoe eerder hoe beter staat vast. Klimaatverandering (temperatuurstijging) en eindige grondstoffen (zoals fossiele brandstoffen) zullen op korte termijn dergelijke grote consequenties hebben voor de samenleving dat verandering onvermijdelijk is. We zullen hiervoor vooral ons gedrag en gewoontes moeten aanpassen, hetzij vrijwillig op korte termijn, hetzij gedwongen op x termijn. Hoe eerder we aanpassen hoe hoger ons niveau van welzijn kan worden!

Alle adviestrajecten die wij uitvoeren ten behoeve van duurzame gebouwen (+ omgevingen) en ten behoeve van innovatieve producten zijn concrete acties richting dit drievoudige toekomstperspectief. We realiseren daarmee stapsgewijs de verwezenlijking van deze visie. Dat betekent niet dat ieder project nu al op deze 3 niveaus maximaal scoort, maar wel dat de mogelijkheden hieraan getoetst zijn en dat er op basis van prioriteitsstelling en haalbaarheid integrale keuzes gemaakt worden. Des te meer mensen meedoen, des te beter!

We vernemen graag uw aanvullingen, commentaar of visie hieronder!   

 

Lessen van een klimaatneutrale én frisse school, deel 2

In deel 1 van lessen van een klimaatneutrale én frisse school gaven we 6 uitdagingen waar we in het ontwerp van brede school Houthaven tegenaan zijn gelopen. In deel 2 geven we nog een zestal prijs.  Tenslotte vergelijken we het ontwerp met de duurzame scholen uit het UKP NESK programma om  het bereikte resultaat te kunnen vergelijken. Hiernaast wordt de GPR score van het Definitieve Ontwerp weergegeven. (de milieuscore is relatief laag vanwege de negatieve impact van veel PhotoVoltaische panelen)

7. Warmteterugwinning in relatie tot luchtvochtigheid:  Frisse scholen klasse A stelt een WTW rendement van 90%. DIt blijkt in de praktijk tot hele dure en grote luchtbehandelingskasten te leiden die uitgevoerd zijn met een plaatwisselaar. Het nadeel hiervan is dat de luchtvochtigheid in het gebouw (te) laag wordt en er een extra bevochtiger in de installatie opgenomen moet worden. Deze kost weer energie en dus PV compensatie. Om redenen van energie, kosten, ruimtegebrek en comfort is daarom gekozen voor een warmtewiel met een rendement van 85%. Les: energetisch en prijstechnisch bekeken is een (goed) warmtewiel voor een klimaatneutrale en frisse school een verstandige en acceptabele keuze.

8. Uitvoering PV panelen; de beperkte dakruimte op de school voor opwekking van het totale gebouwgebonden energieverbruik verplichtte het ontwerpteam om tot een PV installatie met hoogst mogelijke opbrengst te komen. Les: Uit ons onderzoek blijkt dat een symmetrische Oost-West opstelling onder 10 graden, hier meer geïnstalleerd vermogen oplevert dan Zuid georiënteerde panelen op 35 graden. Daarnaast is het van belang om de panelen zo laat mogelijk in te kopen, zodat het project optimaal kan profiteren van de steeds beter presterende PV panelen.

9. Invloed gebruiker: Frisse scholen schrijft een zekere invloed van de gebruiker voor op haar binnenklimaat. Vanuit comfort en beleving vinden wij maximale invloed van groot belang. Vanuit energetisch oogpunt blijkt deze individuele invloed niet heel bevorderlijk. Les: een installatie dient te reageren op iedere individuele aanpassing en volledig afgestemd te zijn op elkaar.

10. Compensatie van primaire energie; Om aan de definitie van klimaatneutraal (A’dam) te voldoen, moet het gebouwgebonden energieverbuik worden gecompenseerd op de locatie. Dit betekent dat het energieverbruik moet worden omgezet in primaire energie, waarbij je rekening dient te houden met het opwekkingsrendement van de aangeleverde energie (stadswarmte). De consequentie hiervan is dat het gebouw de CO2 dient te compenseren van de aangeleverde energie, terwijl het geen invloed heeft op het opwekkingsrendement. Desalniettemin bleek stadswarmte de meest gunstige keuze, wat door bovenstaande moeilijk te beargumenteren was aan de stakeholders van het project. Het lijkt namelijk logischer om alleen het verbruik te compenseren waar het gebouw daadwerkelijk invloed op heeft, maar dat is niet conform de definitie “klimaatneutraal” van de gemeente Amsterdam. Les: heldere communicatie van definities en consequenties, bij voorkeur aan de hand van illustraties is noodzakelijk vanaf start project.

