Workshop stadslandbouw en de kas van de toekomst

020 dag van stadslandbouwTijdens “de 020-dag van de stadslandbouw” op 4 april zal Aldus bouwinnovatie met Priva een workshop organiseren over de manier waarop innovatieve kleinschalige kassen kunnen bijdragen aan de businesscase voor stadslandbouw. Doelstelling daarbij is om een zo multifunctioneel mogelijke rol voor de kas op een specifieke plek te creëren. Goede ideeën en praktische voorbeelden zullen aangedragen worden ter inspiratie.

Wereldwijd zijn er steeds meer stadslandbouwinitiatieven. In Nederland komt stadslandbouw nog maar moeizaam van de grond en gaat het nog vaak om kleinschalige projecten die door vrijwilligers worden georganiseerd. Dit terwijl de maatschappelijke toegevoegde waarde van stadslandbouw steeds belangrijker wordt. Hierbij denken wij onder andere aan het stimuleren van het bewustzijn en gedragsverandering als het gaat om gezond en duurzaam voedsel, maar ook duurzame ontwikkeling van de braakliggende terreinen in en rondom de stad. Om stadslandbouw op grotere schaal en langdurig levensvatbaar te maken is het belangrijk dat wij antwoord krijgen op de vraag of voor stadslandbouw een haalbare en sluitende business case bestaat en waar de kansen liggen.

Creative City Lab organiseert op 4 april de 020-dag van de stadslandbouw waarin verschillende stadslandbouw best practises hun business case presenteren. Het doel van deze sessies is om de feiten boven tafel te krijgen en samen met u te bepalen waar de kritische succesfactoren en de kansen liggen als het gaat om stadslandbouw.

The proof of the pudding; werk mee aan de real live casus om op 4 hectare grond in Amsterdam-Noord onze eigen stadsboerderij op te zetten! 

Tijdens het innovatielab 020-stadslandbouw werken 16 topstudenten – in maart en april 2013 – aan het ontwikkelen van de business case voor een nieuw stadslandbouwinitiatief; de 020-stadsboerderij in Amsterdam-Noord. Het is de bedoeling dat het een voorbeeldproject wordt voor de stad. Stadsdeel Amsterdam-Noord en Ymere hebben hiervoor twee uitdagende locaties ter beschikking gesteld. Op de 020-dag van de stadslandbouw delen we de tussentijdse resultaten van het lab met u. Daarnaast is het een goed moment om bewoners, ondernemers en professionals directer te betrekken bij de ontwikkeling van de stadsboerderij.

Klik voor het programma: dagstadslandbouw_flyer

Locatie: Undercurrent TT Vasumweg 93 1033 SG Amsterdam-Noord
Tijden: 09:00-18:00h

Wilt u zich inschrijven? Klik dan hier!

Advertenties

Een frisse visie op duurzame scholenbouw:

Alles draait om visie!
Daar begint het inderdaad, maar hoe verder? De losse stellingen van de Expertmeeting uit Schooldomein nr.5 geven weinig gevoel voor prioriteit, concrete aanpak en realisatie. Wel kunnen wij ons inhoudelijk prima vinden in de stellingen en conclusies.

In het mei-nummer van Schooldomein wordt verslag gedaan van een discussie tussen 22 professionals over het thema duurzaamheid in onderwijshuisvesting. Atto Harsta van Aldus bouwinnovatie en Stichting Living Daylights maakte deel uit van dit expert panel, die algemeen concludeerden dat: “alles om visie draait”.

Wij hebben echter te vaak gemerkt dat gerealiseerde schoolgebouwen ondanks aardige visies en ambities niet presteren zoals beoogd of zelfs volledig ondermaats. Hiervan zijn alle stakeholders de dupe. 8 van de 10 Nederlandse schoolgebouwen heeft een slecht binnenklimaat. Het wordt nog somberder als je bedenkt dat veel van deze scholen ook moderne nieuwe gebouwen betreft….

