Hoe groen is oranje? Opdracht aan onze nieuwe koning:

Willem AlexanderAlom wordt hare majesteit geprezen voor haar invulling van het koningschap, vanuit uitzonderlijke gedrevenheid en inlevingsvermogen. Ze is het boegbeeld en een icoon van onze Nederlandse samenleving geweest. Ze heeft de monarchie in roerige tijden fier overeind weten te houden, als bindend element van ons land; een prestatie van formaat!

Maar deze nieuwe tijd, waarin gevestigde structuren zwaar onder druk staan, burgers onafhankelijk willen worden en de relatie tot autoriteiten veranderen, vraagt om een andere invulling van het koningschap. Koningin Beatrix erkent dat het tijd is voor een nieuwe generatie. Om de monarchie in de harten van de Nederlandse burgers gesloten te houden, zal koning Willem Alexander een nog grotere uitdaging wachten; de ceremoniële rol past niet meer in onze informele tijdsgeest en een politieke rol is volledig taboe. De verbindende rol van nationale trots en eensgezindheid blijft cruciaal, maar hoe geef je daar nu invulling aan?

Wij, Aldus, zijn er sterk van overtuigd dat de toekomst gevormd zal worden van onderaf en niet meer van bovenaf opgelegd gaat worden. (Zie ook Tegenlicht uitzending 28-01: http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2012-2013/gat-in-de-markt.html) Leiders, in de oude zin, zijn dus overbodig. Wel is er veel behoefte aan visie, zingeving en goede voorbeelden van “empowerment” en onafhankelijkheid. Hoewel het tegenstrijdig klinkt kunnen deze ontwikkelingen juist het community gevoel van samenhorigheid en trots doen opbloeien; daar ligt een kans voor onze nieuwe koning!

Als onafhankelijk staatshoofd zonder macht zou koning Willem Alexander zich moeten opwerpen als missionaris voor de duurzaamheidstransitie van Nederland. Objectief kan hij oordelen over de status en de ontwikkelingen, met als doel de toekomstbestendigheid van ons land, waarin de economie in balans is met de ecologie. Niet de welvaart van het land, maar het welzijn van burgers en natuur staan bovenaan zijn agenda. Hij zal niet moeten regeren, maar RE-Genereren, wat in het belang is van iedereen. Niemand kan dit belang beter uitdragen en dienen dan de koning, vanwege zijn bereik en statuur. Natuurlijk positioneert hij zich daarmee soms in moeilijke situaties en belangen, maar dat zal worden toegestaan vanuit het algemene profijt. Door het goede voorbeeld te geven, en de maatschappij te wijzen op de voordelen van de transitie (tegengaan van klimaatverandering en onafhankelijkheid van olie en eindige grondstoffen) kan hij uitgroeien tot onze nieuwe burgervader; een natuurlijke rol.

Het echte transitiewerk moeten we zelf doen. Onder aanvoering van Willem Alexander kan het een oranje transitie worden, en wordt onze nationale kleur het nieuwe groen!

Oranje boven!

Advertenties

Gebruik GPR (en BREEAM) niet als doel, maar als tool!

impressie Voorthuijse_GPR

Duurzaamheidsinstrumenten worden in de praktijk te veel gebruikt om punten te scoren, door het aanvinken van maatregelen waarmee op papier de hoogste score wordt gehaald. De grote verscheidenheid aan onderwerpen (modules) suggereert een integrale aanpak, echter deze is alleen gegarandeerd wanneer alternatieve mogelijkheden worden getoetst op de consequenties voor het samenhangende geheel. Voor een project in Leiden toetsten wij het ontwerp op de gestelde ambities.

Voor een controle van uw ontwerp en een optimalisatie-advies mbv GPR Gebouw, klik hier: Aanbod ontwerptoets GPR Gebouw!

Door de toenemende vraag naar duurzame gebouwen wordt er steeds vaker gezocht naar een methode om de gestelde ambitie te bepalen en toetsen, aangezien het bouwbesluit hier niet toereikend voor is. Veel Gemeenten gebruiken hiervoor het toetsingsinstrument GPR Gebouw, ontwikkeld door de Gemeente Tilburg en W/E adviseurs. GPR Gebouw geeft inzicht in de duurzaamheid van een gebouw, gebruikmakend van de meest recente methodes en ontwikkelingen. Na invoer van de gegevens worden prestaties zichtbaar op de modules Energie, Materialen, Afval, Water, Gezondheid, en Woonkwaliteit.

GPR Gebouw is een accurate methode: scores worden bepaald op basis van genormeerde rekenregels (energieprestatie), onafhankelijk onderzoek en beschikbare methodieken (LCA studies naar milieueffect van materialen, Politiekeurmerk Veilig Wonen) en inzicht van deskundigen (gezondheid, toekomstwaarde). Door van te voren een ambitie te bepalen en in te voeren kan eenvoudig de behaalde score vergeleken worden en zonodig kunnen verbeterpunten worden aangedragen.

Steeds meer gemeentes stellen een ambitie van een gemiddelde GPR score van 7. Dit is een score die niet zo maar gehaald kan worden, met name op het gebied van energie en milieu (materiaalgebruik) vraagt dit extra aandacht.

Voor PFC2 heeft Aldus de bouwaanvraag voor het woningbouwproject Voorthuijsen Driehoek Leiden (ontwerp rphs architecten) getoetst aan de door de Gemeente Leiden gestelde duurzaamheidsambitie. De Gemeente wil dat het project voldoet aan hun Regionale Duurzaam Bouwen+ (DUBO+) richtlijn. Uitgangspunt van deze richtlijn is het bouwen en beheren van gebouwen in hun omgeving, waarbij de schade aan het milieu in alle stadia, van ontwerp tot sloop, zoveel mogelijk beperkt blijft. Dit wordt bereikt door verantwoord om te gaan met energie, grondstoffen, materialen en gezondheid.