11. Alle aandacht voor de twee hoofdambities leidt af van andere belangrijke waarden zoals groenvoorzieningen en educatieve mogelijkheden van duurzaamheid. Hoewel we deze aspecten goed geborgd hebben in het programma van eisen dreigen ze continu onder te sneeuwen. Les: blijf duurzame waarden die van belang zijn voor de gebruikers continu onder de aandacht brengen.

12. Toetsing van prestaties: het ontwerp is op het scherpst van de snede gemaakt om de moeilijke balans tussen gezondheid en energiezuinigheid te kunnen realiseren. Of het gebouw (en installaties) ook aan de vereiste prestaties zal voldoen, hangt volledig af van de uitvoering en het gebruik. Les: het uitvoeringsteam zal zich continu op de prestaties moeten richten en deze in de praktijk moeten toetsen aan de voorschriften. In het ontwerp moet daarom rekening gehouden worden met het meetbaar maken van prestaties. Manieren voor het vastleggen van prestatie-afspraken worden momenteel serieus overwogen.

De genoemde uitdagingen hebben tot een interessant proces geleid, met een prachtig en afgewogen resultaat. Het blijkt nodig om op sommige aspecten concessies te doen, die wat ons betreft nooit aan de basale gezondheidsvoorwaarden mogen tornen. Dat is in dit bijzondere ontwerp gelukt, dankzij de volharding van ontwerpteam en uitgesproken motivatie van de gemeente. Brede school Houthaven behoort daarmee bij oplevering tot de duurzaamste scholen van het land. In het tabel in deze link wordt een vergelijking gemaakt tussen 8 duurzame scholen uit het UKP NESK programma van AgentschapNL, waaraan we brede school Houthaven hebben toegevoegd. Hieruit wordt duidelijk dat de school (zonder subsidie) deze lijst aanvoert, en een stap zet naar verdere verduurzaming van onderwijshuisvesting.

(voor een verwijzing naar het volledige artikel over de UKP NESK scholen in de initiatieffase van AgentschapNL klik hier)

Maar we zijn er nog niet! De school moet nog aanbesteed en gebouwd worden. Pas in het gebruik zal zij zich kunnen bewijzen…
Graag vernemen we weer uw ervaringen en lessen bij het ontwerp en realisatie van duurzame scholen (nieuwbouw of renovatie) waarbij u betrokken bent (geweest).

Projectpartners:
brede school Houthaven  (BVO 6569m2)
opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Stadsdeel West
schoolbesturen: AWBR en Amos
architect: Architectenbureau Marlies Rohmer Amsterdam
constructeur: Strackee Amsterdam
installatie-adviseur: Schreuder Alkmaar
bouwfysisch adviseur: Nelissen Eindhoven
duurzaamheidsadviseur: Aldus bouwinnovatie Amsterdam

Duurzame troonrede: duurzaamheid in de haarvaten van elk schoolvak!

Als groot medestander en medewerker van de nieuwe revolutie en transitie juichen wij de duurzame troonrede toe! “Ecologie is de basis voor economie en niet andersom!”. De troonrede, voorgelezen door Marjan Minnesma (Urgenda), beschrijft op heldere wijze het noodlot waarop wij afstevenen en doet positieve suggesties voor de noodzakelijke transitie als oplossing.

“We moeten op weg naar een volhoudbare samenleving gebaseerd op duurzame energie, een circulaire economie, minder ‘blinde BNP-groei’ maar meer groei van welzijn en saamhorigheid”

Het aller belangrijkst is dat de mindset en het gedrag van de samenleving (snel) gaat veranderen om dit mogelijk te maken.

In de troonrede wordt specifiek de rol van onderwijs benadrukt: “duurzaamheid zou in de haarvaten van elk schoolvak moeten komen”. Wij zijn het hier hartgrondig mee eens en zouden eraan willen toevoegen: ….in de haarvaten van elk schoolvak, instelling en onderwijsgebouw (en zijn omgeving)!