Uiteraard worden de eisen steeds hoger, waardoor de invloed en afhankelijkheid van techniek toeneemt. Juist bij die techniek gaat het vaak mis, maar vooral de integrale samenhang van maatregelen en componenten ontbreekt te vaak in de praktijk, in onze optiek.

Prioriteiten stellen
Hoe kunnen we dit beter ondervangen? Hoe borgen we dat goed bedoelde (duurzame) plannen ook werkelijkheid worden?
In onderwijshuisvesting zijn de bouwbudgetten nou eenmaal sterk gelimiteerd, op enkele ambitieuze etalage-projecten na. Het gaat volgens ons dus om prioriteiten stellen! Wat zouden we minimaal moeten bereiken en wat is daarna nog wenselijk? Ambities zijn goed, maar te hoge ambities zijn meestal funest voor een goede integrale oplossing!

De eerste prioriteit voor duurzaamheid ligt wat ons betreft bij de gebruikers en het creëren van een optimaal stimulerende leeromgeving. Concreet betekent dit dat gezondheidsaspecten in gebruiksfase (licht, lucht, ruimte, akoestiek en groen) voorrang boven alles moeten krijgen (prioriteit 1). Deze aspecten zijn namelijk direct in het belang van de leerlingen en leraren op scholen en dragen bij aan betere prestaties en minder ziekteverzuim.

Materiaalgebruik en flexibiliteit is prioriteit nummer 2. Wie duurzaamheid nastreeft zal zuinig en bewust moeten omgaan met grondstoffen en toekomstbestendige gebouwen moeten realiseren. Die flexibiliteit wordt ook vanuit de ontwikkeling van onderwijsvormen en brede scholen steeds meer gevraagd.

Prioriteit 3 is energieverbruik. Het nieuwe bouwbesluit stelt al vrij hoge eisen waaraan voldaan moet worden. Alleen nadat prioriteit 1 en 2 goed ingevuld zijn, zou je wat ons betreft moeten investeren in verdere verlaging van energieverbuik. Begin altijd bij de realisatie van een duurzaam casco, want de rest is veel makkelijker aan te passen op latere momenten. Voor dit thema is het de moeite waard om terugverdientijden te bepalen en aanvullende investeringsbudgetten te bespreken/ overwegen. Gedurende de exploitatie kan hiermee een aanzienlijke besparing worden behaald. Dat geldt eveneens voor duurzame energie-opwekking, maar realiseer je dat deze niet primair in belang is van de gebruikers en daarom nooit de gezondheidskwaliteit mag ondermijnen. Energiemaatregelen staan soms lijnrecht tegenover gezondheidsmaatregelen, zoals bijv. veel frisse lucht en natuurlijk licht versus goede isolatie.

Tenslotte vinden wij het cruciaal dat al deze maatregelen binnen een schoolproject zoveel mogelijk zichtbaar gemaakt worden voor de leerlingen. ZIj zijn de nieuwe generatie die op moeten groeien met het besef van, en waardering voor, onze leefomgeving. Een uitbundig groene speelplaats is hiervan onderdeel.

Ons advies
De vraag blijft nu: hoe hoog moet je inzetten op iedere prioriteit? Dit hangt van het budget af. Voor normale normvergoedingen valt er niet bijzonder veel te bereiken op gebied van duurzaamheid.  Met goede architectuur kan echter al een acceptabele basiskwaliteit behaald worden, en zeker meer dan het deprimerende “sober en doelmatig”  doet vermoeden. Het architectonische beeld dient dan wel ondergeschikt te zijn aan ruimtebeleving en overmaat.  Als goede standaard voor gezondheid adviseren wij om Frisse Scholen klasse B te hanteren op gebied van luchtkwaliteit, thermisch, visueel en akoestisch comfort. Heeft u dan nog budget beschikbaar? Richt u dan op verdere verbetering van energiebesparing. De grote hoeveelheden verse lucht plus de warmtecapaciteit van leerlingen rechtvaardige daarentegen geen extreem hoge isolatiewaarden boven Rc =5.