Concreet betekent dit voor woningbouwprojecten:

  • Projecten worden getoetst door middel van GPR-Gebouw, de minimale score een 7 is, met minimaal een 7,5 voor energie
  • 25% CO2 reductie bij > 200 woningen
  • Het gebruik van hout uit duurzaam beheerde bossen (FsC keurmerk)
  • Het voorkomen van uitlogen van bouwmaterialen koper, zink en lood naar hemel/oppervlaktewater
  • Betere geluidsisolatie woningscheidende constructie voor zowel lucht- als contactgeluid met +5dB tot +10dB

In de ontwerpfase zijn verschillende duurzame alternatieve maatregelen onderzocht, mede op stedenbouwkundig niveau, die hebben bijgedragen aan het integrale concept.
Op basis van de bouwaanvraag en het opgestelde GPR profiel heeft Aldus een aantal aanbevelingen gedaan om beter te voldoen aan de gestelde eisen.

Om de energiescore te halen bleken aanvullende maatregelen nodig, zoals toepassing van een hotfill en zonneboilers. Op materiaalniveau diende de milieuscore verder verlaagd te worden door bijvoorbeeld toepassing van duurzaam hout en EPDM (ipv bitumen). Vanuit het integrale concept zijn de extra maatregelen een goede, nuttige en afgewogen aanvulling.

Wat zijn uw ervaringen met het werken met duurzaamheidsinstrumenten?

Behalen van goede daglichtfactor in scholen blijkt grote uitdaging in praktijk!

244784Het Programma van Eisen Frisse Scholen is 7 jaar geleden door AgentschapNL (toen nog SenterNovem) in het leven geroepen als richtlijn voor het realiseren van een energiezuinige en gezonde school. Het programma is opgebouwd uit een vijftal onderwerpen welke uitgewerkt zijn in prestatiegerichte eisen onderverdeeld in een niveau C (iets ambitieuzer dan bouwbesluit), niveau B en niveau A als hoogst haalbare. Begin dit jaar is er een herziening geweest van het Programma van Eisen Frisse Scholen, waarbij de eisen vooral op haalbaarheid in de praktijk zijn getoetst. SLD/ Aldus is gevraagd om het onderwerp Visueel comfort te beoordelen en eventuele aanpassingen te adviseren.

Voor een controle van uw ontwerp en optimalisatie-advies mbt de eisen van Visueel Comfort, klik hier: Aanbod ontwerptoets Visueel Comfort!

Het aspect daglichttoetreding wordt voor een groepsruimte omschreven in de zogenaamde daglichtfactor. De daglichtfactor is de verhouding (in %) tussen de hoeveelheid daglicht buiten en op een bepaald punt binnen.

De oude versie van Frisse scholen klasse C ging uit van een daglichtfactor van 3%, klasse B van 5% en klasse A van 8% gemeten in het midden van de ruimte. In de praktijk bleek het behalen van klasse A niveau van 8% bijzonder lastig. Wij hebben onderzocht wat een realistische prestatie-eis is op basis van een aantal recent gerealiseerde scholen waarbij een Frisse scholen ambitie werd gehanteerd. De daglichtfactor voor die scholen is berekend op basis van het gerealiseerde ontwerp. Onze conclusie was dat frisse scholen A nergens wordt gehaald, zelfs bij scholen met een bijna volledige glazen gevel. De gestelde eisen voor niveau A waren in dit geval dus te ambitieus.

Op advies van SLD/ Aldus zijn de eisen aangepast door de daglichtfactor gemiddeld over de ruimte te meten, en is de klasse A eis van 8% naar 7% bijgesteld. Hierdoor blijft de eis voldoende ambitieus, maar wel haalbaar. Met deze nieuwe eis is er 1 school uit ons onderzoek waar de groepsruimten aan de niveau A eis voldoen. Het betreft de MFA ‘De Kreek’ uit Hoorn (ontwerp Rudy Uytenhaak). De groepsruimten op de eerste verdieping zijn naast de daglichtopeningen in de gevel voorzien van een bovenlicht op de noordzijde, waardoor er daglicht dieper in de ruimte valt. Hiermee wordt de gemiddelde waarde van 7% behaald. Bij de groepsruimten op de begane grond waarbij geen sprake is van bovenlicht wordt een waarde van ruim 5% behaald.

Door uit te gaan van een gemiddelde waarde valt op dat er bij de gevelopeningen een hoge daglichtfactor wordt behaald (10% of hoger) terwijl bij de verkeersruimte krap 2% wordt behaald. Om een gelijkmatig daglichtniveau te ontwerpen is dus altijd daglicht van minimaal 2 zijden nodig, en bij voorkeur als tweede zijde de wand evenwijdig aan de gevel, door transparantie in de gangwanden aan te brengen of te werken met daklichten. Dit zorgt voor een prettiger daglichtverdeling zonder al te grote contrasten en maakt het onnodig toepassen van kunstlicht overbodig.

In alle gevallen verdient het gebruik van digitale schoolborden (smartboards) extra aandacht voor de daglichtverdeling en mogelijkheden van een effectieve en goed regelbare zon- en lichtwering.

Download hier Frisse Scholen Programma van Eisen – april’12-3.

Geef hieronder uw commentaar en ervaringen bij de realisatie van de eisen uit het Programma van eisen Frisse Scholen.