De nieuwe generatie dient op te groeien met het ecologisch besef waaraan de troonrede refereert. DIt is bij uitstek een rol voor het onderwijs en ook voor de architectuur van schoolgebouwen;  een onderwijsgebouw kan namelijk als schoolvoorbeeld dienen voor duurzaamheid!

In onze adviezen proberen we duurzaamheidsmaatregelen zo zichtbaar mogelijk te maken, en er een zinvolle educatieve rol aan te geven. Hoe zou u dat in willen vullen? Graag vernemen wij goede voorbeelden en suggesties voor maatregelen tbv duurzame educatie!

Klik hier voor de volledige tekst van de duurzame troonrede.

Lessen van een klimaatneutrale én frisse school, deel 1

klimaatneutrale brede school Houthaven Architectenbureau Marlies Rohmer

Sinds december 2011 is het ontwerpteam onder aanvoering van Architectenbureau Marlies Rohmer intensief bezig met de uitwerking van het ontwerp voor de nieuwe brede school Houthaven in Amsterdam. Het definitief ontwerp is inmiddels afgerond en momenteel wordt het bestek opgesteld;  een mooi moment om eens terug te kijken op het ontwerpproces en de resultaten! Wat kunnen we ervan leren?

Bij de ambitiebepaling van deze nieuwe school was het al duidelijk dat de lat erg hoog werd gelegd, door zowel gezondheid als energieprestatie op het hoogste niveau in te schalen: Frisse School Klasse A en Klimaatneutraal (vlgs def. gem. A’dam). Een intensieve en complexe zoektocht naar optimalisatie van gebouw en installaties volgde.

Samengevat werd de grootste spanning veroorzaakt door de enorme hoeveelheden frisse lucht en licht gecombineerd met weinig energieverbruik (en compensatie) binnen de budgetten en architectonische mogelijkheden. Veel verse lucht (1200m3/uur per groepsruimte) betekent een grote hoeveelheid energie aan ventilatievermogen. Veel natuurlijk daglicht (8%) heeft een slecht effect op de isolerende werking, wat zowel in de winter als zomer tot meer energieverbruik leidt.

Waar liepen we tegenaan (onderstaand is een selectie in willekeurige volgorde)?

1. Daglichtfactor in relatie tot compact gebouw: Om tot een daglichtfactor van 8% te komen (klasse A) is realistisch gezien daglichttoetreding van 2 kanten noodzakelijk. Een compact gebouw is (o.a.) nodig om tot een uiterst energiezuinig ontwerp te komen. Tweezijdig licht is dan niet altijd mogelijk. Vanuit gezondheidsoverwegingen vinden wij een daglichtfactor van 5% acceptabel op deze plekken. Les: DLF 8% door 2-zijdige daglichttoetreding is niet altijd mogelijk en ook niet noodzakelijk. Waar mogelijk wel nastreven!

2. EPC in relatie tot klimaatneutrale prestatie: De rekenmethodiek van de EPC norm is niet geschikt voor gebouwen met een EPC waarde < 0,5. Les: Om tot een klimaatneutrale prestatie (benadering van EPC=0) te komen is het noodzakelijk om onderbouwde gelijksheidsverklaringen op te stellen.

3. Gelijktijdige bezetting van gebouw: door een realistische berekening te maken van de bezetting van het gebouw blijkt het mogelijk om de gestelde 800ppm (CO2 concentratie) te behalen bij een lagere ventilatievoud. Les: eis voor maximale C02 concentratie is leidend boven de ventilatievoud, die geoptimaliseerd kan worden door de maximale bezetting te bepalen tov de rekennorm.

4. Complexiteit van EPC optimalisatie; het zoeken en doorrekenen van energetische optimalisaties blijkt uitermate complex vanwege de sterke onderlinge verbanden tussen installatietechnische maatregelen en consequenties op alle fronten. Voorbeeld: op enig moment bleek een maatregel tot gevolg te hebben dat een lokaal aan de noordzijde bij >30 graden buitentemperatuur verwarmd zou moeten worden op moment dat aan de zuidzijde de koeling aanstond. Les: Veel tijd, focus, kennis en samenwerking tussen disciplines is vereist (= integraal en iteratief ontwerpen).