Wij hebben het voorrecht om aan verschillende schoolprojecten te mogen bijdragen, van verschillende ambitieniveaus. Ieder project en ambitieniveau kent grote uitdagingen. De belangrijkste is: om waar te maken! Hiervoor dienen in onze optiek de zorgvuldig samenhangende maatregelen nauwkeurig uitgewerkt te worden, en hun boogde prestatie helder omschreven te zijn. In de bouw en realisatie dient men gecontroleerd te worden op, en verantwoordelijk gehouden voor, deze prestaties.

Makkelijk gezegd? Ja natuurlijk!  Het is in de praktijk hard (samen)werken om dit voor elkaar te krijgen, met veel genoegen!

ir. Olivier Lauteslager; duurzaamheidsadviseur onderwijshuisvesting

Lees de relevante visies van andere professionals tijdens de expertmeeting van Schooldomein hier!

Ecomimicry: een interview met Ken Yeang

Ter voorbereiding op de komst van Ken Yeang naar de Floriade (symposium Groenlicht) interviewde Atto Harsta de befaamde groenarchitect. Hoewel Yeang het succesvolle symposium helaas niet kon bijwonen, is zijn werk en visie niet minder relevant:

Als we in één zin het werk van Ken Yeang zouden moeten samenvatten dan is dat het realiseren van duurzame architectuur en stedenbouw door in harmonie met de natuur te bouwen. ‘Green Architecture’ moet er ook groen uit zien, zegt Yeang en dat is in zijn werk ook werkelijk de groene leidraad.

Zijn architectuuropvattingen en studies – samen te vatten als ‘industriële ecologie’ – zijn tot op de dag van vandaag onveranderd gebleven. In een carriere die nu bijna 40 jaar omspant, werkt hij vanuit een natuurlijke ordenings- en systeemmethodologie (klimaattechnisch ontwerpen).  Zo verwierf Yeang internationaal bekendheid met zijn bioclimatic skyscrapers. In feite een verticale variant van de traditionele laagbouw van Maleisië, met zijn nadrukkelijke verwevenheid van groen en architectuur.

Nauw verwant met biomimicry hanteert Yeang in zijn architectuur ecomimicry als leidend principe. Ecomimicry berust op het imiteren van overlevings- en aanpassingsstrategieën van de natuur. Gebruik makend van deze strategieën ontstaat een ecosysteem waarin organische en niet-organische elementen van een gebouw zijn samengevoegd in harmonie met de natuur en waarin de gebouwmassa een minimale milieu-impact heeft. Solaris is een recent project van Yeang waarin 40 jaar gedachtengoed en evolutie samenkomt. Het project heeft een gelaagde, terrasvormige structuur, en heel veel groen in en om het gebouw. Een toren van vijftien verdiepingen daalt neer en vervloeit met de groene omgeving.

Geïnteresseerd in de duurzame architectuur van Ken Yeang, klik hier voor het interview in Stedenbouw en Architectuur.

Extra groen leidt tot minder ziekteverzuim!

In een recent onderzoek van KPMG wordt becijferd dat het aanleggen van 10% meer groen in woonomgevingen een besparing van 400miljoen euro op zorg en ziekteverzuim kan opleveren.

Wij kunnen de onderzoeksmethode en -cijfers van KPMG niet controleren, maar onderstrepen de positieve correlatie tussen groen en welzijn. Interessant aan deze berekening op de gezondheidstoestand van mensen is dat je ermee kunt aantonen dat er een businessmodel achter groeninvesteringen zit.

Vanuit het natuurlijke effect van groen, en daglicht (want dat gaat samen!), blijken mensen gevoelsmatig best te overtuigen van de waarde. Toch wegen in de praktijk investeringen en kosten voor onderhoud van groen meestal niet op tegen deze veronderstelde positieve effecten.  Onbekendheid draagt daaraan bij. Harde bewijzen en terugverdientijden zijn dus nodig om  groentoepassingen als serieuze duurzame maatregel voor het voetlicht te krijgen.

