Handvatten voor Circulair Bouwen

PrintEens in de zoveel tijd steekt er in duurzaamheidsland weer een nieuwe term de kop op. Iedereen laat dan vallen waar hij mee bezig is en rent achter de nieuwste trend aan.
Op dit moment is het toverwoord “circulaire economie”.
Hoewel mijn intro enigszins cynisch mag klinken, is er inhoudelijk niets mis met deze nieuwste stroming. Alle eer komt toe aan Ellen MacArthur en haar gelijknamige foundation, die deze term inhoud en bekendheid heeft gegeven. Overigens is er heel veel overeenkomst met de Cradle to Cradle filosofie van McDonough en Braungart (vooral gericht op productniveau tov systeemniveau).

Een circulaire economie is regeneratief (vermogen tot zelf herstellen) van ontwerp. Hij bestaat uit 2 materiaalstromen; biologische materialen, die de natuur weer kan opnemen, en technologische materialen die zo lang mogelijk in omloop dienen te blijven met zo min mogelijk kwaliteitsverlies. De circulaire economie draait uiteindelijk volledig op hernieuwbare energie. Voor inhoudelijke achtergrond raden we de 3 rapporten “towards the cricular economy” van harte aan.

Maar wat betekent dit nou voor de bouw? Kunnen wij een vertaling maken van dit circulaire gedachtengoed waarmee onze sector concreet (en meetbaar) aan de slag kan? Ja dat kan en dat is ook hard nodig. We hebben een ecologisch begrotingstekort van 30% en consumeren 3 aardbollen. De bouw is daarbij verantwoordelijk voor verbruik van:

  • 30% van onze grondstoffen
  • 40% van het totale energieverbruik
  • 40% van de totale CO2 emissie (waarvan 5% door beton!)
  • 30% van het afval
  • 20% waterverbruik

Gelukkig zijn er goede voorbeelden van circulaire bouwprojecten zoals Gemeentehuis Brummen. We moeten echter uitkijken niet alleen op het gebouwniveau te focussen, want een volledig recyclebaar gebouw is nog geen optimum voor de circulaire economie. Wij doen een voorzet en geven een aantal handvatten:
Circulair bouwen dient op de niveaus Gebied, Gebouw en Gebruiker te worden geïmplementeerd. Als methodiek onderscheiden we de volgende stappen met aandachtspunten:

Stap 0: Algemeen

  • invoeren van biologische kringloop: cascaderen (= hoogste toegevoegde waarde uit je biomassa halen)
  • invoeren van technische kringloop: recyclen en levensduurverlenging
  • zoek cross sectorale verbanden met synergie
  • innoveer op product- én procesniveau 

Stap 1: Gebied

  • Welke natuurlijke bronnen zijn beschikbaar?
  • Welke reststromen uit de buurt zijn bruikbaar?
  • Wie kan mijn reststromen (na minimalisatie) nuttig gebruiken?
  • Voer een exergie analyse op gebiedsniveau uit!
  • Hoe bevorder je de plaatselijke biodiversiteit?

Stap 2: Gebouw

  1. Niet bouwen
  2. Hergebruiken waar mogelijk; te beoordelen op:
    – gebouwniveau
    – onderdeelniveau
    – materiaalniveau
    – grondstofniveau
  3. Alleen nieuwbouw als het niet anders kan!
    – demontabel bouwen
    – scheiding van onderdelen met verschillende levensduren
    – materiaalkeuze; hanteer onze “Trias Materialis”
    – materiaalkeuze; gebruik LCA (NB*: met verstand!)
    – maak gebruik van een grondstoffenpaspoort
    – ontwerp op Total Cost of Ownership

Stap 3: Gebruiker

  • Stimuleer nieuwe businessmodellen; van eigendom naar gebruik!
  • Sturen op bewustzijn; geef inzicht en feedback
  • Stimuleer duurzaam gedrag; minimaliseren van energieverbruik en afvalproductie & maximaliseren van levensduur
  • Maximaliseren van gebruiks- en onderhoudsgemak; “idiot proof”
  • Maximaliseren van comfort en gezondheid
  • Sturen op prestaties (energie, reststromen, binnenklimaat, etc.)

Heeft u op deze ruwe methode iets aan te vullen? Wij vernemen graag uw reactie! Voor achtergrond of hulp bij implementatie neem dan contact met ons op.

*NB: men dient rekening te houden dat de LCA methode te weinig stimulans geeft voor positieve eco-impact ipv alleen minder schade berokkenen. Daarnaast wordt de optie voor recycling na gebruik slecht meegewogen. Zie “Life Cycle Assesment for a Circular Economy”.

Advertenties

Eenvoudig naar een biobased gebouwde omgeving


Plafond Richard Rogers Barajas Madrid
Houten funderingspalen in plaats van betonnen, vlas- of hennepisolatie in plaats van glas- of steenwol, bamboe kozijnen in plaats van aluminium of pvc en kabelgoten van zetmeel in plaats van pvc. Dat zijn vier eenvoudige stappen op weg naar een biobased gebouw.

Cobouw 28 maart 2013 door Maartje Henket

Biobased is een visie die uitgaat van een economie gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen. Deze zijn veelal van dierlijke of plantaardige herkomst. De gebruiksduur van een product moet voorts overeenstemmen met de tijd die het kost om het te verbouwen. Een eikenhouten tafel is bijvoorbeeld onverantwoord, omdat een eik er tenminste vijftig jaar over doet om volwassen te worden en niemand vijftig jaar met zijn tafel doet. Het gebruik van fossiele aardolie is op die gronden nooit te rechtvaardigen, want het ontstaan hiervan kost enige miljoenen jaren.