5. Besparing op kunstlicht; door de grote interne hoogte van lokalen (3,5m) kost het veel energie om de vereiste 500lux kunstverlichting op werkbladniveau te leveren. Les: Door de armaturen te verlagen en automatisch dimbaar te maken per zone is een aanzienlijke besparing te behalen. Daarvoor moet wel een stofvrij armatuurontwerp ontwikkeld worden.

6. Isolatie in relatie tot ventilatievoud; de enorme hoeveelheden lucht die door het gebouw moeten conform klasse A zorgen ervoor dat verdere isolatie boven Rc 5 geen toegevoegde waarde heeft. Ook de toepassing van tripple glas bleek voor dit ontwerp daardoor niet rendabel. Les: investeren in hele hoge isolatiewaarden bij een frisse school klasse A verdient zich niet terug.

In blogartikel deel 2 over dit onderwerp zullen we ingaan op nog 6 waardevolle lessen uit dit project. Ook zullen we aantonen hoe het ontwerp van deze brede school zich verhoudt tot andere duurzame scholen.

Graag horen we in de tussentijd uw ervaringen en lessen bij het ontwerp en realisatie van duurzame scholen (nieuwbouw of renovatie). Uw reactie hieronder wordt gewaardeerd! Door ervaringen te delen willen we niet alleen deze school verder optimaliseren, maar ook andere projecten helpen.

Projectpartners:
school: brede school Houthaven  (BVO 6569m2)
opdrachtgever: Gemeente Amsterdam Stadsdeel West
schoolbesturen: AWBR en Amos
architect: Architectenbureau Marlies Rohmer Amsterdam
constructeur: Strackee Amsterdam
installatie-adviseur: Schreuder Alkmaar
bouwfysisch adviseur: Nelissen Eindhoven
duurzaamheidsadviseur: Aldus bouwinnovatie Amsterdam

 

CPO geeft ruimte aan duurzame ambities! Wat zijn uw idealen?

CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) biedt de individu uitgelezen kansen om een eigen stempel op een project te drukken bij relatief lage kosten. Daarbij is de prijskwaliteit verhouding vaak hoger dan gemiddeld, omdat er geen ontwikkelwinsten ingecalculeerd hoeven worden. Hoewel daarentegen de complexe (overleg)structuur van de groep tot langere voorbereiding kan leiden, lijken dergelijke CPO vormen prachtige uitgangspunten te bieden voor ondernemende types met uitgesproken huisvestingsbehoeftes.

Ook het economische tij, waarin nagenoeg alle projectontwikkeling tot stilstand is gekomen door moeilijke financiering, heeft de belangstelling voor CPO een duwtje in de rug gegeven. Voor nieuw te (her)ontwikkelen gebieden wordt het fenomeen omarmd, maar ook vanuit gebruikers zelf komen gezamenlijke initiatieven tot stand.

Wij zijn ervan overtuigd dat CPO ook de duurzaamheid kan bevorderen, omdat wij geloven dat er een doelgroep is van mensen die zelf een stap in duurzaamheid wil zetten maar daar nog niet mee uit de voeten kunnen. Een gezamenlijk initiatief kan dat stimuleren.

Is deze vooronderstelling juist, en wat zijn dan die specifieke (duurzaamheids) behoeftes van geïnteresseerden? Voelt u zich aangesproken? Reageer dan en beschrijf uw idealen!

Zie in bijgaande links twee totaal verschillende CPO projecten waarbij Aldus betrokken is om de mogelijkheden voor duurzaamheid te promoten, verhelderen en concretiseren:

  1. Project Black Jack (klik hier) is een initiatief van aantal professionele bouwpartners voor een groot woon/ werkcomplex in Amsterdam Noord. Voor interesse in dit project meldt u aan op de website: www.blackjackbsh.nl
  2. Project De Derde Fase (klik hier) is een initiatief van een groep ouderen voor een nieuw woonproject in Zutphen.

Zou u in een passiefhuis willen wonen, of nog liever geheel zelfvoorzienend willen zijn? Zou u volledig tussen het groen willen leven, of wilt u wonen in een duurzaam gerenoveerd pand? Zou u uw eigen afval willen recyclen, en energie willen opwekken of wilt u uw eigen groente verbouwen midden in de stad? Wij zijn benieuwd naar uw uitgesproken voorkeuren!