Groen wordt tegenwoordig wel meer voorgesteld en ook meer toegepast, maar nog te vaak als marketinginstrument voor duurzame bouw. Je kunt tegenwoordig geen presentatie van een willekeurig architectenbureau meer vinden, waarin het ontwerp niet uitbundig  van groen is voorzien (= goede ontwikkeling). In de uitwerking en realisatie vind je daar meestal maar een schijntje van terug, zoals een prominent boompje, een groendak of een stukje groene gevel. Alle beetjes helpen uiteraard, maar gevaar van deze tendens is wel dat de echte betekenis van groen ermee kan worden uitgehold.

In de zorgsector heeft de “healing environment” stroming vrij uitvoerig onderzoek verricht naar omgevings- en gebouwaspecten die een positief effecten hebben op de mens. Daglicht en groen blijken daarin hele belangrijke componenten die onze mentale en fysieke toestand positief beïnvloeden en daarmee de revalidatie van patiënten bespoedigt. Daarnaast heeft het een positieve uitwerking op de concentratie, stemming en ziekteverzuim van het personeel. Een directe invloed op het primaire proces van zorginstellingen dus!

Als je dit principe projecteert op kantoren en schoolgebouwen, dan besef je je de bredere potentie ervan. Mensen floreren en presteren beter in een gezonde en groene omgeving, daar kan je dus geld mee verdienen (of besparen)! Een gemiddelde basisschool geeft per jaar ca. 7% van zijn jaarbudget uit aan vervangend personeel door ziekteverzuim. Ter vergelijking: energiekosten maken slechts 2% van het jaarbudget uit. Als we alle moeite die we in de bouw in energiebesparing stoppen, in vermindering van ziekteverzuim zouden investeren levert dat dus potentieel meer op! (uiteraard moeten we beiden doen) Groen is natuurlijk niet de enige factor van invloed, want ook licht-, lucht-, akoestische en ruimtelijke kwaliteit dragen hieraan bij.

KPMG refereert in hun onderzoek aan het vergroenen van de woonomgeving en het effect ervan op onze zorgkosten.  Wij zouden dit willen uitbreiden tot de volledige gebouwde omgeving en ook nadrukkelijk de aandacht willen vestigen op het gebruik van groen IN onze gebouwen! Vraag je eens af waarom planten op bepaalde plekken binnen niet goed groeien en wat die plek ons dan te bieden heeft!?

Wij roepen het al jaren: investeren in groen loont!
Prima dus dat er meer partijen naar de onderbouwing zoeken. Misschien dat we daarmee de vergroening kunnen versnellen.

Lees hier het volledige artikel van KPMG.

Duurzame kweek in voormalig CBS gebouw Heerlen

Als initiator van Knooppunt Bouwen met Groen stimuleert Aldus bouwinnovatie al jarenlang de toepassing van groenvoorzieningen in, op en aan gebouwen om tot een meer gezonde en duurzame gebouwde omgeving te komen. Ook vanuit de biobased economy is groen een oplossing voor duurzame energie-, voedsel- en materiaalproductie. Er ontstaan tegenwoordig veel initiatieven om de relatie tussen groen en gebouwen  te versterken. Dat is een positieve ontwikkeling, maar hoe kan de realisatie van goede ideeën worden geconcretiseerd? Een potentieel kansrijk initiatief volgens ons is FarmCity in Heerlen!

Door de toenemende druk op landbouwgebieden, de nadelige gevolgen van overbemesting en de grote hoeveelheid m2 leegstaande kantoren, komt Nederlands eerste ‘vertical farm’ steeds dichterbij, dat grootschalige groenvoorzieningen in gebouwen impliceert.

FarmCity Heerlen is een ontwikkeling waarin een aantal ambities van innoverend Nederland gezamenlijk worden waargemaakt. Het gaat hierbij om het omvormen van het voormalige kantoor van het CBS in Heerlen tot een productielocatie voor verse agrarische producten, zoals groenten, fruit en vis.