Directeur Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie geeft de ommezwaai weer die de bouw moeten maken om aan deze voorwaarden te voldoen. “De focus moet verschuiven van energie naar grondstoffen. We sturen nu op energieverbruik – en dan ook nog eens alleen op het gebouwgebonden energie. De energie die nodig is om het gebouw te maken, te gebruiken en weer te slopen blijft buiten beschouwing. Een goede gebouw LCA zou al beter zijn dan de EPC, op dit moment een heel slap sturingsinstrument.

Deze tunnelvisie op energiebesparing en kierdichting leidt volgens Harsta tot onprettige en ongezonde gebouwen. “We lezen inmiddels regelmatig over het slechte binnenmilieu in extreem nageïsoleerde huizen. Een goed ontworpen biobased huis is dampopen, net als de huid van de mens. De toegepaste materialen hebben geen schadelijke effecten.”

Er zijn vier manieren waarop groene grondstoffen kunnen worden toegepast. De eerste en eenvoudigste is rechtstreeks, zoals bij een groene gevel of een groen dak. Bij de tweede manier wordt het groen eerst geoogst en vervolgens met geen of minimale bewerking gebruikt, zoals bij een rieten dak of een wand van wilgentenen en leem. De derde manier behelst een iets ingewikkelder verwerkingsproces, waarbij echter geen chemie komt kijken. Een voorbeeld hiervan is linoleum. De vierde manier is de meest geavanceerde. Hier worden materialen omgezet naar wezenlijk andere producten door iets te veranderen in de moleculaire keten. Hierbij moet je denken aan bioraffinage zoals het product biofoam of bij bioharsen voor de productie van biocomposieten. Het eindproduct ziet er hetzelfde uit als de fossiele tegenhanger.

Harsta ziet de meeste kans voor producten uit niveau drie en vier. “Soms is het proces van applicatie sturend. Daarom moet je biobased alternatieven ontwikkelen die op eenzelfde manier kunnen worden verwerkt als hun traditionele tegenhanger. Biofoam kan PUR-schuim bijvoorbeeld één op één vervangen en is daardoor gemakkelijk te implementeren. Bovendien geven producten uit niveau drie en vier de grootste vormvrijheid – en zijn ze gemakkelijker op te schalen. Het kost meer moeite om een dergelijk product te ontwikkelen, maar als je het eenmaal hebt, kun je er wel gemakkelijk meer van maken.”

In de visie over biobased bouwen is nog een laatste aspect van belang. De gebruikte grondstoffen moeten van dichtbij komen. “We kunnen op zich al een volledig biobased huis bouwen van producten die we in Nederland verbouwen. Maar de kunstmest die we gebruiken, komt uit Marokko en uit China. En de metalen die we gebruiken in onze computers en telefoons, komen uit China. Dat maakt ons kwetsbaar. Als je het hele plaatje echt goed bekijkt, dan wil je naar een circulaire economie: een economie waarin we alles hergebruiken en niets van ver halen. Dat is moeilijk haalbaar, maar gelukkig hebben we al veel grondstoffen in omloop. Laten we die in elk geval koesteren en hergebruiken. En dan bedoel ik zowel de lithium uit je telefoon als het leer van je oude bank.”

Verschillen traditioneel en biobased
product                  traditioneel materiaal      biobased variant
isolatiemateriaal      steenwol, glaswol                 vlas, hennep, schapenwol
kozijnen                   aluminium, pvc                     hout, biocomposiet, bamboe
metselmortel            cement                                 schelpenkalk
buitengevelisolatie   eps, cementmortels             dampopen biobased constructies
–                                                                            zoals houtvezelisolatie en stuc
–                                                                            kunststof van aardappelschillen
Een uitgebreide lijst is te vinden op http://www.cobouw.nl

‘Het roer moet om!’

Wij bevinden ons op een belangrijk historisch punt waarbij de overgang plaatsvindt van de tweede industriële revolutie naar een samenleving en industrie gebaseerd op industrial ecology. Dit zal alle onderdelen van de bouw veranderen; van materiaaltoepassingen, bouwmethodes, installatie- concepten tot architectuur. Deze ecolution betekent onder andere het sluiten van kringlopen, het minimaliseren van grondstof- en energieverlies, het realiseren van meer diensten per materiaaleenheid en het produceren met een minimum aan fossiele brandstoffen.

In dit artikel geeft Atto Harsta zijn uitgesproken visie op de uitdagingen van ‘de derde industriële revolutie’ en de rol die innovaties daarin spelen. De bottom line: nature is the best inspiration for a better world.

Lees hier het artikel

Normen voor duurzaamheid van bouwwerken: LCA

De Europese markt krijgt een uniforme bepalingsmethode voor de milieuprestaties van bouwwerken. Daarnaast komt er uniformiteit in de weergave van de milieuprestaties. Afgelopen jaren heeft de Technische Commissie ‘Sustainability of construction works’, van het Europese normalisatie-instituut CEN, hard gewerkt aan de invulling van het mandaat M 350. Dit is de opdracht van de Europese commissie aan CEN voor normalisatie op dit terrein. Begin 2012 verschijnen twee normen op dit gebied

Lees hier verder