Door in deze locatie gebruik te maken van combinaties van bestaande top-technieken die er in Nederland zijn of nu ontwikkeld worden, zal FarmCity Heerlen functioneren als etalage voor hetgeen Agro Nederland BV in zijn mars heeft.
Met name het verbruik van water en energie zal tot een absoluut minimum zijn beperkt, maar ook het gebruik van chemische gewasbescherming zal achterwege kunnen blijven.
Ook de aansluiting met de vraag naar producten in het stedelijk gebied wordt optimaal verzekerd omdat niet vanuit productie en aanbod wordt gepland en geproduceerd, maar vanuit consumptie en vraag. Door polyculturen als uitgangspunt te nemen wordt het mogelijk gemaakt om input en output van diverse agrarische processen op elkaar aan te sluiten.

FarmCity Heerlen verzorgt in eerste instantie de levering van duurzaam geproduceerd kwaliteitsvoedsel naar Heerlen en zijn directe omgeving. De potentiële markt voor deze producten is al aanzienlijk en zal naar verwachting de komende jaren sterk toenemen.
In tweede instantie is FarmCity Heerlen zelf het uithangbord voor Agro Nederland BV voor het op de wereldmarkt brengen van dit soort nieuwe productiesystemen. In landen als China, India, Saoedi-Arabië en Turkije bestaat hier grote belangstelling voor. Die belangstelling wordt deels ingegeven door de enorme productiepotentie en anderzijds door de extreme efficiëntie van het water en energieverbruik.

FarmCity Heerlen is onderdeel van een meeromvattend plan EcoGrow. Daartoe is een samenwerking aangegaan met Walas Concepts. Naast agrarische productie is er in het voormalige CBS kantoor ruim voldoende plaats voor andere vormen van innovatieve bedrijvigheid. Daaronder vallen uiteenlopende zaken als kleinschalige creatieve industrie, groene energie-opwekking en recreatieve en restauratieve voorzieningen.

Op 7 mei wordt het voormalig CBS gebouw overgedragen van Rijksoverheid naar de Gemeente Heerlen die het gebouw vervolgens direct gaat doorverkopen aan de ontwikkelaar Walas Concepts.

Voor meer informatie over het FarmCity concept klik hier
Wilt u meer weten over het project in Heerlen klik hier

Symposium GroenLicht en Daylight Award 2012 op de Floriade

Wij attenderen u op het symposium Groenlicht op de Floriade georganiseerd door Knooppunt Bouwen met Groen op dinsdag 22 mei. Het symposium vindt plaats in hoofdpaviljoen Villa Flora, en is bedoeld voor professionals uit de ontwerp-, bouw- en groensector, en voor beleidsmakers en adviseurs op het gebied van bouw en groen.

Keynote spreker is de Maleisische architect Ken Yeang, grondlegger van bioclimatic design waarin groen- en dag- lichttoepassingen een prominente rol hebben. Daarnaast presenteren de architecten Martin Haas (partner Behnisch Architektur Duitsland) en Torben Thyregod Europese trends in groen- en daglichtarchitectuur met aansprekende voorbeelden uit hun portfolio. Dagvoorzitter is Arda van Helsdingen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten.

Energie en vitaliteit
Ook Aldus bouwinnovatie is een groot pleitbezorger voor groen in, op, aan en rondom gebouwen omdat het een bron van energie en vitaliteit is. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat groen een positief effect heeft op ons welbevinden en onze gezondheid. Groen en daglicht vitaliseren, verlagen stress en ziekteverzuim, we worden er fitter, creatiever en alerter door. De positieve uitstraling, de akoestische kwaliteiten en opvang van fijnstof zijn belangrijke eigenschappen van groen. Om functionele groen- en daglicht toepassingen te realiseren moeten ontwerpers, bouwers en groenprofessionals kijken en werken vanuit samenhang.

Daylight Award
Onderdeel van het symposium is de uitreiking van de Daylight Award 2012, dé kwaliteitsprijs voor daglicht gebruik binnen de Nederlandse architectuur, georganiseerd door Stichting Living Daylights. Uit tien genomineerde projecten wordt tijdens het symposium de winnaar in de categorieën woningbouw en utiliteits- bouw bekend gemaakt.

Rondleiding Floriade
Exclusief voor deelnemers aan het symposium organiseert het Knooppunt Bouwen met Groen ’s ochtends een rondleiding ‘op maat’ over de Floriade. Tijdens deze Floriadetour bezoeken we de meest innovatieve groenprojecten, die door insiders worden toegelicht.

Kortom, alle ingrediënten voor een boeiende en inspirerende bijeenkomst en een pleidooi voor functioneel groen; voor meer informatie en het programma klik hier

Groen, licht en energie voor ouderen in Zutphen

In Zutphen is sinds enkele jaren een groep zestig plussers actief om daar ten noorden van het station een duurzaam bouwproject te realiseren voor circa 110 gestapelde woningen. Dit project ook wel bekend als ‘De Derde Fase’ wordt volgens particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd. Aldus heeft de initiatiefgroep bestaande uit verschillende subgroepen begeleid om thema’s als energie en ventilatie, licht en groenvoorzieningen concreet uit te werken.

Volgens Herman Feberwee – trekker van (de thema’s) Energie en Water van de Derde Fase – bleek het erg lastig te zijn om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden en de kosten om tot een integraal duurzaam ontwerp te komen. Aldus bouwinnovatie is gevraagd om een workshop te organiseren om dit te verhelderen. Hieruit zijn wensen en prioriteiten van de gebruikers geconcludeerd tbv de uitwerkingsfase. De uitkomsten dienen als input voor de projectontwikkelaar Proper Stok, de Woningbouwvereniging ‘Ons Huis’ en de architecten van Drost + van Veen, 9° architectuur en Faro.

Goed luisteren naar de wensen van de gebruikers is cruciaal. Zo willen de meeste bewoners veel licht in hun toekomstige woning. Ook heeft men in het algemeen behoefte aan veel groenvoorzieningen. Veel licht betekent vaak ook veel warmte, met name in de zomer. Hoe ga je daarmee om? Verder wil men het liefst natuurlijke ventilatie. Hoe kunnen de vaak tegengestelde eisen tot een aanvaardbare en integrale oplossing leiden? Aldus heeft de initiatiefgroep begeleid om deze vragen te beantwoorden door alle wensen in kaart te brengen en suggesties voor oplossingen te doen.

Op 5 april jl. presenteerde Aldus de resultaten van de workshop aan een delegatie van de Werkgroep Bouwen en Wonen. Dit heeft de ouderen een duidelijk inzicht en overzicht gegeven in de aspecten die belangrijk worden gevonden, incl. het bijbehorende kostenplaatje. Hieruit moet de initiatiefgroep vervolgens weer items selecteren die waardevol worden geacht om door te geven aan de architecten en de projectontwikkelaar. Dat zal in de komende periode plaatsvinden, maar het is nu al duidelijk dat veel licht en groen aspecten zeker in het ontwerp terug dienen te komen. Herman Feberwee voegde hier aan toe: “Iets wat me trof in de presentatie van Aldus is het spel met daglicht en hoe belangrijk dat is voor, met name, de oudere mens. Zo lang mogelijk kunnen genieten van het daglicht in het voor- en najaar is dan ook iets wat zeker in het ontwerp moet terugkomen. Dat zou bijv. kunnen in de vorm van een gemeenschappelijke kas van enkelglas in de binnentuin.”

De initiatiefgroep hoopt met advies en begeleiding van Aldus iets te kunnen realiseren waar de toekomstige bewoners met veel plezier zullen wonen. Herman Feberwee concludeerde: “Ik hoop dat wij op deze wijze een trend kunnen zetten voor betere woonvoorzieningen voor ouderen, een groep die tenslotte flink gaat toenemen. Als we er in slagen om woonruimten te creëren die door het groen en licht de ouderen veel meer levenslust kunnen brengen dan met de gebruikelijke bouwwijze, vind ik dat we een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de kwaliteit van leven.”

Voor meer informatie over dit duurzame huisvestingsproject voor ouderen klik hier